Actueel

  • 25 april 2022

    SLO: bijeenkomst 1 juni Samen de doelen voor elkaar

    Lees meer…

  • 21 april 2022

    Nieuw lid Montessori+ stelt zich voor

    Lees meer…

  • 20 april 2022

    CBO en NTCN: Regionale bijeenkomsten over po-vo en peergroeponderwijs

    Lees meer…

  • 20 april 2022

    Column #6 Marko Otten: 25.000 kinderen

    Lees meer…

  • 20 april 2022

    Maatwerk, professionalisering en protocollen. BPS-onderwijs op Het Noordik

    Lees meer…


  • Alle nieuwsberichten

Het ontdekken van het leerpotentieel: de KIQT+

In de afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor de groep extreem hoogbegaafde leerlingen, met een IQ boven de 145. Het denktempo van deze groep ligt veel hoger dan bij ‘gewone’ hb’ers. Ze leggen sneller en op een andere manier verbindingen. Dat maakt lineair en gesegmenteerd onderwijs voor hen lastig, ze haken snel af. Sinds 2019 is er de KIQT+ intelligentietest, onder andere voor deze doelgroep. De Prins Florisschool in Zoetermeer werkt met deze test. Ada Schaap is intern begeleider, Simone Mulder is onderwijs- en ontwikkelingspsycholoog en neemt de testen af.

Ada: “Onze school bestaat nu twintig jaar, ik werk hier vanaf de start, de laatste tien jaar als intern begeleider. Ik heb meegewerkt en meegedacht aan de ontwikkeling van de school. Dat was een hele mooie uitdaging. In het begin hadden we nog geen specifieke hb-aanpak, we zagen wel de verschillen tussen leerlingen, bijvoorbeeld hoe ze leerstof opnamen en verwerkten. Dan ga je verder kijken: wat heeft deze leerling nodig?

Met kleine stapjes zijn we begonnen, eerst compacten en verrijken, vervolgens een structureel aanbod. Inmiddels werken we met geschoolde ib’ers. We zagen het ook als uitdaging om ons te profileren, het geeft ons de kans om ons te onderscheiden van andere scholen in de wijk.

We gebruikten al de SIDI PO, daar komt al veel informatie uit. Maar juist als het gaat om onderpresteerders of heel erg slimme kinderen heb je te weinig om te kunnen aansluiten op hun leerpotentieel en -vraag. Plus, er is een enorm verschil tussen kinderen met een IQ van 125 en 145 en daarboven. Bij een leerling kwam uit de test een IQ van 151 maar zijn lezen blijft achter, is hier sprake van een twice-exceptional-leerling?

Deze doelgroep is onderdeel van onze populatie, we willen hen niet zien als aparte groep. Daarom is de KIQT+ zo belangrijk voor ons: het geeft ons de kennis en handvatten om ook de hele slimme leerlingen te bedienen.”

Simone: “Ik werk als gedragswetenschapper bij de jeugdbescherming, dus niet in het onderwijs. Wel heb ik veel ervaring met het testen van kinderen. Vorig jaar vroeg Tamara Catsburg, ib’er op de Prins Florisschool, of ik mee wilde werken aan de normering van de KIQT+ test. Ze had een presentatie bijgewoond van Femke Hovinga (een van de mensen die de test hebben ontwikkeld) en ze vond het erg interessant dat er een test was voor extreem slimme kinderen.

En dat niet alleen, de test houdt ook rekening met de beperkingen van hb-leerlingen. In de vormgeving zitten weinig prikkels, omdat hb’ers erg op de details letten. Het kan zijn dat ze daardoor niet komen tot een goed antwoord. De hele makkelijke opgaven zijn eruit gelaten, juist dit soort vragen kunnen demotiverend of verwarrend zijn. Ook is de test zo ontworpen dat invloeden van de opvoeding zoveel mogelijk buiten beschouwing worden gelaten. Na de herfstvakantie ben ik echt begonnen met het testen van leerlingen op de Florisschool.”


Leerpotentieel

Ada: “Dat is één van de mooie dingen van de KIQT+, dat die rekening houdt met allerlei aspecten: niet alleen hb, maar ook bijvoorbeeld autisme en kleurenblindheid. En het gaat er niet zozeer om wat het kind aangeboden heeft gekregen, maar welk potentieel erin zit. Het geeft dus een zuivere indicatie. Bij kinderen met een migratieachtergrond is dat bijvoorbeeld belangrijk. Het gaat om de motor van het kind, niet om hoe hard de auto gaat.”

Simone: “Je krijgt een totaal IQ-score en daarbij drie indexscores. Ten eerste de fluïde redeneerindex: in hoeverre ziet het kind logische verbanden, tegenstellingen en gelijkenissen. De tweede index is visueel ruimtelijk, het gaat dan om hoe je mentale voorstellingen kunt gebruiken om problemen op te lossen. De kwantitatieve redeneerindex is de derde, het redeneren met getallen.

Op die drie gebieden krijgt een leerling een score. We maken ook een overzicht van de relatieve sterktes en zwaktes en doen een uitspraak over hoe snel een kind heeft gewerkt. Dat vergelijken we met kinderen van dezelfde leeftijd met hetzelfde IQ.”

Ada: “Het rapport geeft ons inzicht in de intelligentie van het kind. Dat geeft ons de kans om het aanbod te evalueren. Wat zetten we al in voor deze leerling? Doen we daarmee recht aan het kind? Of moeten we een ander aanbod geven op bijvoorbeeld het gebied van rekenen? Of meer out-of-the box-opdrachten? Zoals Simone al aangaf, het biedt inzicht in het leerpotentieel. Je hebt kinderen die slim zijn en het prima vinden om achterover te leunen. Nu kunnen we kijken hoe we hen kunnen prikkelen.

Tijdens de normering hadden we alleen de scores. Simone voegt nu een blad toe waarin zij ook haar observaties van de testafname beschrijft. We kleden de test steeds meer aan, daarmee kun je nog beter met elkaar in gesprek en wordt de test ook steeds waardevoller.”

Observaties tijdens de test

Simone: “De manier waarop een kind omgaat met zo’n test geeft ook informatie. Waagt de leerling een gokje bij een vraag? Of blijven ze eindeloos kauwen op een opgave omdat ze het perfecte antwoord willen geven? Soms zeggen ze ‘ik weet net niet’ om maar niet een verkeerd antwoord te hoeven geven. Je kunt ook zien hoe een kind reageert op geluiden en afleiding, hoe geconcentreerd iemand is. Dat is waardevolle informatie. Een kind dat perfectionistisch is en in de klas te makkelijk rekenwerk krijgt, gaat te veel zoeken naar antwoorden die er wellicht niet zijn.

De test is een check of je op de goede weg zit of zaken moet aanpassen. Afgelopen week hadden we een adviesgesprek met ouders en de docent. De moeder gaf al aan dat het meisje faalangstig is. Uit de test bleek dat het kind goed scoorde op IQ, een begaafd kind. Als dat er niet uit komt in de klas betekent dat dat we kritisch moeten zijn over of we het kind genoeg uitdagen en daarnaast ook rekening houden met en ondersteunen bij omgaan met faalangst.”

Ada: “De KIQT+ geeft heldere informatie, ook voor de ouders. We hebben nog nooit gehad dat we in een discussie belanden vanwege de resultaten. Dat vind ik mooi.

We hebben de afgelopen tijd een grote groep kinderen getest met de KIQT+, van wie we dachten dat de uitkomsten hen zouden helpen. Of van wie de ouders signalen hebben afgegeven. Vanaf nu gebruiken we het als instrument naast de rest, zoals SIDI PO. We zien het als een waardevolle toevoeging tot het instrumentarium.”


Over de test

De KIQT+ (Kinder IQ Test Plus, spreek uit kikt-plus) is een intelligentietest voor (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen. Waar veel andere testen zich richten op het gemiddelde kind (IQ 85-115) is de KIQT+ de enige intelligentietest speciaal bedoeld voor bovengemiddeld- tot extreem intelligente kinderen met een IQ van 105 tot 170. Bij de ontwikkeling is extra rekening gehouden met de specifieke kenmerken van (hoog)begaafde kinderen. Zo worden de opgaven niet onder tijdsdruk gemaakt, is er extra aandacht besteed aan de vormgeving en blijkt uit onderzoek dat stoornissen zoals dyslexie en autisme geen invloed hebben op het testresultaat. Daarnaast is de test ook geschikt voor kinderen die Nederlands niet als eerste taal hebben of meertalig zijn opgevoed.
Voor meer informatie over de KIQT+: www.scaliq.com

Meer lezen over extreem hb
https://www.begaafdheidsprofielscholen.nl/nieuwsbericht/artikel-hyperhoogbegaafden-op-school/

© Begaafdheidsprofielscholen 2022 | Privacyverklaring