Opbrengsten NTCN-bijeenkomst over drop-outs & Begaafdheid
In deze artikelen deelt Desiree Houkema (NTCN) de opbrengsten van een bijeenkomst van de NTCN Klankbordgroep met vertegenwoordigers van landelijke organisaties (verenigingen, stichtingen, netwerken en gespecialiseerde opleidingen en instanties) op het gebied van begaafdheid. Hierin werden diverse thema’s geagendeerd en intensief met elkaar besproken:
1. Verrijkend onderwijs
2. Dubbel bijzondere leerlingen
3. Begaafde (potentiële) “drop-outs”
Ga naar het eerste artikel ((Potentiële) drop-outs & Begaafdheid) op LinkedIn
Ga naar het derde artikel (Van vastlopen tot perspectief op ontwikkeling) op LinkedIn
ED: Schoolbestuur start uitleen hb-leermiddelen
Schoolbestuur RBOB de Kempen start donderdag met een zogenoemde Labotheek. Daar kunnen leerkrachten materialen lenen voor hoogbegaafde kinderen.
Leerkrachten van de veertien basisscholen van RBOB de Kempen kunnen één keer per maand terecht op de Labotheek, die is gevestigd op basisscholen De Sleutelaar in Bladel en De Trumackers in Heeze. De Labotheek richt zich op de leerbehoeften van meer- en hoogbegaafde kinderen. Leerkrachten kunnen er casussen voorleggen voor advies en uitdagende leermaterialen lenen.
Bron: Eindhovens Dagblad
Artikel ‘HB-onderwijs in Coronatijd’
Op zondag 15 maart 2020 kondigt minister Slob aan dat scholen dicht moeten in verband met het Coronavirus. Niemand weet dan nog voor hoe lang. Zowel basisscholen als middelbare scholen staan voor de enorme opgave zo snel mogelijk onderwijs op afstand te creëren. Inmiddels gaan de basisscholen bijna weer helemaal open, het voortgezet onderwijs is deze week weer gestart met onderwijs op locatie. We vroegen twee BPscholen hoe de afgelopen periode is geweest en hoe zij de toekomst zien.
School op de Berg, Hanne Kiers (coördinator Plusklas)
“Meteen na het bericht van de minister was onze prioriteit om het reguliere onderwijs op orde te hebben. De week erna zijn we begonnen een eigen aanpak voor de Plusklas te ontwikkelen, ook omdat we van sommige ouders te horen kregen dat de normale stof niet toereikend was.
We hebben een bovenschoolse Plusklas, waar kinderen uit de hele regio naar toe komen. De uitdaging was om voor deze leerlingen een goede aanpak te ontwikkelen, waarbij ze zoveel mogelijk zelfstandig aan de slag konden. Mijn passie is om die dingen te bedenken, om leerlingen te helpen en te motiveren, maar ook om ze in een leerkuil terecht te laten komen. We hebben bestaande projecten zo herschreven dat het geschikt was voor onderwijs op afstand. In die weken kreeg ik heel veel mails van kinderen met trotse berichten wat ze hadden gedaan en hoe ze zich uit hun valkuilen hadden gered.
Voor heel veel hb-leerlingen was die periode – naast spannend – ook erg fijn: ze konden hun eigen tempo bepalen en hun eigen uitdagingen zoeken. Ze werden ook minder afgeleid. Het belangrijkste dat ze hebben gemist is het contact met hun peers, met elkaar praten over de dingen die je bezig houden. Ze beleven deze situatie intens.
Nog een positief punt, leerlingen leveren soms opdrachten als filmpjes in. En dan zie je een leerling die in de klas timide en stil is, ineens een hartstikke goede presentatie geven. Dat is erg mooi. En geeft ons als leerkracht weer handvatten om verder met zo’n leerling te gaan.
De school gaat steeds meer open, de Plusklas zal dit jaar niet meer normaal gaan draaien. Omdat de kinderen uit de hele regio komen, hebben we volgens het protocol besloten dat de Plusklas nog niet kan gaan starten voor kinderen van andere scholen.
We hebben mooie inzichten kunnen opdoen. Deze vorm van hb-onderwijs op afstand is bijvoorbeeld een prachtige aanvulling voor kinderen die niet naar ons toe kunnen komen. We willen kijken of we dat in de toekomst kunnen uitwerken. Ook denk ik dat het voor hb-leerlingen fijn is om af en toe thuis te mogen werken, maar wettelijk gezien is dat lastig. En we hebben lang tegen een online portfolio gehikt, dat was er nu binnen twee weken. Ineens gaan er allerlei mogelijkheden open.”
Theresia Lyceum, Tina Leyds
“Het was goed om niet meteen met ons TOM-onderwijs te starten, de leerlingen moesten wennen aan het online leren. We werken op school met MS Teams, dat gaat goed. Leerlingen hebben per vak een eigen team. Als school hadden we het voordeel dat elke leerling in de onderbouw een eigen laptop moest aanschaffen voor het begin van het nieuwe schooljaar.
We hebben een uitgebreide keuze aan digitale activiteiten online gezet. Leerlingen konden deze thuis doen. Ze melden zich daarvoor aan door zich aan te sluiten bij het MS Team voor de hb-leerlingen. De reacties waren over het algemeen positief, een aantal leerlingen vonden het interessant en uitdagend. Van andere hb-leerlingen kregen we het bericht dat ze genoeg hadden aan de reguliere online lessen. We hebben hen wel geprobeerd te stimuleren toch mee te doen. Van de 172 hb-leerlingen op onze school heeft meer dan de helft meegedaan aan een project vóór covid-19 (voor de projecten we maken gebruik van het TASC-model).
Naarmate de weken voorbij gingen kregen we van onze mentoren signalen dat sommige TOM-leerlingen behoefte hadden aan meer begeleiding. Daarvoor hebben we een apart Team opgezet, met een code. Daar konden leerlingen terecht met hun vragen en vooral ook hun ervaringen. De een heeft aanpak-tips nodig, de ander sociaal-emotionele ondersteuning.
De afgelopen weken hebben een aantal docenten, meer dan eerst, in de gaten gekregen dat de zelfsturende autonome leerling veel meer vrijheid nodig heeft. En aankan.
De komende weken nodigen we alle hb-leerlingen in kleine groepen online uit om ervaringen met elkaar uit te wisselen. En we zetten een enquête uit onder leerlingen, de uitslag zal worden meegenomen in de evaluatie voor het opstarten van komend schooljaar.”
Column #20 – Coronatijd: ramp of zegen voor begaafde leerling?
Dick van Hennik is onder andere voorzitter van de Vereniging BPS. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.
“Ja en nee”, antwoordde de begeleider van begaafde leerlingen van een gerenommeerd bureau. Waar de een verlost bleek van dodelijk saaie lessen, werd de ander een effectieve werkwijze ontnomen. Voor mijzelf betekende het overigens een uitbreiding van mijn repertoire. Voorheen was ik wat afkerig van online begeleiden, maar de nood heeft zeker tot een deugd geleid. Waar je voor de crisis per uur afsprak en naar elkaar toe reisde, kun je nu meerder keren per dag kort met elkaar afspreken en de leerlingen vrijwel op de voet volgen. Maar wat betekent het voor de leerlingen?
Pim, 13 jaar, 3 gymnasium liep averij op. Tot nu toe had hij het prima gered door tijdens de lessen effectief op te letten. Luisteren als hij dat nodig achtte, wegdromen als het kon. Thuis werken was dan niet nodig; opdrachten inleveren was van belang voor leraren en ouders, niet voor Pim. Hij maakte het goed met zijn proefwerken, die over het algemeen goede resultaten opleverden. Een sporadisch ongelukje daargelaten. Maar nu Pim thuis kwam te zitten, werd hij afhankelijk van de teksten in zijn boeken en de elo en diende hij een dosis discipline aan te dag te leggen die hij ten enenmale miste. “Krijg zo’n type maar een aan het werk”, zuchtte de begeleider.
Heel anders verging het Maartje, 7 jaar, groep 4. De lessen waren saai, vooral rekenen en taal. Ze moest dingen leren op de manier van de juf, maar die verplichte sprongetjes bij rekenen maakten de zaak behoorlijk omslachtig. Er zijn immers gemakkelijker methoden. Maar als je pas 7 bent, ga je niet zo gemakkelijk tegen de instructies van die vriendelijke juf in. Thuis is dat anders. Tegen je moeder mag je natuurlijk wel mopperen dat het allemaal zo saai en omslachtig is. Maartje ontdekte dat mopperen loont: haar argumenten sloegen aan bij haar moeder. Nu werd rekenen een fluitje van een cent en toen ze al het andere werk ook ‘even deed’, strekte een zee van vrije tijd zich oneindig voor haar uit. Toen haar ouders beloofden dat ze met de juf zouden gaan praten, werd de coronatijd uiterst ontspannen.
Dan hebben we nog Noor, 14 jaar, 3 atheneum. Noor zit al maanden thuis en is bezig aan een terugkeer op school. De vraag was of ze alle leerstof zou moeten inhalen die haar klasgenoten in de loop van het jaar hadden doorgewerkt. Fysiek naar school gaan was door allerlei omstandigheden niet mogelijk, maar het zou jammer zijn als Noor de derde klas over zou moeten doen. Ook hier bleek de coronatijd een kans. De docenten moesten ook aan het improviseren en zoals het op vele scholen gaat, moeten er ook op haar school aanpassingen op het bevorderingsbeleid plaatsvinden. Men besloot daar de ijzeren formule van leren en toetsen te versoepelen tot het opleveren van werk. Werden deadlines niet gehaald, dan was een afsluitende toets het alternatief. En zo kan ook Noor zich kwalificeren voor de overgang naar het volgende schooljaar.
Pim moet nog aan de bak. Hem wachten in juni voor alle vakken afsluitende proefwerken. Alle kans dat hij die glansrijk gaat halen.
Onderzoek zelfregulering bij afstands- en contactonderwijs in het po
Voor leerlingen is het belangrijk een eigen pad uit te stippelen. Een goede zelfregulering helpt daarbij. In de afgelopen periode is daar in het onderwijs op een andere manier aan gewerkt. Daarom doet Informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling van SLO onderzoek naar zelfregulering bij afstandsonderwijs en contactonderwijs in het basisonderwijs.
Dit onderzoek vindt plaats in samenwerking met de Radboud Universiteit van Nijmegen onder begeleiding van Dr. Helena (Heleen) Pennings en het Informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling van SLO onder begeleiding van Nora Steenbergen-Penterman.
Webinar ‘Hb-leerlingen in tijden van Corona’
Webinar gegeven door prof. dr. Tessa Kieboom en prof. dr. ir. Kathleen Venderickx waarin ze tips en tricks aanreiken voor veel gestelde opvoedingsvragen bij hoogbegaafde kinderen. Vandaag behandelen ze de vele vragen en zorgen als ook het gebruik van schermtijd.
Focus op Radio1 – Hoogbegaafdheid: vloek of zegen?
Hoogbegaafd zijn, het kan voor- en nadelen hebben: je leert veel sneller, maar je kunt ook het buitenbeentje zijn op school. In Radio Focus vertellen Sima de Bruyn-Daoud, Anouar Yujil en Karim Amghar over hun ervaringen.
7 maart start de Week van de Hoogbegaafdheid
Het verspreiden van kennis over hoogbegaafdheid is het doel van de ‘Week van de Hoogbegaafdheid’. Dit jaar vindt de week voor de vijfde keer plaats, van 7 tot en met 15 maart 2020. De organisatie streeft ernaar dat er op zoveel mogelijk plaatsen in Nederland en Vlaanderen in deze week activiteiten plaatsvinden met hoogbegaafdheid als centraal thema.
Brabants Dagblad: ‘Gymnasium Plus voor hele slimme, Tilburgse kids’
Vier jaar geleden ging Groep 9 van start bij het Odulphuslyceum in Tilburg. Eén van de eerste initiatieven voor ‘slimme kinderen’. Het heet inmiddels Gymnasium Plus. De school, docenten, een ouder en twee leerlingen vertellen over hoe het er nu voor staat met dit initiatief.
Column #19 – Verbinding
Dick van Hennik is onder andere voorzitter van de Vereniging BPS. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.
Als regelmatig gebruiker van het openbaar vervoer mag ik het gedrag van de mens in die omgeving graag observeren. Het is genoegzaam bekend dat 90% van de reizigers zich over de smartphone buigt. Zo op het oog heeft ieder zich teruggetrokken in de eigen wereld. Het lijkt erop dat men wil uitstralen niet lastiggevallen te willen worden. Even zovele individuen in de vluchtige habitat van de treincoupé. Al geruime tijd maak ik er een gewoonte van om degene die naast mij komt zitten te verwelkomen met een welgemeend ‘goedendag’. Meestal is de betrokkene verrast en kijkt hij of zij mij glimlachend aan. Behalve natuurlijk op de momenten dat mijn wens wordt geblokkeerd door de geluidswal van de koptelefoon op de oren. Tien tegen één krijg ik bij het verlaten van mijn plaats een vriendelijke groet terug, ook als mijn reisgenoot zelf eerder opstaat om de trein te verlaten.
Het zijn van die waardevolle momenten die ervoor zorgen dat er een relatie kan ontstaan, hoe kortstondig ook. Het maakt de mensen mild en het kost helemaal niets. Het is dit soort behoefte aan verbinding die ook in het onderwijs zo hard nodig is. Een korte blik van verstandhouding die ontstaat als de leraar bij de deur alle leerlingen een hand geeft bij binnenkomst of vertrek. Ook die handeling kost niets en kan van zoveel waarde zijn bij de ontwikkeling van kinderen. Een mooie variatie op de hand van de leraar is te zien op meerdere filmpjes op het internet. Bij de ingang van het lokaal hangt een bord aan de muur met enkele symbolen: een hand, een vuist, een knuffel of een high five. De kinderen kunnen door het aanwijzen van een symbool duidelijk maken welk soort begroeting zij wensen. Wie een hand te gewoontjes vindt, kiest een knuffel; wie een knuffel te soft vindt, kiest voor een boks of een high five. Een prachtig voorbeeld van zien en gezien worden, een basisbehoefte van elk kind, van elk mens **.
Dick van Hennik
** https://www.sgxl.nl/deze-ochtendroutine-van-een-juf-en-haar-leerlingen-top