Drie nieuwe leden Vereniging BPS stellen zich voor
De Vereniging BPS verwelkomt drie scholen als nieuw aspirant-lid:
– Bataafs Lyceum, Hengelo
– Titus Brandsmalyceum, Oss
– OBS Jan Antonie Bijloo, Rotterdam
Op dit moment heeft de vereniging in het primair onderwijs 19 leden en 7 aspirant-leden, in het voortgezet onderwijs zijn er 35 gecertificeerde leden en 10 aspirant-leden.
Hieronder stellen de nieuwe leden zich kort voor.
————————————————————————————————-
Bataafs Lyceum, Hengelo
Bas Smies, teamleider onderbouw vwo
“Wij zijn ongeveer twaalf jaar bezig met hoogbegaafdheid, dat heeft geresulteerd in het opzetten van een specifiek onderwijsconcept voor meer- en hoogbegaafde leerlingen in de onderbouw van het vwo: De Masterclass. Leerlingen volgen een speciaal samengesteld programma met extra vakken zoals filosofie en kunstzinnige vorming. Daarnaast zijn ze tien lesuren per week, zelfstandig en in een groep, bezig met verschillende projecten. Die tijd halen we door te zorgen dat de leerlingen minder uren hoeven te volgen bij bepaalde vakken. Dit jaar vieren we het 10-jarig jubileum van De Masterclass.”
Waarom zijn jullie lid geworden?
“Omdat we altijd bezig zijn met het ontwikkelen van ons concept en graag inspiratie opdoen bij andere scholen, zijn we lid geworden van BPS. Daarnaast vinden we het lidmaatschap vanuit pr-technisch oogpunt ook een meerwaarde hebben.”
Wat wil je leren van de andere leden, en wat kunnen zij van jullie leren?
“Het lijkt ons interessant om te zien hoe de andere leden hun onderwijs aan hoogbegaafden vormgeven, tegen welke problemen zij zijn aangelopen en welke oplossing ze daarvoor hebben gevonden. Uiteraard zijn scholen ook welkom bij ons, bijvoorbeeld om te zien hoe wij vorm en inhoud hebben gegeven aan een totaalconcept voor meer- en hoogbegaafde leerlingen en hoe we als kernteam van de Masterclass een professionele leergemeenschap vormen. Ook hebben we inmiddels de nodige ervaring opgedaan met het monitoren van vaardigheidsontwikkeling binnen het Masterclass-projectonderwijs.”
————————————————————————————————-
Titus Brandsmalyceum, Oss
Marink van Kessel, orthopedagoog
“We zijn als Titus Brandsmalyceum al jarenlang bezig met extra ondersteuning voor onze hoogbegaafde leerlingen. Ruim vijf jaar geleden is er een beleidsnotitie geschreven en zijn er talentbegeleiders aangesteld. Zij hebben allen een scholing gevolgd op dit gebied. We vinden het belangrijk om talent te stimuleren. Daarnaast besteden we in het schoolse leren veel aandacht aan het relatieve en absolute onderpresteren. In de brugklas geven we bijvoorbeeld standaard een training metacognitieve vaardigheden die draait rondom goed studeren voor alfa-, bèta- en gammavakken. Hierbij houden we rekening met de voorkeur voor topdown-informatieverwerking in relatie tot het bottom up-aanbod van informatie via de verschillende methodes.”
Waarom zijn jullie lid geworden?
“We zijn nu lid geworden, omdat we onze begeleiding in een breder kader willen inbedden. We zien dat we in de begeleiding aan de leerlingen al veel gewonnen hebben, maar door ons te toetsen aan de richtlijnen van de Begaafdheidsprofielscholen, zien we duidelijker waar de volgende ontwikkelpunten liggen. Daarnaast vinden we het prettig om kennis uit te wisselen en te delen met andere scholen.”
Wat wil je leren van de andere leden, en wat kunnen zij van jullie leren?
“Van andere scholen zouden we graag willen leren hoe ze omgaan met de natuurlijke drang van pubers om zich aan te passen aan de groep, terwijl wij graag willen dat ze zich durven onderscheiden. We ervaren dat jongeren niet altijd het beste uit zichzelf willen halen. We zijn ook benieuwd hoe we met elkaar een stimulerende omgeving kunnen zijn voor docenten en leerlingen; leren is een dynamisch proces waarbij het steeds normaler wordt dat klasdeuren openstaan voor extra activiteiten.
Ons brugklasarrangement draait al jaren met succes. Daarnaast hebben we een arrangement in het gymnasiumteam ontwikkeld om beter talen te studeren, die bij uitstek een bottom up-aanbod hebben. Op dit moment zijn we druk met het ontwikkelen van een tussenjaar, in co-creatie met het primair onderwijs. Dit is tot nu toe een mooi samenwerkingsproject gebleken. We starten volgend schooljaar met de eerste leerlingen in ons Titus Tussenjaar. Het samen optrekken met het primair onderwijs is zeer waardevol gebleken voor hoogbegaafde leerlingen.”
OBS Jan Antonie Bijloo, Rotterdam
Iris Ouwerkerk, directeur
“We zijn nu 10 jaar bezig met hoogbegaafdheid. Toen waren we een kleine, multiculturele school, inmiddels hebben we 250 leerlingen. We zien dat begaafdheid en hoogbegaafdheid niet cultuurafhankelijk is. In 2013 werden wij de eerste Minerva-school van Rotterdam. Dat predicaat is in het leven geroepen door ons bestuur BOOR om te laten zien dat een school passend onderwijs heeft voor de begaafde en hoogbegaafde leerlingen. Sinds 2015 werken we door de gehele school met een portfolio, waarin de kinderen doelen opstellen voor een volgende periode, werkstukken bewaren en waarin ze hun werk en doelen ook evalueren. Verder bieden wij een dag per week extra onderwijsmodules aan in onze Leertuin. De modules zijn zeer divers en leerlingen nemen hier in kleine groepen, afhankelijk van hun onderwijsbehoeften, aan deel.”
Waarom zijn jullie lid geworden?
“Ik kwam in contact met Dick van Hennik, de voorzitter van BPS. Hij vertelde wat de vereniging doet. Het leek me een mooie verrijking van wat we al doen. We hebben het als team besproken en ons toen aangemeld.”
Wat wil je leren van de andere leden, en wat kunnen zij van jullie leren?
“Binnen Rotterdam zijn we een van de voorlopers op dit gebied. We zijn druk bezig met portfolio’s, leren zichtbaar maken, doelen stellen, et cetera. We zouden graag met andere voorloperscholen in contact komen om nieuwe kennis en inzichten op te doen. We willen niet op onze lauweren rusten, het is immers nooit af.
Andere leden zijn bij ons van harte welkom om mee te kijken, bijvoorbeeld als het gaat om leren zichtbaar maken door middel van doelenborden in alle klassen. Maar ook het werken met portfolio’s.”
Column #15 – Subsidie voor ondersteuning hoogbegaafde leerlingen
Dick van Hennik is onder andere voorzitter van de Vereniging BPS. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.
Deze weken staan in het teken van de inspiratiebijeenkomsten die ik als lid van de beoordelingscommissie in het kader van de subsidie voor ondersteuning van hoogbegaafden in het primair en voortgezet onderwijs mede mag organiseren. Op 12 februari zijn we gestart en inmiddels hebben we het overgrote deel van de bijeenkomsten achter de rug. Gezien de reacties mogen we vaststellen dat deze bijeenkomsten aan hun doel hebben beantwoord.
Met name konden we voor de betrokkenen geruststellende woorden spreken. De termijn waarbinnen de aanvragen moeten worden opgesteld en ingediend is vrij kort. De commissie stelt zich op het standpunt dat de samenwerkingsverbanden vooral uiterlijk 31 maart een aanvraag moeten indienen, ook al is die nog niet compleet. De commissie zal in dat geval de aanvraag voorlopig beoordelen en suggesties voor completering terugsturen.
Verder konden we aanwijzingen geven over de aard van de plannen. Het is mogelijk om een totaalplan als samenwerkingsverband in te dienen, maar er kunnen ook deelplannen van scholen worden verzameld. Uiteraard moeten ook de deelplannen aan de gestelde criteria voldoen. Op de site van de Dienst Uitvoering Subsidies-instellingen (DUS-I) staan vragen en antwoorden die uit deze bijeenkomsten zijn verzameld.
We hebben geprobeerd de deelnemers te inspireren door enkele voorbeelden te laten zien, die in de afgelopen jaren in het veld zijn ontwikkeld. En dat is niet gering. Kijk maar op www.talentstimuleren.nl. Creativiteit alom en ik hoop van harte dat we op deze weg doorgaan, want er is nog veel te doen. Het bleek dat het nog niet zo lang bestaande idee van de tussenklas veel aandacht kreeg. Het werd bijna gezien als een oplossing van het probleem van de ‘uitgeleerde’ leerling. In een ander artikel heb ik al opgemerkt dat dit natuurlijk geen oplossing is als er in het vervolg in het VO geen aanpassingen plaatsvinden. Niet zonder trots doelde ik op het feit dat enkele van deze initiatieven niet toevallig zijn begonnen bij begaafdheidsprofielscholen. Als de geest van het tussenjaar eenmaal uit de fles is, gaat hij er niet meer in terug. Dus kunnen we de kinderen die de ruimte van het tussenjaar eenmaal hebben geproefd, niet in de steek laten. Laat je inspireren, zou ik zeggen en gebruik daarbij de voorbeelden uit het land. De komende vier jaren mogen we beschikken over extra middelen, dus laten we de samenleving niet teleurstellen. De verwachtingen zijn hoog gespannen en het vertrouwen dat het ons gaat lukken, rotsvast.
Dick van Hennik
Video Intermezzo Hondsrugcollege
SLO/Talentstimuleren heeft een video gemaakt van ‘Intermezzo’ van begaafdsheidsprofielschool Hondsrugcollege in Emmen. Intermezzo is een leerjaar voor begaafde leerlingen die uitgeleerd zijn op de basisschool en via een tussenjaar op het voortgezet onderwijs worden voorbereid op een goede start in het eerste leerjaar van het vwo.
Drie nieuwe BPS-leden
De Vereniging BPS verwelkomt drie scholen als nieuw aspirant-lid:
– Bataafs Lyceum, Hengelo,
– Titus Brandsmalyceum, Oss
– OBS Jan Antonie Bijloo, Rotterdam
Op dit moment heeft de vereniging in het primair onderwijs 19 leden en 7aspirant-leden, in het voortgezet onderwijs zijn er 35 gecertificeerde leden en 10 aspirant-leden.
Inspiratiebijeenkomsten ‘Subsidieregeling begaafde leerlingen po-vo’
In het kader van de subsidieregeling ‘Begaafde leerlingen in het po en vo’ heeft de commissie die de aanvragen beoordeelt het plan opgevat om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk samenwerkingsverbanden en hun scholen gebruik maken van de kansen die de subsidieregeling biedt. In februari en maart 2019 worden acht inspiratiebijeenkomsten georganiseerd door de beoordelingscommissie. Deze bijeenkomsten vinden verspreid over het land plaats en zijn bedoeld voor bestuurders/vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden en hun scholen en alle betrokkenen die een begeleidende en/of coördinerende rol spelen m.b.t. passend onderwijs voor begaafde leerlingen.
Regeling doorstroom po-vo (hoog)begaafden gepubliceerd
Op 7 december 2018 is de subsidieregeling voor samenwerkingverbanden (SWV) gepubliceerd die beoogt de ontwikkeling van passend onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs te versterken. Dit is een aanvullende subsidie die voor vier jaar wordt toegekend. Het betreft een onderdeel uit het regeerakkoord waarin gesproken wordt over een extra bedrag van €15 miljoen, speciaal voor het onderwijs aan (hoog-)begaafden.
Het moet schuren. 8+-groepen op het Emelwerda
Al een aantal jaren biedt het Emelwerda College zogenaamde 8+-groepen. Vanuit de hele regio komen groep 8-leerlingen een heel jaar lang een ochtend per week om daaraan deel te nemen. Sonja de Vries-Smits is ECHA-specialist, zij coördineert de groepen en geeft er ook les.
“We merken dat (hoog)begaafde leerlingen in het reguliere onderwijs te weinig aan bod komen. Bij ons op school hebben we daarom veel aandacht voor deze groep leerlingen, zowel in beleid, activiteiten als lessen. Leerlingen kunnen verrijken, verdiepen en versnellen. Om die reden zijn we ook Begaafdheidsprofielschool. Vanuit onze regionale functie willen we ook leerlingen in groep 8 helpen die op hun basisschool zijn uitgeleerd. Daarvoor hebben we twee 8+-groepen, in elke groep zitten 12 leerlingen, ze komen van verschillende scholen in de omgeving. Dat is een ideaal aantal, je kunt dan individuele kinderen genoeg aandacht geven. En de kinderen merken ook dat er meer zijn zoals zij. Soms zijn ze de enige in hun basisschool-klas die hoogbegaafd is.
Dat is onze insteek met deze groepen: we willen dat de kinderen een beter zelfbeeld krijgen. Wie ben ik, waar sta ik, wat kan ik? En ook een beter beeld van wat leren nu echt is. De opdrachten die ze krijgen zijn daarop ingericht, vooral om te zorgen voor wrijvingsmomenten. Ze moeten hun tanden erin zetten, en ze maken fouten. Dat zijn ze niet gewend, wat zorgt voor die wrijving. Ze zijn gefrustreerd en boos. Dat moet ook. Het gaat om doorzetten, motivatie. Vervolgens kijken we samen hoe ze de opdracht hebben opgelost. Het mooie is dat ze erg blij zijn als ze hebben doorgezet en de opdracht succesvol hebben afgerond. Voor de lange termijn zijn dit uitermate belangrijke ervaringen.
We besteden ook veel tijd aan het sociaal-emotionele aspect. En aan samenwerken.
Ze zijn vaak afgeknapt op samenwerken, omdat ze anders denken dan hun klasgenootjes. Ik wil ze laten ervaren dat samenwerken een meerwaarde heeft. Daarvoor gebruik een weerbaarheidstraining waarbij het gaat om enerzijds je eigen grenzen aangeven en anderzijds samenwerken.”
Artikel Een soepele overgang voor (hoog)begaafde leerlingen
Hoe kunnen primair – voortgezet onderwijs elkaar daarbij helpen?
De overgang primair – voortgezet onderwijs is voor (hoog)begaafde leerlingen vaker een knelpunt dan reguliere leerlingen. Gelukkig zijn er in Nederlands steeds meer initiatieven om de overgang voor deze leerlingen soepel te laten verlopen. Binnenkort komt het ministerie van OCW met een regeling die bijdraagt om deze vorm van samenwerking tussen basisscholen en middelbare scholen te bevorderen. Wat komt er kijken bij een dergelijke samenwerking, organisatorisch en inhoudelijk? Desirée Houkema is specialist begaafdheid en talentontwikkeling bij het National Talent Centre of the Netherlands (NTCN) en houdt zich onder andere bezig met deze vragen. Op de Verenigingsdag gaf zij ook een presentatie (zie onderaan het artikel)
Waarom is een soepele overgang juist voor (hoog)begaafde kinderen zo belangrijk?
“Als eerste moet je je realiseren dat de scheiding tussen primair en voortgezet onderwijs kunstmatig is. De vraag is: kun je daar als leerling flexibel mee omgaan? Natuurlijk is het voor alle leerlingen belangrijk dat de overstap naar het voortgezet onderwijs soepel verloopt. En dat de doorgaande ontwikkeling is geborgd, of het nu gaat om kennis, vaardigheden of attitude. Bij (hoog)begaafde leerlingen komt daar een aantal aspecten bij. Overigens kan dat per begaafde leerling anders zijn: het is een complex samenspel van factoren.
Ze leren bijvoorbeeld sneller, en zijn daarom vaker vervroegd klaar in het basisonderwijs. We zien dan bij een groep dat ze zijn uitgeleerd op de basisschool maar op andere gebieden (sociaal, emotioneel of fysiek) nog niet toe zijn aan het voortgezet onderwijs. Ze missen dan de aansluiting met hun – oudere – klasgenoten.
Ook komt het nog vaak voor dat deze leerlingen op de basisschool nooit echt zijn aangesproken op hun eigen ontwikkelingsniveau en leertempo. Ze missen leervaardigheden en -strategieën die nodig zijn wanneer het wél lastiger wordt. Op de middelbare school merken ze dat ze ergens echt voor moeten werken en gaan aan zichzelf twijfelen met als resultaat dat ze blokkeren. Voor bijna alle leerlingen is de middelbare school wennen: groter gebouw, meer leerkrachten, huiswerk. De gevoeligheid van begaafde leerlingen kan het voor hen extra overweldigend maken.”
Is versnellen dan wel of geen optie?
“Dat is het zeker. Alleen wordt het in de praktijk niet vaak toegepast omdat leerkrachten bang zijn dat de kinderen te jong op het voortgezet onderwijs komen. Dat heeft ook te maken met het idee bij scholen dat versnellen betekent: een klas overslaan. Maar er zijn bijna 20 vormen van versnellen die je globaal kunt indelen in twee groepen. De eerste is versnellen op inhoud: een leerling zit voor het grootste deel van de tijd bij leeftijdsgenoten in de groep, maar de leerling wordt op een hoger niveau aangesproken. Of versnellen in leerjaren: de schoolperiode wordt verkort bijvoorbeeld als gevolg van vervroegd instromen, het overslaan van een groep, of het versneld doorlopen van de lesstof voor meerdere leerjaren in één jaar.”
Hoe kunnen middelbare scholen hier rekening mee houden?
“Cruciaal is dat je je bewust bent van wat je mag verwachten van deze leerlingen, zeker als ze jonger zijn (in leeftijd of gedrag) dan reguliere eersteklassers. Het kan zijn dat er op de bassischool aandacht is besteed aan zelfinzicht en aan leerstrategieën. Maar bij veel begaafde leerlingen is dat niet het geval. Soms zijn ze gepest, of hebben ze weinig zelfvertrouwen. Ook moet je beseffen dat deze leerlingen nog niet tegen hun eigen grenzen zijn aangelopen. Dat maakt ze kwetsbaar in een nieuwe omgeving die veel meer van hen vraagt op allerlei gebieden: cognitief, sociaal, emotioneel, fysieke ontwikkeling en vaardigheden. Het kan ook zijn dat de druk om te presteren als te groot ervaren wordt, omdat ze zich gaan spiegelen aan de verwachtingen van hun omgeving.
Het overdrachtsdossier dat leerlingen meekrijgen van hun basisschool is een momentopname. Als docent in de onderbouw kun je er niet vanuit gaan dat ze zomaar alles kunnen. Het gaat om een complete benadering, didactisch en vakinhoudelijk, maar zeker ook pedagogisch. Centraal staat de vraag: wat heeft het kind nodig om zich optimaal verder te ontwikkelen. Bij de overgang is dat een extra aandachtspunt. Mentoren en coaches kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Er moet ook een stevige basis zijn in het kind zelf: je persoonlijke kwaliteiten en uitdagingen kennen, zelfreflectie kunnen toepassen, de juiste vaardigheden hebben. En kunnen vragen om hulp als het nodig is. Bij alle initiatieven voor deze groep staan deze aspecten centraal.”
Welke initiatieven zie je vooral?
“Je hebt bijvoorbeeld de zogenaamde 8+-groepen. De leerling zit nog in groep 8, maar staat ook met een been in het voortgezet onderwijs. Het zijn groepen leerlingen van verschillende basisscholen uit de regio die een dagdeel in de week een uitdagend aanbod van o.a. vakdocenten én gespecialiseerde begeleiding krijgen op een middelbare school. Deze leerlingen hebben nog behoefte aan de basisschool-omgeving waarvan zij in groep 8 met diverse activiteiten, zoals een musical, afscheid nemen. Tegelijkertijd hebben ze ook al baat bij de mogelijkheden die het voortgezet onderwijs kan bieden voor hen. In een groep met gelijkgestemden ontwikkelen zij dat jaar ook alvast nieuwe vriendschappen die bijdragen aan een stevige basis voor het vervolgonderwijs . Twee vo-scholen in Emmeloord – het Zuyderzeelyceum en het Emelwerda College – hebben bijvoorbeeld al zo’n 10 jaar zulke klassen en werken hierin samen met het basisonderwijs.
Daarnaast heb je de sneller lerende kinderen waarvoor het versneld doorlopen van de basisschool effectief is. Zoals gezegd, zijn ze dan jonger dan de andere brugklassers en missen de bagage om zich goed staande te kunnen houden op een middelbare school. Het Stedelijk Gymnasium Nijmegen heeft bijvoorbeeld Intermezzo, een tussenjaar. Eigenlijk een klas 0. Bij het Odulphuslyceum in Tilburg is de hele onderbouw voor deze jonge, versnelde leerlingen anders ingericht, waarbij het vooral gaat om persoonlijke en sociaal-emotionele ontwikkeling en het aanleren van vaardigheden.
Het mooie is dat wat er voor begaafde leerlingen wordt ontwikkeld, illustreert wat er breder speelt en nodig is: meer maatwerk en flexibiliteit, meer aparte trajecten binnen de school en meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Het begint bij een selecte groep, maar wordt op een gegeven moment de normaalste zaak van de wereld voor de hele school.”
Hoe zorg je ervoor dat een samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs slaagt?
“De belangrijkste notie is: denk groter dan je eigen school. Neem samen de verantwoordelijkheid in de regio om deze leerlingen te helpen. Want daar gaat het om: begaafde kinderen naadloos te laten doorstromen van primair naar voortgezet onderwijs. Dat moet ten alle tijden centraal staan binnen de regionale samenwerking. Ik besef me dat dit een gevoelig punt kan zijn. Middelbare scholen vissen binnen een regio in dezelfde vijver, het concurrentiedenken neemt een belangrijke plek in. Terwijl we zoveel van elkaar kunnen leren. Door bij elkaar te kijken kun je je eigen onderwijs aanscherpen en verbeteren. Ik kan me voorstellen dat bestuurders hier een initiërende rol in kunnen spelen.
Het mooie is dat scholen – binnen of buiten een regio- met ongeveer dezelfde initiatieven bezig zijn. En ook al is er weinig kennisuitwisseling, er ontstaan wel verschillen doordat men schooleigen keuzes maakt, gebaseerd op hun onderwijsvisie. Het Hondsrug College en het Stedelijk Gymnasium Nijmegen hebben allebei een tussenjaar. De intentie is dezelfde, de uitwerking is echt anders.
Er is dus (regionale) diversiteit, alleen ontbreekt het aan overzicht van wat er is. Samenwerkingsverbanden kunnen dat in kaart brengen en stimuleren om elkaar te ontmoeten. Met een dergelijke inventarisatie kun je ook zien wat de regionale blinde vlekken zijn. Welke school, of combinatie van scholen, sluit het beste aan om hiermee aan de slag te gaan?”
Dus: meer met elkaar praten?
“Zeker, en niet alleen middelbare scholen onderling over de regionale aanpak. Ook tussen primair en voortgezet onderwijs. Je moet elkaars wereld leren kennen, dezelfde doelen formuleren om te komen tot een doorlopende leerlijn. Als basisschool moet je anticiperen op wat jouw leerlingen in het voortgezet onderwijs gaan tegenkomen. Als middelbare school moet zorgen voor de follow-up: hoe krijg je de begaafde leerlingen binnen en wat gaan ze doen? Bespreek en maak duidelijk waar je kracht ligt en waar je elkaar ontmoet. Ook belangrijk: welke verwachtingen mag en kun je van elkaar hebben? Soms loopt het mis op de samenwerking tussen de docenten. Het primair onderwijs heeft een pedagogische focus, terwijl op de middelbare school het meer gaat om de didactiek en inhoud. Dat moet je goed afstemmen. Daarbij gaat het ook om bevoegdheden: wat mogen docenten uit de verschillende sectoren wel en niet?”
De boodschap is dus: niet de vorm centraal maar de leerling?
“Absoluut. Neem leerlingen serieus, luister naar wat ze nodig hebben. Denk met hen mee: waar loop je tegenaan? Wat heb je nodig om je te kunnen ontwikkelen? En zorg dus voor een doorlopende leerlijn zonder hobbels omdat er ‘toevallig’ twee verschillende onderwijssectoren zijn.”
Download hier de presentatie van Desiree Houkema die zij gaf op de Verenigingsdag.
Bekijk de regeling van het ministerie van OCW
Expertmeeting SLO Talentnetwerk Limburg
Het SLO Talentnetwerk Limburg nodigt u graag uit voor de expertmeeting op woensdag 30 januari 2019, vanaf 14.00 uur op basisschool de Driesprong, Haesselderstraat 9, 6166 EG Geleen.
Het SLO Talentnetwerk Limburg biedt een digitaal platform voor uitwisseling tussen leden van het landelijke SLO Talentnetwerk, een netwerk van professionals met expertise, ervaring en/of affiniteit met talentontwikkeling in brede zin. Het doel van dit netwerk is om samen met andere professionals in de regio bij te dragen aan het creëren van ruimte om de ontwikkeling van talenten van leerlingen te stimuleren. Regionale contactpersonen brengen deze professionals met elkaar in contact en verbinden verschillende initiatieven om dit doel te bereiken. De contactpersonen voor de regio Limburg van het Netwerk zijn: Jo Verlinden (oud BCO Onderwijsadvies Venlo) en Jan Koster (oud SLO Enschede). Dit zijn vrijwilligers, zonder budget.
Wij leggen de focus op hoogbegaafdheid in het PO en VO. Ongeveer 10% van alle leerlingen laat kenmerken zien die duiden op (hoog)begaafdheid. Naast een sterk ontwikkelingspotentieel beschikken begaafde leerlingen over creërend denkvermogen en een sterke gedrevenheid. Het is niet vanzelfsprekend dat dit zich ook uit in excellente prestaties op één of meerdere gebieden. Hiervoor is een stimulerende leeromgeving nodig, met onderwijsgevenden die rijk onderwijs vormgeven dat (ook) aansluit bij de specifieke onderwijsbehoeften van deze leerlingen. Wij willen leerkrachten ondersteunen zodat er innovatieve ideeën over (hoog)begaafdheid ontstaan. Om die verder te ontwikkelen, te delen en uit te werken. Zodat anderen er weer gebruik van kunnen maken. Wij willen het onderwijs en het bedrijfsleven uitdagen, ideeën stimuleren en verder te brengen, met elkaar aan de slag te gaan. Om zo een duurzame beweging in te zetten waarin het hele onderwijs een lerende organisatie vormt. Een beweging van, door en met Limburgers, op weg naar een toekomstbestendig onderwijs in Limburg.
Wij denken medewerkers in het PO en VO te kunnen helpen bij het ontwikkelen van nieuwe concepten rondom met name doorlopende leerlijnen PO-VO, talentontwikkeling en digitalisering. Het daagt ons uit om met ruwe ideeën aan de slag te gaan, ideeën met een duidelijke onderbouwing, maar nog niet helemaal uitgewerkt. Om ze verder te ontwikkelen en uit te proberen in de praktijk. Wij kunnen met deelnemers initiatieven delen en dilemma’s oplossen. Om uiteindelijk de ontwikkelde initiatieven een praktische plek in de klas te geven en ze desgewenst verder te laten groeien.
U kunt zich aanmelden door een mail te sturen naar Jan Koster (janjkoster1@gmail.com).
Ontwikkelingen in de visitaties
Verslag n.a.v. secretarissenoverleg mét voorzitters op 10 september jl.
Worden de visitaties op gelijke wijze uitgevoerd? Zijn de adviezen aan het bestuur duidelijk en in voldoende mate onderbouwd? Is de gedragscode nog wel up-to-date?
Deze en vele andere vragen stonden centraal tijdens het jaarlijkse overleg tussen de secretarissen van de visitatiecommissies afgelopen 10 september. Op verzoek van een aantal visiteurs waren deze keer ook de voorzitters van de commissies uitgenodigd. Het werd een vruchtbaar gesprek. Een drietal verslagen van visitaties van po- en vo-scholen zijn naast elkaar gelegd om te kijken of ze op gelijkwaardige wijze waren samengesteld. Op basis daarvan zijn er goede afspraken gemaakt en bestaande afspraken aangepast om de kwaliteit en gelijkwaardigheid van de verslagen te verhogen. Daarnaast is een aantal vragen bij het bestuur neergelegd. De gedragscode bestaat inmiddels 10 jaar: de hoogste tijd om deze tegen het licht te houden. Moet de code wellicht nader geconcretiseerd worden om meer rekening te kunnen houden recente ontwikkelingen als de aansluiting tussen het po en vo? Is het wel realistisch om van een school die het keurmerk hoopt te verkrijgen hetzelfde te verwachten als een school die al jaren bezig is? En wanneer het antwoord ‘nee’ is, hoe leg je dit dan vast in de gedragscode? Het bestuur gaat ermee aan de slag! In de te vormen werkgroep zouden wij graag een aanvulling vanuit onze leden willen hebben: wie is er geïnteresseerd om met ons mee te denken? Wil je daartoe een mail sturen aan Antoinette van Bree: info@begaafdheidsprofielscholen.nl ? Alvast dank voor jullie inzet.
Een belangrijk onderwerp van gesprek was de constatering dat er nogal wat scholen zijn waarbij er (te) weinig is gedaan met de aanbevelingen die bij een vorige visitatie zijn gegeven. Dat kan bijvoorbeeld de aanbeveling zijn om na twee jaar een bestuurslid uit te nodigen om samen te kijken of de school goed op weg is. Hoe kunnen we dit beter monitoren of beter gezegd: hoe kunnen de scholen er voor zorgen dat dit helderder op hun netvlies staat? Wellicht kunnen de regionale bijeenkomsten die steeds frequenter plaatsvinden hier een rol spelen. Ook de constatering dat er scholen zijn waar de ontwikkelagenda op een (te) laat moment wordt vastgesteld zonder dat deze op een reguliere wijze wordt gedeeld met de belanghebbenden en wordt vastgesteld volgens een formele procedure baarde de aanwezigen zorgen. Immers: juist de mate waarin de aanbevelingen zijn opgepakt en de ontwikkelagenda die is vastgesteld naar aanleiding van de resultaten vanuit de enquête geeft juist het zelfreflectief vermogen van de scholen weer.
Uitvoerig is ook gesproken over de nieuwe wijze waarop de vereniging wil visiteren: waarderend onderzoeken (‘appreciative inquiry’). Hierbij wordt uitgegaan van het potentieel van de school en het zichtbaar maken van de vooronderstellingen die ten grondslag liggen van de keuzes die gemaakt worden in de onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. Zijn we als visiteurs in voldoende mate in staat om dit principe te hanteren en dit zichtbaar te maken tijdens de visitaties?
Ondanks het feit dat de aanwezigen van heinde en ver moesten komen waren we ervan overtuigd dat dit een zeer zinvolle middag was. Om de link met de visitatie studiedag te versterken hebben we ook besloten om de bijeenkomsten op eenzelfde dag te organiseren. Wat ons bindt is dat we geweldig vinden om een school ‘door te lichten’ en met elkaar in gesprek te gaan over het onderwijs. Vooral de gesprekken met de leerlingen leveren vaak onvergetelijke uitspraken op ?. Opvallend is ook dat ook de leerlingen uit het po heel goed in staat zijn om een visitatie te doen: prachtig om te zien met welke ogen zij een voor hen volledig nieuwe school bezien.
Hans Hampsink
Bestuurslid BPS