“Elk kind is hb tot het tegendeel bewezen is”. Hb-onderwijs op De Arke
Op basisschool De Arke in Burgum is hoogbegaafdheid geen label, maar het uitgangspunt. Antine Sipma is kwaliteitscoördinator en hb-specialist, Anita Hooijenga is leerkracht en hb-specialist. Samen begeleiden ze de plusklassen op school.
Antine Sipma: “We zijn een school van nu bijna 400 leerlingen. En we groeien behoorlijk. De Arke is een school waar leerlingen hun eigen koers leren varen, drie kernwaarden staan centraal: betekenisvol, authentiek en betrokken. Deze waarden zie je in de dagelijkse praktijk overal terug.
Op onze school heeft elk kind recht op passend onderwijs, dus ook leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong. Wij willen deze kinderen de juiste uitdaging, begeleiding en aandacht bieden, zoveel mogelijk binnen de eigen groep.”
Anita Hooijenga: “Dat maatwerk bieden we ook samen met een vo-school, CSG Liudger. Samen zijn we in 2021 een gezamenlijke onderwijsroute gestart: Modus. De route is gericht op leerlingen uit groep 7 en 8 en klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. Binnen de nieuwe onderwijsroute krijgen leerlingen tot 14 jaar een ononderbroken persoonlijke leerroute aangeboden, rekening houdend met het tienerbrein, het niveau, de interesses en kwaliteiten van leerlingen.”
Dat geldt dus voor al jullie leerlingen? En hoe ziet een dag er voor de leerling uit?
Sipma: “Klopt, het is voor alle leerlingen in groep 7 en 8. We starten elke dag actief met sport en bewegen. Op deze manier activeren we het tienerbrein en kunnen leerlingen hun hoofd leegmaken. Vervolgens is er een check-in. Hoe voel ik me vandaag? Hoe gaat het met je? Daarover gaan we met elkaar in gesprek. Vervolgens is er aandacht voor groepsdoelen, persoonlijk doelen en de agenda van de dag besproken. De dag wordt afgesloten met een check-out. Hier worden de successen van de dag gevierd.”
Hooijenga: “Na de check-in gaan de leerlingen aan de slag met Nederlands en rekenen, op eigen niveau. Op MODUS geven vakdocenten van CSG Liudger les, zodat de overgang van PO naar VO kleiner wordt. In de middagen werken we volledig thematisch met curriculum 10-14 en volgens een vaste leercyclus.
Curriculum 10-14 is een onderwijsconcept dat is opgebouwd rondom de behoeftes van het tienerbrein. Aardrijkskunde, geschiedenis, techniek, ICT, kunst & cultuur, muziek, natuurwetenschappen, taal & literatuur, Engels en Frysk zijn hieraan gekoppeld en ingedeeld in thema’s.”
Sipma: “Daarnaast maken leerlingen gedurende het schooljaar een portfolio, om te laten zien welke leerdoelen ze hebben behaald. De ontwikkeling houdt de leerling samen met de coach bij aan de hand van leertrappen. ‘Ik wil leren, naar ‘ik kan het een beetje’, naar ‘ik kan het bijna’, naar ‘ik kan het’. Op deze manier worden de leerlingen nog meer betrokken bij hun eigen leerproces en dit vergroot de leermotivatie.”
Hoe lang is de school met hoogbegaafdheid bezig?
Sipma: “We zijn BPS-gecertificeerd in maart 2016. Een aantal jaar daarvoor wist ons team nog niet zo veel van hoogbegaafdheid. Door een vraag van ouders is het balletje gaan rollen. Jan Kuipers van Cedin heeft destijds het team een training gegeven, langzaam kwam het enthousiasme.
Je kunt zeggen dat de situatie nu 180 graden anders is: wij gaan er nu vanuit dat een kind hoogbegaafd is, tot het tegendeel is bewezen.”
Hooijenga: “Zeker in groep 1 en 2 observeren we voortdurend hoe een leerling functioneert. Weten we het niet zeker? Dan geven we zo’n leerling het voordeel van de twijfel. De basis is dat we veel gesprekken voeren over de leerling: met ouders, collega’s en natuurlijk de leerling zelf. Op die manier kunnen we vaak een route vinden die voor een kind geschikt is.
Overigens zitten alle kinderen in reguliere groepen, ook de hb’ers. Voor hen bieden we verrijking, verbreding en indien nodig reflectieve leergesprekken. Waar nodig stellen we een individueel plan van aanpak op, uiteraard samen met de ouders en leerling.”
En wat als een leerling meer nodig heeft?
Sipma: “Dan hebben we plusklassen binnen de school, de Breinbrekers. Deze groepen zijn bedoeld voor leerlingen uit groep 1 t/m 8 die behoefte hebben aan extra uitdaging naast het reguliere aanbod. De leerlingen zitten hooguit anderhalf uur per week in de plusklas.
Meerdere keren per jaar kijken we welke leerlingen het meest gebaat zijn bij deelname. En een keuze voor deelname is nooit definitief: de samenstelling van de jongste groepen wisselt regelmatig, zodat we steeds maatwerk kunnen bieden en zoveel mogelijk kinderen de kans krijgen om hun talenten te laten zien.”
Hooijenga: “De Breinbrekers-klassen richten zich op creatief, analytisch en praktisch denken. Dan kun je denken aan filosofiegesprekken. Vanuit een vraag waarop je heel veel antwoorden kunt geven, gaan we met elkaar in gesprek. Zo leren leerlingen een mening te vormen en deze te verwoorden. En we geven hen de mogelijkheid om zich in te leven in de standpunten van een ander. Onderzoekend leren doen we ook. En proefjes, denkspellen en out-of-the-box opdrachten die stimuleren tot samenwerken, plannen en kritisch denken.
Een belangrijk doel bij al deze werkvormen is dat de leerlingen kunnen omgaan met hoe het voelt om iets nieuws te leren. Daarmee gebruiken we de leerkuil ook heel veel. Bij de jongste kinderen (groep 1-3) hebben de activiteiten ook een observatiedoel. In kleine groepjes kunnen we goed zien wat een leerling nodig heeft en waar zijn of haar talenten en mogelijkheden liggen. Als er dan nog steeds meer nodig is hebben Talint, de bovenschoolse plusklas.”
Wat doen leerlingen in die bovenschoolse plusklas?
Sipma: “Onze school is onderdeel van Oarsprong, waar vijf basisscholen en zeven IKC’s in de gemeente Tytsjerksteradiel onder vallen. Elk jaar kunnen we leerlingen aanmelden bij Talint. Dan kijken we of een leerling nog meer nodig dan wij kunnen bieden.
Talint is een hele dag in de week en bedoeld dat hoogbegaafde kinderen elkaar kunnen ontmoeten. En ook leren hoe ze moeten leren. Belangrijke onderdelen zijn het stellen van vragen, werken met deadlines en vallen & opstaan. Ze krijgen bijvoorbeeld colleges over allerlei hele interessante onderwerpen, dat vinden de leerlingen heel erg leuk. Wat ze minder vinden is dat ze zelf aantekeningen moeten maken. Op basis van die aantekeningen moeten ze voor een toets leren. Daarmee bereiden we hen voor op het voortgezet onderwijs.”
Hooijenga: “Ze krijgen ook schuiswerk, zoals wij dat noemen: huiswerk voor op school. Met deadlines. Dat betekent op tijd beginnen, goed plannen en vragen stellen als het niet lukt of als je het niet begrijpt. Dat zijn toch zaken die bij de hb-leerlingen minder is ontwikkeld. Overigens moet elke school hier ook tijd voor vrijmaken.
Bij de aanmelding van een leerling kijken de Talintp-docenten naar de valkuilen van het kind. Op basis daarvan kunnen ze gerichter een programma aanbieden.”
Hoe neem je dan de rest van de organisatie mee?
Sipma: “De directie is erg geïnteresseerd en betrokken. De directeur gaat ook elke keer mee naar BPS-bijeenkomsten. Als wij iets nodig hebben voor de lessen, dan is dat nooit een probleem. Dit valt gewoon onder onze formatie.
We merken dat het soms nog wel eens lastig is om collega’s mee te nemen, vooral de nieuwe medewerkers. Daarom staat hb vaak op de agenda bij overleggen. En één keer in het jaar is een studiedag waar we onze collega’s vertellen over wat we doen.
Hooijenga: “Vanuit het Oarsprong-bestuur is nu ook een kennisgroepje samengesteld, met de hb-specialisten van alle scholen. Op die manier kunnen we veel van elkaar leren.
Sipma: “Onze kracht is dat we niet bang zijn om iets nieuws te proberen. Dat we kritisch blijven en dat wat we doen nooit in beton is gegoten. Aan de andere kant weten we ook dat iets nieuws de tijd nodig heeft om te groeien.”
Meer weten?
Voor het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid werden zij geïnterviewd, in het kader van een publicatie over ouders: https://kenniscentrumhb.nl/kennis/ouders-antine-sipma-en-anita-hooijenga-even-voorstellen/