Actueel

  • 21 juli 2026

    BPS-festival 2026 op 27 november 2026

    Lees meer…

  • 1 juli 2026

    ‘We laten de leerlingen hun onderwijs zo passend mogelijk maken’. Hb-onderwijs op het Theresialyceum

    Lees meer…

  • 23 juni 2026

    Bestuurslid Riekelt Korf: ‘Onderwijs moet kinderen uitdagen, ook aan de bovenkant’

    Lees meer…

  • 16 juni 2026

    Column #21 Marko Otten: Geen afscheid van BPS

    Lees meer…

  • 4 juni 2026

    “Elk kind is hb tot het tegendeel bewezen is”. Hb-onderwijs op De Arke

    Lees meer…


  • Alle nieuwsberichten

Hoogbegaafden op de universiteit: uitdaging genoeg?

Hoe gaat het met de hoogbegaafden op de universiteit? Krijgen zij de uitdaging en ruimte die ze nodig hebben, en die op steeds meer scholen in het voortgezet onderwijs normaal is? Honours en excellentie zijn weliswaar steeds normaler in het hoger onderwijs, toch hebben we het idee dat dit niet voldoende is. Daarom organiseerden we als Vereniging Begaafdheidsprofielscholen op 15 mei 2014 een mini-conferentie met vertegenwoordigers van ongeveer 10 universiteiten en relevante organisaties als Mensa en CBO. Doel was een dialoog tussen de verschillende partijen met als uitkomst de vraag: welke ingrediënten zijn van belang.

Voorgezet onderwijs: een goede basis voor een brede hoogbegaafdheidsbeweging
In het voortgezet onderwijs begint de beweging om hoogbegaafden een aantrekkelijk en uitdagend programma te bieden, op stoom te komen. Naast de inmiddels 40 leden van de vereniging geven steeds meer scholen aandacht aan deze groep. Dat doen zij door uitdagende programma’s, flexibiliteit in het rooster en curriculum en eigen verantwoordelijkheid van leerlingen zelf. Ook in het primair onderwijs begint het besef te ontstaan dat hoogbegaafden meer nodig hebben dan alleen extra stof. In het beleid van de overheid zien we dit terug, zoals blijkt uit de brief van de staatssecretaris van 23 april jongstleden. Natuurlijk, er moet nog veel gebeuren, maar er is een goede basis.

Universiteiten en hoogbegaafdheid: wat merken we op?
Onze ervaring is dat hoogbegaafden baat hebben bij ruimte in hun programma en een individuele aanpak. In het voortgezet onderwijs merken we dat dit goed werkt bij deze leerlingen. Kijken we naar de universiteiten dan lijkt het onderwijs daar steeds schoolser te worden, het curriculum is vooral cognitief gericht, er ontbreekt kennis over hoogbegaafdheid, en: het volgen van een vrij programma wordt niet actief gestimuleerd door de universiteit. Wettelijk gezien zijn vrije programma’s mogelijk, maar omdat examencommissies onder grote druk staan, is het uiteraard handiger als iedereen hetzelfde parcours doorloopt. Ook weten weinig studenten dat een vrij programma tot de mogelijkheden behoort.

De afgelopen 10 jaar is honours gegroeid van een project in de marge van een hoger onderwijsinstelling naar structurele programma’s over de hele breedte. Er zijn facultaire en universiteitsbrede honoursprogramma’s, er zijn university colleges en voor de betere vwo-leerlingen zijn er pre-university colleges.

Er gebeurt dus veel. Maar is het genoeg?

Als je te hoge verwachtingen hebt, word je teleurgesteld
Een van de sprekers tijdens de bijeenkomst was Noks Nauta, expert op het gebied van hoogbegaafde volwassenen, die kort inging op het onderzoek dat al is gedaan naar hoogbegaafden op de universiteit. Haar verhaal begint in 1844 als de toen 16-jarige Tolstoi naar de universiteit gaat. Hij had hoge verwachtingen: hij wilde onderdeel zijn van de gemeenschap, hij zag uit naar goede gesprekken met studiegenoten en hij verwachtte hoogleraren met inhoud. Al op zijn eerste dag werd hij teleurgesteld: zijn verwachtingen werden niet ingelost. En dat bleef ook zo.

Er is nog weinig onderzoek naar hoogbegaafdheid en universitair onderwijs. Wat we wel weten is dat hoogbegaafden, net zoals Tolstoi 150 jaar geleden, diepgang en samenhang van de stof misten. Ze zien geen inpassing in het geheel, en missen een goede discussie met docenten en mede-studenten. Zoals een studenten het verwoordde: “als ik in een werkgroep zit wil ik meer weten, meer zeggen. Ik steek nu mijn energie in mijn mond houden, en daardoor mis ik belangrijke dingen.” Ook zijn ze vaak teleurgesteld in de feedback op wat ze maken: ze steken veel werk in een paper en krijgen dan een oppervlakkige beoordeling.

Gezien de massaliteit van het onderwijs in het eerste jaar en de niveauverschillen tussen studenten is dit geen vreemde constatering. Uit onderzoek van de Universiteit Leiden onder 80 pre-university-studenten bleek het IQ te varieren tussen 100 en 140. Feit blijft dat hoogbegaafden voortdurend op zoek zijn naar de betekenis en de samenhang van hetgeen ze leren. Ook zoeken ze samenwerking met gelijkgestemde studenten. Op scholen in het voortgezet onderwijs is dat relatief makkelijk te regelen. Op een universiteit met duizenden studenten is dat een stuk lastiger. Hoogbegaafde studenten voelen zich dan ook vaak eenzaam.

Hoe zorgen we ervoor dat deze studenten elkaar vinden, ontmoeten en helpen? Is het bijvoorbeeld mogelijk om hoogbegaafden in groepjes aan (multidisciplinaire) projecten te laten werken?

Honours: wie mag er meedoen?
“Het is meer werk, maar inhoudelijk niet zo interessant”. Zo formuleert een hoogbegaafde studente haar kijk op honoursprogramma’s. Natuurlijk is dit een voorbeeld, en het ene programma is het andere niet. Toch hebben we het gevoel dat honours niet de uitdaging en vrijheid biedt aan hoogbegaafden die zij nodig hebben. Mogen studenten bijvoorbeeld op een andere manier excelleren dan de kaders van honours voorschrijven? En mogen ze dat ook als er extra ondersteuning nodig is om dat voor elkaar te krijgen?

En dan is er nog de vraag: wie mag er meedoen? Vaak wordt gekeken naar cijfers, terwijl hoogbegaafden niet altijd goede cijfers hebben. Probleem is dat er niet een kant en klare definitie van hoogbegaafdheid is, dus hoe kun je dan selecteren?

Excellentie is absoluut belangrijk voor een universiteit, om de wetenschap beter te maken. Dat zien hoogleraren en ook bestuurders. Alleen: het bestaan(srecht) van universiteiten hangt af van de massa die het werkveld ingaat.

Wat hebben docenten nodig?
De tweede spreker was Lianne Hoogeveen van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek. Zij ging in op de docenten. De ECHA-opleiding heeft veel ervaring met het trainen van docenten om goed onderwijs en begeleiding te bieden aan hoogbegaafde leerlingen. Wat heeft een docent nodig? Allereerst een stevige theoretische basis, zodat ze zelf een mening kunnen vormen. Praktijkervaring is essentieel, net als onderzoek kunnen doen en lezen. Daarnaast moet je een nationaal en – liefst ook – internationaal netwerk hebben. Je kunt alleen iets doen als je hulp hebt van anderen.

Zou dit ook moeten gebeuren met docenten van universiteiten? Zij willen het beste uit hun studenten halen, maar kunnen niet oog voor alles hebben. En studie-adviseurs? Zij krijgen de studenten vaak te zien, vanaf het allereerste begin, en zouden de signalen moeten kunnen oppikken.

Je eigen meerwaarde kennen
Aan de andere kant zouden hoogbegaafde leerlingen in het voortgezet onderwijs bewuster van zichzelf moeten worden gemaakt. Ze moeten hun eigen handleiding kennen, niet alleen wie je bent en wat je kunt, maar ook de vaardigheden om met je eigen hoogbegaafdheid om te gaan in het sociale verkeer. En weten wat je nodig hebt. Dan kun je op de universiteit beter voor jezelf op komen, en je wensen duidelijk maken. Het gaat dan niet alleen om cijfers, maar ook wat je daarnaast hebt gedaan. Een portfolio waar je zelf verantwoordelijk voor bent en waarin je jouw groeiproces laat zien, kan daarbij helpen.

Want dat hoogbegaafden een meerwaarde kunnen hebben is zonder meer duidelijk: zij kunnen de topwetenschappers van de toekomst worden. Mits ze terecht komen in een goede omgeving, voldoende worden uitgedaagd en ze de ruimte krijgen om hun eigen pad te volgen.

Wat we ook zien is dat hoogbegaafden vanuit het primair onderwijs als ‘herkend en erkend’ binnenstromen in het voortgezet onderwijs. Ze zijn getest, op school wordt er veel met hen gedaan. Hun ouders zijn mondig en betrokken als het gaat om wat hun kind nodig heeft. En ze schuwen een proces niet om de school te laten voldoen aan de de behoeftes van hun kind. Nog een paar jaar en die generatie gaat naar de universiteit. We zien dat nu ook al, in de media zijn er voorbeelden van hoogbegaafde leerlingen die zaken aankaarten als het gaat om onderwijs. Neem bijvoorbeeld iemand als Sywerd van Lienden die vanuit het LAKS zich manifesteerde en zeer mondig is.

Hoe nu verder?
Tijdens de bijeenkomst hebben we met de vertegenwoordigers van de universiteiten en andere organisaties de vragen en mogelijke antwoorden verkend. We waren erg blij met hun input en betrokkenheid. Nu maken we een document op basis waarvan we graag verder het gesprek aangaan met de universiteiten, op alle niveaus. Om te kijken welke mogelijkheden er zijn, en wat de kennis en ervaringen in het voortgezet onderwijs kan betekenen voor het hoger onderwijs.

Vragen die vaak naar voren kwam, zijn:
– hoe kunnen we de wettelijk toegestane vrije programma’s meer gebruiken voor hoogbegaafden? En zij voor zichzelf?
– hoe kunnen we docenten en adviseurs op de universiteit helpen hoogbegaafden te herkennen en erkennen?
– kunnen we, net zoals honours, beginnen met kleine experimenten aan de rand van het universitair onderwijs, om op die manier ervaringen en kennis op te doen?
– welke initiatieven en activiteiten zijn er al op de universiteit waar we gebruik van kunnen maken?

Genoeg te doen dus. Wij zijn er klaar voor. We delen graag onze ervaringen en staan open voor de dialoog.

Nieuwe (aspirant-)leden Vereniging BPS

De Vereniging BPS is erg verheugd met drie nieuwe aspirant-leden: het Corlaer College, het Orion Lyceum en Christelijke basisschool Het Kompas. SG Huizermaat en het Ludger College zijn vanaf nu volwaardig lid.

Op dit moment telt de Vereniging 40 leden in het voortgezet onderwijs (28 leden en 12 aspirant-leden), en 13 leden in het primair onderwijs (5 leden en 8 aspirant-leden).

Op de pagina Scholen vindt u een overzicht van alle scholen. Op de pagina Lid worden? vindt u informatie over hoe uw school lid kan worden.

Column Dick van Hennik # 6: Passend onderwijs voor hoogbegaafden

Passend onderwijs voor hoogbegaafden: een plan of een arrangement

De brief van Staatssecretaris Dekker als reactie op de motie Straus, dd. 23 april 2014 is met brede instemming ontvangen. Hoogbegaafdheid is erkend en er zijn middelen beschikbaar. Een goede zaak. We kunnen aan de slag.

Maar eerst moet er m.i. enige ordening in de beeldvorming komen. Wat zeggen de woorden ‘passend onderwijs’. Passend op wat, voor wie en waartoe? De bedoeling is dat elk kind het onderwijs ontvangt dat hem of haar past. Maar in de praktijk gaat het toch vooral om onderwijs aan kinderen aan wie een zekere problematiek kleeft. Om die reden zijn in het verleden de Samenwerkingsverbanden opgericht, waarvan elke school deel dient uit te maken. Voor leerlingen voor wie het gewone onderwijs geen oplossing heeft, wordt een begeleidingsplan opgesteld of een zorgplan. Dit alles met de bedoeling om te kunnen voldoen aan de eisen die door dat ‘gewone’ onderwijs aan de leerlingen worden gesteld.
De vraag is of het feit dat je hoogbegaafd bent een reden is voor het opstellen van een zorgplan of een begeleidingsplan. Laat ik uitleggen wat ik bedoel.

Ons schoolsysteem is gericht op een aantal niveaus. Wie het vmbo gemakkelijk aankan, zal het op de havo mogen proberen. Zo verloopt ook de keus voor het vwo t.o.v. de havo. Maar dan. Wat gebeurt er met de leerlingen die het vwo gemakkelijk aankunnen? Voor hen hebben we geen hoger niveau beschikbaar. De realiteit is dat voorbereidend wetenschappelijk onderwijs zoals wij dat kennen, voor hoogbegaafde leerlingen ook niet het juiste schooltype is. De vraag is of daarvoor een zorgplan of een begeleidingsplan nodig is. Is een hoogbegaafde leerling per definitie iemand die zorg nodig heeft?

We hebben in Nederland onze zorgstructuur grotendeels ingericht om leerlingen te helpen om een bepaald niveau alsnog te halen, omdat dit zonder hulp niet mogelijk is. Bij hoogbegaafden ligt het wat anders. De zorg waar de staatssecretaris over schrijft gaat bij hoogbegaafde leerlingen belemmering in hun ontwikkeling, doordat ze over een kam geschoren worden met ‘de gemiddelde leerling’. Hoogbegaafde leerlingen zijn in eerste instantie en vooral gebaat bij flexibiliteit in de hoofden van hun leraren en schoolleiders. Zij kunnen zorgen dat het onderwijs voor hoogbegaafden passend wordt.

Brief staatssecretaris hoogbegaafdheid en passend onderwijs

Met de motie Straus (Tweede Kamer 2012/13, 31 497, nr. 97) is de regering verzocht te kijken hoe hoogbegaafdheid kan worden meegenomen bij de verdere invoering van passend onderwijs. Met een brief aan de Tweede Kamer geeft staatssecretaris Dekker zijn visie op de relatie tussen hoogbegaafdheid en passend onderwijs en wat passend onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen kan betekenen.

Ga naar de brief

Actie Centrum voor Creatief Leren

Het bestuur van de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen (BPS) ondersteunt van harte het initiatief om een netwerk van Centra voor Creatief Leren in Nederland te laten ontstaan. Het is een bekend gegeven dat de opvang van zg. dubbel gelabelde onderpresteerders het moeilijkste onderdeel van het begeleidingspakket voor hoogbegaafden is. De expertise die inmiddels door het CCL in Sterksel is ontwikkeld, is van grote waarde voor onze scholen. Het CCL fungeert ook als expertisecentrum voor onze BPS Academie. De kennis die daar inmiddels is gegenereerd, mag in geen geval verloren gaan.

Het bestuur van de Vereniging BPS roept dan ook alle actoren (politiek, samenwerkingsverbanden, schoolbesturen, SLO, enz.) die in het kader van de brief van de staatssecretaris aan zet zijn op, om alles in het werk te stellen om het model ‘Talent in ontwikkeling’, zoals dat bij het CCL in Sterksel is ontwikkeld, voor het onderwijsveld te behouden en de spreiding over het land mogelijk te maken.

Nu ook basisscholen lid van BPS

Sinds 1 januari 2014 kunnen ook basisscholen lid worden van de Vereniging BPS. Sinds april 2014 zijn de eerste basisscholen (aspirant-)lid. Kijk hier welke dat zijn.

‘Hartstikke hoogbegaafd is hartstikke leuk!’ Moeder en dochter schrijven boek over hoogbegaafdheid

Op veertienjarige leeftijd een boek schrijven, dat kan niet elke tiener zeggen. Bredase Loes van der List (14) schreef samen met haar moeder Floor Raeijmaekers het boek ‘Hartstikke Hoogbegaafd’. Met deze gids willen moeder en dochter ouders met hoogbegaafde kinderen kennis geven over hoogbegaafd zijn.

Lees verder…

‘Plusklas helpt hoogbegaafd kind te weinig’

“Een plusklas instellen om hoogbegaafde kinderen op te kunnen vangen is geen oplossing. Het herkennen van hoogbegaafdheid moet deel uit gaan maken in de praktijk vanaf de 1e klas van de basisschool.” Dat stelt Henny van Hal, specialist hoogbegaafdheid uit Duiven. Van Hal deed deze uitspraak tijdens het Festival van Talent op het Olympus College in Arnhem dit weekend. Het festival werd bezocht door meer dan 1.000 ouders en kinderen

Lees verder…

Column Dick van Hennik #5: Een nieuw paradigma in zicht?

Column Dick van Hennik
Nummer 5: Een nieuw paradigma in zicht?

Dick van Hennik is onder andere voorzitter van de Vereniging BPS. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel

Wat me het beste bevalt in het nieuwste plan van aanpak van staatssecretaris Dekker? De opmerking die hij in Engeland heeft opgepikt: “You’ll see it, when you do it”. Deze quote staat bij de opmerking dat we maar moeten ophouden met het vinden van een definitie van excellente leerlingen, toppresteerders, hoogbegaafden (zie kader op pagina 3 van het plan van aanpak). Als hij deze uitspraak werkelijk in al zijn consequenties aanvaardt, lijkt het erop dat het vertrouwen in het onderwijs weer terug is in de politiek.

Ik laat er mijn eigen interpretatie maar op los. Mag dit betekenen dat er ruimte komt voor het experiment, waarbij schoolleiders en schoolbestuurders niet meer schichtig kijken naar de opbrengstencijfers? Of naar de vraag of er wel voldaan wordt aan reeds lang vergeten wetsartikelen waar scholen misschien niet aan voldoen? Dat er weer ruimte ontstaat voor het kijken naar de behoefte van leerlingen, dat het keurslijf minder knellend wordt, waardoor leren weer centraal komt te staan? Het gaat tenslotte om leren en niet om de vraag of leerlingen wel het juiste aantal uren in een ruimte verblijven.

Alle tekenen wijzen erop. De staatssecretaris heeft zich goed laten informeren. Zo heeft hij van de leerlingen rond de website www.brightlights.nl geleerd (tijdens de zogenaamde Brightlabs) dat het goed is om voor hoogbegaafde leerlingen ruimte te creëren, waardoor ze hun eigen leren ter hand kunnen nemen. En wat te denken van het promotiefilmpje. We zien beelden van drie scholen, één basisschool (Het Talent in Lent) en twee middelbare scholen  (Het Picasso College en Het Pallas Athene College), waar Dekker op bezoek is geweest. Het is toch mooi dat deze scholen alle lid zijn van de vereniging BPS.

In veel gevallen heeft de staatssecretaris vastgesteld dat ook de overheid zelf in de plannen een belangrijke taak heeft: het weghalen van hindernissen. Is het niet al langer bekend dat creativiteit loskomt als er ruimte is voor experiment? Dat ruimte voor experiment ook betekent dat iets kan mislukken? Dat je van ‘fouten’ kunt leren? Of liever, dat je van mislukkingen kunt leren?
Nederland wil meedoen op het hoogste niveau en wil dus de ontwikkeling van toptalent stimuleren. Dat betekent dan wel dat er ook besef moet zijn van risico’s op tijdelijke terugval. Wie wil leren van mislukking, moet ook de gelegenheid krijgen om van de mislukking te herstellen.

Het is dan ook goed om te lezen dat de inspectie gaat werken met gedifferentieerd onderwijstoezicht. Dat vraagt om een forse heroriëntatie bij de Onderwijsinspectie, waar men jaren heeft besteed aan het ontwerpen van steeds weer feilbare toezichtskaders. Waar men zich in hoge mate heeft verlaten op in getallen uit te drukken onderwijsresultaten. Ik zeg met nadruk onderwijsresultaten en niet leerresultaten. Leerresultaten zijn namelijk niet objectief meetbaar, want deze zijn voor elke individuele leerling verschillend. De ambities van de staatssecretaris – die ik volledig ondersteun – vragen om niet minder dan een paradigmawisseling. Ik hoop van harte dat de overheid het onderwijs en zijn inspecteurs daarvoor de tijd gunt, dat het zicht op dat nieuwe paradigma in een open dialoog mag worden gevonden.

Tenslotte nog dit. Voor de zoveelste keer wordt de aandacht gevestigd op het feit dat we excellente leraren nodig hebben om deze ambities waar te maken. Ik ben ervan overtuigd dat we net zo goed excellente bestuurders, inspecteurs en schoolleiders nodig hebben. En om dat te bereiken, heeft het onderwijsveld tijd en ruimte nodig. Ik mag dan ook stellig hopen dat de politiek niet uit is op korte termijnresultaten. Creativiteit vraag ook ‘crea-tijd’.

Dick van Hennik
voorzitter BPS

Staatssecretaris Dekker presenteert Plan van Aanpak Toptalenten

Staatssecretaris Dekker van OCW heeft op 9 maart 2014 een plan van aanpak gepresenteerd met ruim 20 maatregelen om toptalenten in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs te stimuleren. In het begeleidende filmpje komen vertegenwoordigers van drie BP-scholen aan het woord.
In een aparte brief aan de Tweede Kamer zal Dekker terugkomen op de positie van hoogbegaafdheid binnen passend onderwijs.

Ga naar het Plan van Aanpak Toptalenten 2014 – 2018

© Begaafdheidsprofielscholen 2011 | Privacy Statement