Actueel

  • 4 november 2026

    Veilig, voorspelbaar en gezien worden. HB-onderwijs op het Aurum College

    Lees meer…

  • 3 november 2026

    Hoe richt je het onderwijs in rondom een kind? Dat is altijd mijn uitgangspunt

    Lees meer…

  • 2 november 2026

    “Het probleem is niet het probleem: er zit altijd iets onder”

    Lees meer…

  • 18 september 2026

    Meld je nu aan voor het BPS-festival op 27 november 2026

    Lees meer…

  • 2 september 2026

    Lineke van Tricht: ‘Maak leerlingen bewust van hun talent’

    Lees meer…


  • Alle nieuwsberichten

Veilig, voorspelbaar en gezien worden. HB-onderwijs op het Aurum College

Het Aurum College in Lelystad is een school voor gespecialiseerd voortgezet onderwijs met havo en vwo. De 227 leerlingen komen uit zo’n dertig gemeentes van zes provincies. Binnenkort wordt de school gevisiteerd en kan volwaardig lid van de vereniging worden. Niels Krol is directeur, Lucinda Dol gedragswetenschapper. “Dit zijn leerlingen die vaak het gevoel hebben niet gezien en gehoord te zijn geweest op hun vorige school. Het gaat ons echt om: je hoort erbij, je wordt gezien.”

Niels: “De school is bijna twintig jaar geleden opgericht voor leerlingen die thuiszaten en op het speciaal onderwijs geplaatst werden. Alleen, het aangeboden niveau van de lesstof was niet passend bij hun cognitie. Wij bieden havo en vwo aan, iets dat je steeds minder ziet in het gespecialiseerd onderwijs. Heel veel kleine scholen schalen af, hebben geen vwo meer of gaan op in bredere scholen. Wij zijn het bovenregionale steunpunt dat daarvan het gevolg is.”

Lucinda: “Dat betekent dat sommige leerlingen anderhalf uur in de taxi zitten voordat ze bij ons zijn. De helft van onze populatie heeft als thuiszitter frequent verzuim gekend of verkapt verzuim: heel lang ziek gemeld, zonder dat er iets gebeurde. Naast kenmerken van hoogbegaafdheid is er bij onze leerlingen vaak sprake van autisme, ADHD of angstproblematiek.

Ongeveer 75 procent van onze leerlingen heeft een stoornis in het autismespectrum. De complexe en soms tegenstrijdige ondersteuningsbehoeften die dit met zich meebrengt maakt dat ze op het reguliere onderwijs zijn vastgelopen. De zelfsturende vwo-leerling die in drie jaar zijn diploma haalt, hebben we hier niet.”

Hoe zorgen jullie voor passend aanbod?

Lucinda: “Veel zit al in ons basisaanbod. Kleine klassen, een vaste mentor, een hele duidelijke structuur. De dag bestaat ongeveer voor de helft uit vaklessen, en de andere helft uit zelfstandige werkuren, waardoor we relatief makkelijk kunnen differentiëren. Dit wordt ook veel gedaan. De korte lijnen tussen mentoren, vakdocenten en leerlingen maken dit goed mogelijk.

Verder hebben we veel aandacht voor talentontwikkeling: activiteitenmiddagen, een toneelstuk, de wiskunde-olympiade et cetera. Tijdens de burgerschapslessen besteden we aandacht aan analytisch, creatief en praktisch denken, met opdrachten uit het Verrijkingslabboek van Els Schrover. En er zijn lessen over groeimindset.

Leerlingen hebben de mogelijkheid om, waar het passend is, te versnellen voor bepaalde vakken of bijvoorbeeld sommige vakken op havo-niveau te doen en een deel op vwo-niveau. In het gespecialiseerd onderwijs doen de leerlingen staatsexamen, ze krijgen per vak een diploma. Daardoor kunnen we makkelijk differentiëren en versnellen.”

Niels: “Ook als er een vakles wiskunde gegeven wordt, is de mentor het hele uur aanwezig. Zo kunnen we een leerling die extra aanhaakt of afhaakt, makkelijker helpen. Zoals Lucinda al zegt: er wordt heel veel gedifferentieerd, zonder dat je het basisaanbod aanpast. Daarnaast heeft iedere leerling een heel kort lijntje met de mentor en de vakdocent, waar nodig komt de intern begeleider of Lucinda daar als gedragswetenschapper bij.”

Wat is de basis waarmee jullie deze leerlingen bereiken?

Niels: “Veiligheid, voorspelbaarheid en gezien worden. De Rijksuniversiteit Groningen heeft onderzoek gedaan naar onze aanpak. De eerste, voorzichtige conclusie was: als je de infrastructuur goed hebt staan, gaat het vooral om de sfeer daaromheen. Dat klinkt heel makkelijk, maar dat moet in de bakstenen van je school zitten.

Dat zit in de goedemorgen die we tegen elkaar zeggen. We noemen elkaar bij de voornaam, we hebben respect voor elkaar. Dit zijn leerlingen die ondergesneeuwd zijn geraakt, die niet gezien zijn op hun vorige school en soms gepest werden. Het gaat echt om: je hoort erbij, je wordt gezien.”
Lucinda: “Dat horen we ook van de leerlingen zelf: de relatie en het gezien worden is voor hen het allerbelangrijkst. Van daaruit bouwen ze met de mentor langzaam het vertrouwen in eigen kunnen weer op.

Vaak is het flink misgegaan: er is faalangst ontstaan, ze haalden slechtere cijfers en durfden helemaal niet aan school te beginnen. Die stapsgewijze opbouw, van persoonlijke begeleiding via structuur naar zelfstandigheid loopt als een rode draad door de school.”

Jullie werken ook met afstandsonderwijs voor leerlingen die (nog) thuiszitten.

Niels: “We zijn met het afstandsonderwijs begonnen toen we steeds meer leerlingen binnenkregen die al thuis zaten voordat ze bij ons op school kwamen. Inmiddels zijn we penvoerder van twee van de zeventien coalities in Nederland rondom digitaal afstandsonderwijs.

Ooit waren we ‘het stoute jongetje’ in de klas, ook al handelden we binnen de kaders. Een paar jaar geleden werd de wet aangepast, ineens waren we een van de voorlopers van Nederland.

Feitelijk doen we niets anders, we zijn alleen verder geprofessionaliseerd. Met IVIO, (schoolversie van De Wereldschool) hebben we dat samen doorontwikkeld: zij leggen een deel van de puzzel, wij de rest. Zo kunnen leerlingen die deels thuiszitten toch volwaardig onderwijs volgen en kunnen onze vakdocenten gebruikmaken van het IVIO-curriculum. Het doel is altijd: weer toegroeien naar fysiek onderwijs waar mogelijk. Dit doen wij met fasen- en ingroeiplannen die als middel dienen om deze doelen te bereiken. Stap voor stap, passend bij de leerling.

Binnen het landelijke project digitaal afstandsonderwijs ontwikkelen wij als voorloper een blauwdruk, waarin we werkende principes delen met als doel een landelijk organiek te ontwikkelen.”

Lucinda: “Van onze leerlingen gaat 95 tot 98 procent door naar mbo, hbo en universiteit. Leerlingen die bij ons in de derde of vierde weer terug kunnen, leiden we naar regulier vervolgonderwijs, dit gaat echter maar om enkele leerlingen.”

Hoe zijn jullie bij de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen terechtgekomen?

Niels: “Via ons netwerk. We zochten contact met een grote reguliere vo-school in de regio om expertise te halen en brengen, toevallig was die op weg om BPS-school te worden. Wij zaten met dezelfde zoektocht als zij: we hadden leerlingen die nog niet rijp waren voor het voortgezet onderwijs, maar ook ‘uitgeleerd’ waren op de basisschool. Hoe zouden we binnen de regio hier samen in kunnen optrekken?

Wat ons aanspreekt aan de vereniging is dat je niet een lijstje moet afvinken om het afvinken. Van meet af aan kregen wij het gevoel: laat zien wat jíj doet en toevoegt en hoe je expertise kunt brengen en halen. En wat ik heel mooi vind: als je impliciet al veel doet, kun je het nu expliciet maken en onder de aandacht van de docenten brengen.”

Lucinda: “Op de BPS-bijeenkomsten is het gewoon leuk om te netwerken, het is altijd inspirerend. Je kunt met elkaar meedenken. In een gesprek dat ik had met Carla van den Bosch, de nieuwe voorzitter, hadden we het over de vertaling van onderzoek naar de praktijk.

Dat is precies waar ik in de praktijk tegenaan loop: de kloof tussen onderzoek en praktijk is nog steeds enorm. Er is veel onderzoek, maar wat je daarmee in de klas kunt, blijkt er vaak niet uit. Je moet zelf altijd nog een vertaling maken.”

Niels: “Dat is ook de waarde die wij de vereniging kunnen bieden. Wij hebben een doelgroep in huis waarvoor geen blauwdruk bestaat. We zijn al bijna twintig jaar aan het ontwikkelen wat er nergens anders te halen valt. Als we dat uitgevonden hebben en het vertaalt zich naar tools die in heel Nederland gebruikt kunnen worden, dan is dat geweldig.

Juist van het goede gesprek met andere scholen kun je veel elkaar leren: hun leerlingen zijn onze leerlingen, alleen vastgelopen op een andere plek.”

Terug naar landelijk niveau: hoe zit het met hoogbegaafde leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs?

Niels: “Wat ik veel zie, is dat we leerlingen uit een steeds bredere omtrek krijgen. Ouders zeggen: bij ons in de regio is helemaal geen gespecialiseerd onderwijs voor havo en/of vwo en mijn kind heeft echt vwo-aanbod nodig. De afschaling van vwo in het speciaal onderwijs zorgt dus voor een nog bovenregionaler functie

Bij ons in de bovenbouw wordt bijvoorbeeld Frans gegeven aan drie vwo-leerlingen. Dan kun je zeggen: dat bieden we niet meer. Maar wij proberen het zo te organiseren dat Frans in het aanbod blijft, anders sluit je meteen een hele groep uit.”

Lucinda: “Je hoopt dat het onderwijs in de eigen regio goed georganiseerd blijft en de leerlingen het op het regulier volhouden. We weten dat het niet altijd zo is. Wat we nu wel zien: leerlingen die op een volledige HB-school in het basisonderwijs zitten, wachten soms lang totdat ze de basisschoolperiode afgerond hebben en bij ons naar de vwo-afdeling kunnen.”

Tot slot: wat doen jullie aan professionalisering van docenten?

Lucinda: “Ik heb er aandacht aan besteed in teamvergaderingen, maar ik doe vooral veel individueel met docenten. Er werken bij ons sowieso veel collega’s die vanuit hun privé-omgeving al veel affiniteit met deze doelgroep hebben. Het zorgteam van de onderbouw komt ook specifiek bij mij aankloppen: bij deze leerling speelt dit en dit, en hij is ook begaafd, wat kunnen we inzetten? Die vraagstelling zit er bij ons gewoon in.”

© Begaafdheidsprofielscholen 2011 | Privacy Statement