Actueel

  • 27 januari 2026

    Het bestuur #15: Ad Vermeulen

    Lees meer…

  • 23 januari 2026

    Afscheid van drie bestuursleden

    Lees meer…

  • 21 januari 2026

    Sint-Janslyceum: “Het MT is direct betrokken bij het hb-onderwijs”

    Lees meer…

  • 12 januari 2026

    Column #19 Marko Otten: Basisboek HB

    Lees meer…

  • 5 januari 2026

    Basisschool Geert Groote: “Hb-onderwijs staat midden in de school”

    Lees meer…


  • Alle nieuwsberichten

Wetenschap en praktijk bij elkaar brengen. Een interview met Lianne Hoogeveen

Sinds een half jaar is Lianne Hoogeveen bijzonder hoogleraar ‘Identification, Support and Counselling of Talent’ aan de Radboud Universiteit. Al bijna dertig jaar werkt zij in het hb-veld. Hoe gaat zij haar hoogleraarschap invullen? En welke ontwikkelingen ziet zij in het onderwijs voor hoogbegaafden?

“Ik werk op verschillende manieren met en voor hoogbegaafden, als hoogleraar en docent, onder andere bij de master ‘Gifted Education’. Daarnaast ben ik als wetenschapper bezig hoe en welke aanpassingen we kunnen aanbrengen in het onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen. Als GZ-psycholoog begeleid ik af en toe cliënten, vooral jongeren en jongvolwassenen. Mijn grootste activiteit is hoofdopleider van RITHA, een ECHA-gekwalificeerde, postacademische opleiding op het gebied van hoogbegaafheid.”

Aandacht voor hoogbegaafdheid

“Dat ik in dit veld terecht ben gekomen, was geen vooropgezet plan. Ik had een tijd in Zuid-Amerika gewoond; toen ik in 1991 terugkwam was ik op zoek naar een baan. Die kreeg ik van mijn vroegere docent Frans Mönks, hoogleraar ontwikkelingspsychologie en pionier van het begaafdheidsonderzoek in Europa. Ik had op dat moment ieder vooroordeel over hoogbegaafden dat je kon verzinnen. ‘Dit zijn kinderen die zo’n geluk hebben’. Dat heeft heel kort geduurd, bij de eerste cliënt zag ik meteen de werkelijkheid geheel anders was.

Het onderwijsveld is ook veranderd. In de jaren 90 konden scholen nog zeggen: we doen niets met hoogbegaafdheid. Nu mag dat niet meer. Niet alleen dat, het is gelukkig een steeds meer geaccepteerd onderdeel van het onderwijs geworden. Steeds meer scholen hebben aandacht voor deze leerlingen.”

Verborgen talent

“Mijn drive zit hem in het zien van de verborgen talenten van leerlingen. Ik ben ook steeds verder af gaan staan van het labelen van kinderen. Het thema is zinvol, het labelen niet. Ik hoop dat dat ooit gaat verdwijnen. Wat ik zou willen is een positieve, individuele benadering waarbij er gekeken wordt naar het talent binnen de mens. Als hoogleraar wil ik me daar ook op richten.

Wat ik nu zie is een tweedeling: je hebt aan de ene kant kinderen met mogelijkheden om hun talenten te ontwikkelen. Aan de andere kant heb je kinderen die gehinderd worden, bijvoorbeeld omdat ze dubbelbijzonder zijn of door een migratie-achtergrond. Dan is het zo belangrijk dat kinderen individueel worden gezien en geholpen. En: mensen in onderwijs helpen, vaak ontbreekt de kennis over hoogbegaafdheid. Dat heeft niet alleen consequenties voor hoe docenten of ondersteuners omgaan met hb-leerlingen, maar ook hoe een school een visie en aanpak ontwikkeld. Daar is de grootste winst te behalen. Het gaat om de identificatie van een bepaald profiel: wat zijn de talenten en wat zijn de behoeften.

Ik ben promotor van Mariëlle Wittelings, zij doet met name onderzoek naar twice exceptionals. Hoe leer- en ontwikkelingsproblemen hun talenten kunnen maskeren. En wat je daar aan kunt doen. Op dit moment wordt er veel over het onderwerp gepraat maar is er nog weinig onderzoek. De bevindingen van Mariëlle gaan mensen in het onderwijs helpen om die leerlingen te zien, en specifieke aanbod te creëren.”

Wetenschap en praktijk

“Een andere onderzoekslijn waar ik mee bezig ben is die van de impliciete theorieën. Daar gaat heel veel fout. We gebruiken labels als hb of autisme. En dan hebben we een kader in ons hoofd hoe we moeten handelen. Mijn streven is om mensen bewuster te maken van die impliciete theorieën. Bijvoorbeeld de misvatting: ‘kinderen met een migratie-achtergrond zijn niet hoogbegaafd’. Mensen denken dat vaak niet bewust, maar het weegt wel mee in hun beoordeling.

Daarom wil ik onderzoek en praktijk bij elkaar brengen. Hoe zorg je voor uitwisseling en een wisselwerking tussen wetenschappers en mensen op scholen? De docent zegt vaak: de onderzoeker begrijpt me niet. Wetenschapper vinden vaak dat hun kennis niet wordt benut. Daar moeten we echt iets aan doen. Soms hebben scholen gewoon gelijk, onderzoekers zitten te veel in een ivoren toren. Ze hebben te weinig zicht op wat er in de praktijk gebeurt. Scholen mogen zeker kritisch zijn. Wetenschappers moeten de praktijk meer betrekken. Gelukkig gebeurt dat ook steeds meer. #Point is daar een mooi voorbeeld van.

Aan de andere kant zie je dat scholen vaak dingen klakkeloos aannemen, terwijl onderzoek nooit af is. Er is altijd wel iets op af te dingen. Bij de RITHA-opleiding leren we mensen onderzoek kritisch te lezen. Is het een goed onderzoek? Hoe groot was de groep die is onderzocht? Zijn de uitkomsten valide? Ik begrijp de ondzekerheid bij docenten die denken: ik ben geen wetenschapper. Maar onderzoek is niet heilig.”

Versnellen

“Ik doe al heel lang onderzoek naar versnelling. Zeker vroeger waren scholen erg huiverig om te versnellen. Docenten keken vooral: wanneer gaat het mis? Als het niet goed ging met een leerling kwam dat altijd door de versnelling. Terwijl het ook kan komen omdat een leerling te weinig kon versnellen. Jolanda Schuur heeft 22 onderzoeken op dat vlak met elkaar vergeleken en een literatuurstudie geschreven. Daaruit blijkt dat versnelde kinderen het in het hoger onderwijs nog steeds goed doen. Dus als er iets mis gaat, kijk naar alle aspecten.

Ook interessant, wat kunnen we leren van talentontwikkeling in de sport? Als je goed kunt voetballen, ga je vaker trainen, krijg je betere begeleiding, betere adviezen. Alles staat in het teken om het talent te ontwikkelen. Maar als je slim bent dan wordt er vaak anders gekeken. Je krijgt dan extra werk, terwijl je juist zou willen inzetten op het talent van een kind. Hoe krijg je het verborgen talent zichtbaar en hoe ga je dat vervolgens ontwikkelen?”

Rapport Onderwijsinspectie over 10-14-onderwijs

Onlangs bracht de Onderwijsinspectie een rapport uit over de het 10-14-onderwijs.

Lees hier het rapport…

BPS-leerlingenconferentie 2021

Op vrijdag 19 november 2021 organiseert de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen (BPS) de achtste conferentie voor hoogbegaafde leerlingen in het voortgezet onderwijs. De voorgaande edities werden zeer gewaardeerd door leerlingen, docenten en de sprekers, met gemiddeld een 8.

Voorbehoud
We maken nog wel een voorbehoud voor het doorgaan van de conferentie. Dat heeft te maken met de huidige en (eventuele) toekomstige maatregelen en of er genoeg scholen zullen meedoen. Uiteraard zullen we iedereen tijdig melden of de conferentie doorgaat.ous weten en dat is erg leuk en inspirerend.

Wat willen we met de conferentie?
– De leerlingen een uitdagend, verrijkend en inspirerend programma bieden. Lezingen vormen een groot deel van het programma, we besteden ook aandacht aan de ontwikkeling van metacognitieve vaardigheden. Omdat de Universiteit Utrecht onze gastheer is, kunnen de leerlingen kennis maken met het hoger onderwijs, wetenschap en hoogbegaafde studenten.
– De leerlingen verdiepende en/of verbredende kennis op vele gebieden aanbieden,
– De leerlingen inzicht en inspiratie bieden als het gaat om wetenschap en beroepenmarkt, inclusief hun rol in de maatschappij van de toekomst,
– Zorgen dat leerlingen elkaar ontmoeten,
– Zorgen voor een boost in hun zelfvertrouwen door de – voor hen – niet-alledaagse manier van les krijgen.Lezingen en sprekers
We hebben 15 – 20 interactieve lezingen en workshops op allerlei (wetenschappelijke) terreinen. Een aantal sprekers is al bekend:
Marc Bonten, hoogleraar Moleculaire Epidemiologie van Infectieziekten en lid van het OMT
Marcel V.J. Veenman, instituut voor Metacognitie Onderzoek
Rudolf Kampers, docent filosofie & oprichter Leren Filosoferen
José Borghans, universitair hoofddocent Immunologie
Stefan van der Stigchel, universitair hoofddocent experimentele psychologie
Niels van Bakel, programmaleider bij Detector R&D Nikhef
Maria Postema (workshop Vertalen), vertaalster van onder andere Twilight, The Hunger Games, Gone en Divergent, schrijfster DertiendaghMeer informatie en aanmelden? Kijk op https://www.begaafdheidsprofielscholen.nl/conferentie2021/.

Boek “Hij doet gewoon niks…”

Tijdens de verenigingsdag van 6 oktober hebben jullie tijdens de pitch van het Walburg College (en eventueel in de middag) kennis kunnen nemen van het boek van Ton Schreuders: ‘Hij doet gewoon niks …”.

Het boek beschrijft de redenen waarom leerlingen ‘gewoon niks doen …’ Enerzijds vanuit de historie van ons onderwijs en anderzijds vanuit de bevindingen uit de neurobiologie. Naast de theoretische onderbouwing en de introductie van de taxonomie van Schreuders wordt in het praktijkdeel suggesties gedaan hoe je leerlingen ‘die gewoon niks doen …’ weer actief kunt krijgen. Volgens Dick van Hennik (oud voorzitter van de BPS) een ‘must have’ voor iedereen die het onderwijs aan begaafde kinderen een warm hart toedraagt.

Het boek is te koop voor de prijs van € 35.- (incl. verzendkosten) en kan besteld worden door een mail te sturen naar ton.schreuders@ozhw.nl.

Binnen enkele dagen zal het boek dan geleverd worden.

CSG Het Streek nieuw BPS-lid

Sinds 1 oktober 2021 is CSG Het Streek lid van de Vereniging BPS. Hieronder stellen zij zich voor.

De school en de hb-aanpak
CSG Het Streek is een brede scholengemeenschap die onder andere gymnasium, Technasium en GeoFuture aanbiedt. Dit brede scala aan onderwijsarrangementen maakt onze school aantrekkelijk voor meer- en hoogbegaafde leerlingen: er is bij ons op veel manieren verrijking in het schoolprogramma aan te brengen!

Speciaal voor de meer- en hoogbegaafde leerling is het Talent Ontwikkel Programma (TOP) opgezet: een programma dat uitgaat van de behoefte van de leerling om gelijkgestemden te ontmoeten en zich in die veilige omgeving te ontwikkelen, terwijl de leerling anderzijds in een gewone schoolklas meedraait. TOP bestaat uit een aantal peergroupbijeenkomsten per leerjaar, een individuele TOP-mentor die mee kan denken op hb-gerelateerde onderwerpen, en een aantal facultatieve workshops.

Waarom zijn jullie lid geworden?
Bij het opzetten van TOP hebben we zelf al contact gezocht met een aantal scholen om daar te kijken hoe er vorm werd gegeven aan onderwijs voor meer- en hoogbegaafden. Dit hebben we als ontzettend waardevol ervaren. Het uitwisselen van ervaringen, opdoen van ideeën, aanpassen van situaties aan de werkelijkheid van onze school voelde als putten uit een groot vat vol mogelijkheden. Door ons officieel aan te sluiten bij de vereniging BPS, hopen we nog veel meer inspiratie en ideeën op te doen.

Tegelijkertijd is ons lidmaatschap zowel intern als extern ook een teken dat wij als hele school de hoogbegaafde leerling serieus nemen, ons hard voor hen willen maken en ook voor hen een zo passend mogelijke onderwijsvorm willen bieden.

Wat zouden andere leden van u kunnen leren als het gaat om hb en wat zou u van andere leden willen leren?
De peergroups die we opgezet hebben passen heel goed bij de school die wij willen zijn, onder het motto ‘samen leven, samen leren, maar zijn zeker ook een mooi initiatief waarover we graag aan anderen vertellen. Leerlingen vinden hier herkenning, er is laagdrempelig contact met de begeleidende mentoren en het systeem van peergroupbijeenkomsten mét mentoren groeit gedurende hun hele schoolloopbaan mee.

Van andere scholen zouden we willen leren hoe we kunnen omgaan met maatwerk in de bovenbouw. Hoe geven we de leerling de ruimte in het tempo van zijn/haar ontwikkeling, maar houden we tegelijkertijd zicht op die ontwikkeling?

Column Marko Otten #2: De oproep

Als de voortekenen niet bedriegen zal Clio, die mooie muze van de historici, onze vroege XXIe eeuw verdelen in een pre- en postcoronatijdperk. Het betreft veranderingen in de wijze van samenleven, bewustwording van onze kwetsbaarheid en reorganisatie van ons werken, leren en recreëren.

Vlak voor een welverdiende zomervakantie die volgt op een hard voortjagend coronajaar, mag ik me vast wel even een optimistische blik veroorloven. En dan zien we dat een aantal praktijken uit de coronatijd zullen beklijven. Veel kinderen ervaarden in de combinatie van thuis werken, online-lessen, fysieke samenkomsten en YouTube-instructies veel meer maatwerk dan normaal. Leraren raakten beter dan voorheen doordrongen van het belang van differentiëren en kregen dit beter in de vingers. Zo hebben deze leerlingen en leraren een brokkelig schooljaar succesvol kunnen afronden.

En waar het tegenovergestelde is gebeurd, waar achterstanden zijn opgelopen door taal- en thuissituaties, handicaps of verminderd uitgedaagde hoogbegaafdheid, heeft de minister een riant ogend noodverband aangereikt, de NPO-middelen. Of we het nu met een roze of een donkere bril aanschouwen: na de corona-storm openbaart zich een landschap met nieuwe beddingen en een ander reliëf. We moeten onze route erdoorheen opnieuw plannen.

Schoolleiders vragen zich af: wat zal ik na corona vasthouden op mijn school en hoe doe ik dat dan? Wat kan weg, komt erbij of moet omgevormd?

Voor het bestuur van de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen geldt dit ook. Sowieso is het nuttig om periodiek herbezinning te organiseren op de uitgangspunten en doelstellingen van de vereniging. Dat mogen leden van hun bestuur verwachten. Alleen post-corona dringt zich dit misschien met meer urgentie op. Gegroeide praktijk en oude beleidsdocumenten zullen we moeten afzetten tegen het (nabije) toekomstperspectief. Als iets vergelijkbaars gevoeld wordt op school, grijpt men naar een beproefd middel: de directie eclipseert naar de heidevelden voor een sessie van één of meer dagen met een blokkendoos vol piketpalen en stickers voor de stippen op de horizon. De bestuurders van onze vereniging deden het nooit eerder, maar dit najaar komt het er toch van: een dagje de hei op voor een bezinning op onze strategie. De contouren ervan geschetst in houtskool presenteren wij uiteraard aan onze leden. Pas dan kan de uitwerking volgen.

OPROEP
Voorbereiding is alles en hier kunt u veel voor ons betekenen. Ik doe hier dan ook een oproep aan al onze leden: reik ons casussen en vraagstukken aan. Geef ons uw discussiepunten mee. Neem er aub even de tijd voor voordat het nieuwe schooljaar onze aandacht weer opeist. Met uw ideeën en vragen gaan wij graag aan de slag. Misschien kunnen onderstaande hulpvragen en denkrichtingen u daarbij van dienst zijn.
– Hoe versterken we de kwaliteitsborging van onze visitatie-praktijk?
– Hoe kunnen wij de belangenbehartiging van onze leden verbeteren?
– Dient de vereniging het belang van hoogbegaafde kinderen op onze scholen optimaal?
– Hoe richten wij talentnetwerken in?
– Op welke wijze vinden wij aansluiting met ministerie en politici; met welke vragen bestoken wij hen?
– Hoe verhouden wij ons tot de (social) media?
– Willen wij onze invloed doen gelden in het vervolgonderwijs van onze HB-leerlingen?
– Is contact met lerarenopleidingen nuttig?
– En – een cliché maar toch – waar staan we over vijf jaar?

U kunt uw ideeën en antwoorden sturen naar info@begaafdheidsprofielscholen.nl.

Interessante artikelen, publicaties en onderzoeken juli 2021

Internationaal onderzoek naar motivatie en inspiratie bij docenten in hb-onderwijs. Zijn er hierbij overeenkomsten en verschillen tussen leraren die betrokken zijn bij hoogbegaafde leerlingen en leraren die niet werken met hoogbegaafde leerlingen?

Marc Dullaert, voormalig Kinderombudsman, heeft aan minister Slob en staatssecretaris Blokhuis het vervolgadvies op ‘De kracht om door te zetten’ over jongeren en thuiszitten overhandigd.

#Point: artikel in Gifted@248 over hoe hoogbegaafde leerlingen zichzelf zien.

The Conversation: IQ tests can’t measure it, but ‘cognitive flexibility’ is key to learning and creativity.

Tijdschrift voor Remedial Teaching: artikel over identiteitsontwikkeling bij hoogbegaafde adolescenten.

Het bestuur #7: Bert Mulder

Wie zitten er in het bestuur van de Vereniging BPS? Wat is hun motivatie? Deze keer stelt Bert Mulder zich voor. Hij heeft een lange staat van dienst als leidinggevende in het basisonderwijs, op dit moment is hij met pensioen.

Achtergrond
“Van de 42 jaar dat ik in het onderwijs werkte, heb ik 40 jaar in het basisonderwijs gewerkt. De eerste vier jaar van mijn loopbaan was ik leraar op een lagere school. In die periode ben ik ook gestart met een MO-opleiding aardrijkskunde, vergelijkbaar met wat we tegenwoordig eerstegraads noemen. Dat leidde tot een verzoek van de Pedagogische Academie om daar leraar aardrijkskunde te worden voor havo 5 en de beroepsopleiding. Na twee jaar moest ik helaas plaats maken voor een bevoegde leerkracht, omdat ik mijn studie nog niet had afgerond.

Voor mij betekende dat terug naar de lagere school. Ik wilde les geven in de hoogste klassen. Oudere kinderen vind ik leuker, interessanter. Ik kan met die groep beter uit de voeten. In die tijd was je als leerkracht klas 6 ook meteen het hoofd der school. Zo ben ik in het directeurschap gerold. Volgens mij heeft die rol mij altijd goed gelegen, ik vind het mooi om andere in hun kracht te zetten, om te zorgen dat iedereen zich kan ontwikkelen, dat ze steeds op een iets hoger niveau gaan lesgeven. Dat heb ik nog steeds. Ik wil zorgen dat zaken zijn georganiseerd zodat anderen goed kunnen functioneren.

In mijn werk heb ik me heel veel bezig gehouden met kinderen aan de onderkant, die moeite hadden om te leren, om wat voor reden dan ook. Niet alleen op de scholen waar ik werkte maar ook binnen het samenwerkingsverband en als lid van toelatingscommissies voor speciaal onderwijs. Aan die kinderen werd de meeste aandacht besteed, aan hoogbegaafde leerlingen niet. Die komen er wel, dat was toen de opvatting.”

De Vereniging
“In 2010 ben ik met pensioen gegaan, in 2016 kwam het onderwerp hoogbegaafdheid op twee manieren op mijn pad. Een van mijn kleinkinderen is hoogbegaafd, hij liep daardoor vast op school. Daardoor ben ik me in het onderwerp gaan verdiepen. En mijn vrouw werkt op een BPschool, in de nieuwsbrief werd gevraagd om bestuursleden uit het primair onderwijs. Ik heb toen met Dick van Hennik gesproken, de toenmalig voorzitter. Hij vroeg me een bestuursvergadering bij te wonen en gaf me ook tips voor boeken en rapporten om me in te lezen. Ik ben bij scholen op bezoek geweest en heb bijscholing bij Novilo gedaan.

Ik denk dat het vermogen van leerkrachten om te differentiëren zowel naar boven als naar onder hetzelfde werkt. Natuurlijk is wat je vervolgens aanbiedt anders, maar het gaat erom dat je de vaardigheden en de kennis hebt om een kind te zien, zijn talenten en zijn uitdagingen. En dat je weet hoe je moet acteren. Dat zijn ook zaken die ik bij visitaties belangrijk vind. Hoe werkt herkennen en differentiëren op de school? Niet alleen bij de hb-docenten, maar ook de reguliere.

Wat ik een sterk punt van de Vereniging is dat scholen niet volgens een vast stramien hun onderwijs ‘moeten’ invullen. Iedere school heeft een eigen aanpak die bij de visie en cultuur van de school past.”

Bestuur
“Ik hoop dat we als vereniging meer naar buiten treden, zodat er meer basisscholen lid worden. Maar ook dat andere scholen kunnen profiteren van wat we als vereniging hebben geleerd over hb-onderwijs. En we kunnen een rol spelen in de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs, zeker nu de regeling van OCW er is. Daarnaast hoop ik dat we in staat zijn om mindere ideeën te weerleggen, zoals de verlengde brugklas. Dat soort concepten hebben we al eerder gehad in Nederland, ik ben er geen voorstander van.”

Ideaal
“Een doorgaande lijn voor hb-leerlingen, op allerlei vlakken. En niet alleen primair – voortgezet onderwijs, maar ook naar en op het hoger onderwijs. Je ziet dat daar mensen op een gegeven moment de weg kwijt raken. Aan de andere kant zou het mooi zijn als we ook de voorschoolse opvang kunnen meenemen. Het gaat er uiteindelijk om dat we de drempels wegnemen en dat leerlingen zich ongestoord kunnen ontwikkelen.”

Onderzoek naar motivatie bij leraren hb-onderwijs

Wat motiveert jou in je werk, inspireert je en laat als leraar je ogen sprankelen? Zijn er hierbij overeenkomsten en verschillen tussen leraren die betrokken zijn bij hoogbegaafde leerlingen en leraren die niet werken met hoogbegaafde leerlingen?

Een internationaal team van onderzoekers willen antwoord krijgen op deze vragen. De opbrengsten van het onderzoek moeten leiden tot een beter inzicht in wat leraren motiveert en hoe ze zichzelf gemotiveerd houden. Dat inzicht is nodig om beter af te kunnen stemmen op de onderwijsbehoeften van leraren in de initiële en post-HBO lerarenopleidingen.

Leraren worden uitgenodigd om een vragenlijst met 21 vragen in te vullen. Dat kost ongeveer een kwartier. Meedoen kan tot 15 oktober 2021. Jouw bijdrage wordt gewaardeerd! De vragenlijst en meer informatie over het Sprankelproject vind je hier.

College Rechten van de mens: Hoogbegaafdheid geen handicap

Op 2 juli 2021 oordeelde het College voor Rechten van de mens: Hoogbegaafdheid is geen handicap in de zin van de WGGH/CZ, maar tref wel de nodige maatregelen om het recht op passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen te borgen.

Het College doet een aanbeveling aan demissionair minister Slob van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media om hiervoor maatregelen te treffen. Het gaat hierbij om maatregelen die ervoor zorgen dat leraren meer tijd hebben voor ondersteuning en meer specifieke expertise kunnen vergaren over de leerbehoeftes van deze leerlingengroep. In dat verband vindt het College het ook belangrijk dat er geen extra kosten of andere (financiële) drempels worden opgeworpen voor de ondersteuning van deze kinderen. Voor meer informatie klik hier.

© Begaafdheidsprofielscholen 2011 | Privacy Statement