Actueel

  • 27 januari 2026

    Het bestuur #15: Ad Vermeulen

    Lees meer…

  • 23 januari 2026

    Afscheid van drie bestuursleden

    Lees meer…

  • 21 januari 2026

    Sint-Janslyceum: “Het MT is direct betrokken bij het hb-onderwijs”

    Lees meer…

  • 12 januari 2026

    Column #19 Marko Otten: Basisboek HB

    Lees meer…

  • 5 januari 2026

    Basisschool Geert Groote: “Hb-onderwijs staat midden in de school”

    Lees meer…


  • Alle nieuwsberichten

‘Plusklas helpt hoogbegaafd kind te weinig’

“Een plusklas instellen om hoogbegaafde kinderen op te kunnen vangen is geen oplossing. Het herkennen van hoogbegaafdheid moet deel uit gaan maken in de praktijk vanaf de 1e klas van de basisschool.” Dat stelt Henny van Hal, specialist hoogbegaafdheid uit Duiven. Van Hal deed deze uitspraak tijdens het Festival van Talent op het Olympus College in Arnhem dit weekend. Het festival werd bezocht door meer dan 1.000 ouders en kinderen

Lees verder…

Column Dick van Hennik #5: Een nieuw paradigma in zicht?

Column Dick van Hennik
Nummer 5: Een nieuw paradigma in zicht?

Dick van Hennik is onder andere voorzitter van de Vereniging BPS. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel

Wat me het beste bevalt in het nieuwste plan van aanpak van staatssecretaris Dekker? De opmerking die hij in Engeland heeft opgepikt: “You’ll see it, when you do it”. Deze quote staat bij de opmerking dat we maar moeten ophouden met het vinden van een definitie van excellente leerlingen, toppresteerders, hoogbegaafden (zie kader op pagina 3 van het plan van aanpak). Als hij deze uitspraak werkelijk in al zijn consequenties aanvaardt, lijkt het erop dat het vertrouwen in het onderwijs weer terug is in de politiek.

Ik laat er mijn eigen interpretatie maar op los. Mag dit betekenen dat er ruimte komt voor het experiment, waarbij schoolleiders en schoolbestuurders niet meer schichtig kijken naar de opbrengstencijfers? Of naar de vraag of er wel voldaan wordt aan reeds lang vergeten wetsartikelen waar scholen misschien niet aan voldoen? Dat er weer ruimte ontstaat voor het kijken naar de behoefte van leerlingen, dat het keurslijf minder knellend wordt, waardoor leren weer centraal komt te staan? Het gaat tenslotte om leren en niet om de vraag of leerlingen wel het juiste aantal uren in een ruimte verblijven.

Alle tekenen wijzen erop. De staatssecretaris heeft zich goed laten informeren. Zo heeft hij van de leerlingen rond de website www.brightlights.nl geleerd (tijdens de zogenaamde Brightlabs) dat het goed is om voor hoogbegaafde leerlingen ruimte te creëren, waardoor ze hun eigen leren ter hand kunnen nemen. En wat te denken van het promotiefilmpje. We zien beelden van drie scholen, één basisschool (Het Talent in Lent) en twee middelbare scholen  (Het Picasso College en Het Pallas Athene College), waar Dekker op bezoek is geweest. Het is toch mooi dat deze scholen alle lid zijn van de vereniging BPS.

In veel gevallen heeft de staatssecretaris vastgesteld dat ook de overheid zelf in de plannen een belangrijke taak heeft: het weghalen van hindernissen. Is het niet al langer bekend dat creativiteit loskomt als er ruimte is voor experiment? Dat ruimte voor experiment ook betekent dat iets kan mislukken? Dat je van ‘fouten’ kunt leren? Of liever, dat je van mislukkingen kunt leren?
Nederland wil meedoen op het hoogste niveau en wil dus de ontwikkeling van toptalent stimuleren. Dat betekent dan wel dat er ook besef moet zijn van risico’s op tijdelijke terugval. Wie wil leren van mislukking, moet ook de gelegenheid krijgen om van de mislukking te herstellen.

Het is dan ook goed om te lezen dat de inspectie gaat werken met gedifferentieerd onderwijstoezicht. Dat vraagt om een forse heroriëntatie bij de Onderwijsinspectie, waar men jaren heeft besteed aan het ontwerpen van steeds weer feilbare toezichtskaders. Waar men zich in hoge mate heeft verlaten op in getallen uit te drukken onderwijsresultaten. Ik zeg met nadruk onderwijsresultaten en niet leerresultaten. Leerresultaten zijn namelijk niet objectief meetbaar, want deze zijn voor elke individuele leerling verschillend. De ambities van de staatssecretaris – die ik volledig ondersteun – vragen om niet minder dan een paradigmawisseling. Ik hoop van harte dat de overheid het onderwijs en zijn inspecteurs daarvoor de tijd gunt, dat het zicht op dat nieuwe paradigma in een open dialoog mag worden gevonden.

Tenslotte nog dit. Voor de zoveelste keer wordt de aandacht gevestigd op het feit dat we excellente leraren nodig hebben om deze ambities waar te maken. Ik ben ervan overtuigd dat we net zo goed excellente bestuurders, inspecteurs en schoolleiders nodig hebben. En om dat te bereiken, heeft het onderwijsveld tijd en ruimte nodig. Ik mag dan ook stellig hopen dat de politiek niet uit is op korte termijnresultaten. Creativiteit vraag ook ‘crea-tijd’.

Dick van Hennik
voorzitter BPS

Staatssecretaris Dekker presenteert Plan van Aanpak Toptalenten

Staatssecretaris Dekker van OCW heeft op 9 maart 2014 een plan van aanpak gepresenteerd met ruim 20 maatregelen om toptalenten in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs te stimuleren. In het begeleidende filmpje komen vertegenwoordigers van drie BP-scholen aan het woord.
In een aparte brief aan de Tweede Kamer zal Dekker terugkomen op de positie van hoogbegaafdheid binnen passend onderwijs.

Ga naar het Plan van Aanpak Toptalenten 2014 – 2018

Artikel DeRedactie.be: nieuw onderzoek naar hoogbegaafdheid

Lees hier het artikel op DeRedactie.be

Artikel Metro: Hoogbegaafden in de rij voor een passende school

Lees het artikel op de site van Metro

Publicatie ‘Slim onderwijs doe je zó’ verschenen

Op 23 januari 2014 tijdens de Leerlingenconferentie Begaafdheidsprofielscholen is de publicatie Slim onderwijs doe je zó. Effectief onderwijs aan hoogbegaafde kinderen verschenen. Het eerste exemplaar ontving Dick van Hennik, voorzitter Vereniging BPS, uit handen van Piet Groenewegen, projectleider Begaafdheidsprofielscholen bij CPS.

Aanbieiding boekjePiet Groenewegen (links) overhandigt de publicatie aan Dick van Hennik (rechts)

In de publicatie wordt teruggekeken op tien projectjaren. Wat is nodig om het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen zo effectief mogelijk in te richten? Hoe borg je de kwaliteit van onderwijs en begeleiding op begaafdheidsprofielscholen? En hoe zet je een volgende stap in de ontwikkeling? De publicatie is vooral bedoeld om docenten, teamleiders en schoolleiders binnen en buiten de groep begaafdheidsprofielscholen ideeën en handreikingen te bieden om het onderwijs zó in te richten dat hoogbegaafde leerlingen de kansen krijgen te profiteren van het onderwijsaanbod dat bij hen past.

Tien jaar geleden namen enkele scholen, CPS Onderwijsontwikkeling en advies en het ministerie van OCW het initiatief om een landelijk netwerk van begaafdheidsprofielscholen in het voortgezet onderwijs te doen ontstaan. Begaafdheidsprofielscholen zijn scholen die hoogbegaafde leerlingen zo goed
mogelijk onderwijs en begeleiding bieden. In de afgelopen tien jaren is het netwerk uitgegroeid van een zestal starters tot een groep van 38 begaafdheidsprofielscholen (waarvan een deel nog niet gecertificeerd, maar wel op weg), zowel brede scholen als zelfstandige gymnasia. De begaafdheidsprofielscholen geven op verschillende manieren invulling aan deze uitdaging. Klaar zijn zij niet; de ontwikkeling gaat door. Een belangrijke garantie daarvoor is de uit het project voortgekomen Vereniging Begaafdheidsprofielscholen (Vereniging BPS) die met haar BPS-Academie waarborgen voor blijvende ontwikkeling kan bieden.

Download de publicatie Slim onderwijs doe je zó

De bijlagen van de publicatie zijn te vinden op de pagina Kennis

Appèl aan de staatssecretaris

Dezer dagen schreef Sonja Visser op Linked In een dringende oproep aan de staatssecretaris. Ze maakt daar melding van het feit dat het Centrum voor Creatief Leren (http://centrumvoorcreatiefleren.nl) vanaf 2015 weleens in de problemen zou kunnen komen. Ook de Koepel Hoogbegaafdheid (http://www.koepelhb.nl/actueel.html?goback=%2Egde_2436986_member_5835293893851123714) meldt zich nu de staatssecretaris aan de Tweede Kamer beloofd heeft om een plan voor onze doelgroep te presenteren. Uiteraard is ook de vereniging BPS beschikbaar voor een gedachtewisseling. Samenwerking is meer dan geboden. Zeker als het CCL in Sterksel de dupe zou worden van een nieuw ingezette beleidslijn. (Voor de gehele brief van Sonja zie http://www.linkedin.com/groupAnswers?viewQuestionAndAnswers=&discussionID=5835293893851123714&gid=2436986&trk=eml-anet_dig-b_nd-pst_ttle-cn&fromEmail=&ut=0LotsHhdVXRC41)

Basisscholen kunnen zich aanmelden als aspirant-lid

Vanaf 1 januari 2014 is het voor scholen uit het primair onderwijs mogelijk zich aan te melden als aspirant-lid voor onze vereniging. Met de scholen die zich vanaf dat moment aanmelden zullen we tijdens de ALV van 19 maart 2014 besluiten nemen over voorwaarden en contributie.
Met een concept-zelfbeoordelingsinstrument kunt u nagaan of uw basisschool in aanmerking komt voor lidmaatschap. U kunt ook de beleidsnotitie lezen over het lidmaatschap van basisscholen. Mocht u overwegen toe te treden tot de vereniging BPS, dan kunt u zich middels dit aanmeldingsformulier aanmelden.

Peter van Dijk van Pallas Athene naar Leidse Rijn College

Onze collega Peter van Dijk, de drijvende kracht achter het SPRINT-concept van het Pallas Athene College in Ede is per 1 januari 2014 benoemd tot rector van het Leidse Rijn College in Utrecht. Peter heeft zich intensief met de activiteiten in het kader van de visitatie beziggehouden. Vanaf deze plaats feliciteren we hem graag met zijn nieuwe baan en danken we hem voor het werk dat hij voor de vereniging heeft gedaan.

Column Dick van Hennik #4

Column Dick van Hennik
Nummer 4: Ambitie mag, maar zijn we al waar we zijn moeten?

Dick van Hennik is onder andere voorzitter van de Vereniging BPS. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel

Op 11 november ontving staatssecretaris Sander Dekker het rapport “Excellentie in het voortgezet onderwijs: Ambitie mag!” tijdens een werkbezoek aan het Junior College Utrecht waar leerlingen uit 4, 5 en 6 vwo een uitdagend programma in de bètavakken volgen. Het rapport is opgesteld door een denktank van het Platform Bèta Techniek onder voorzitterschap van Marijk van der Wende (Dean Amsterdam University College). De denktank heeft ook een menukaart ontwikkeld waarin de belangrijkste aanbevelingen staan.

Aldus ongeveer de tekst op de website van het Platform Bèta Techniek. Een mooi initiatief en het siert de bewindsman dat hij zich intensief oriënteert en zich daarbij ook door leerlingen laat informeren. Zijn werkbezoek aan het Pallas Athene College is daarvan een goede illustratie.

Toch denk ik dat het rapport nog niet af is. Het is een basis waarop we verder zullen moeten bouwen.
Er ontbreken een paar belangrijke items. Ik zou het gesprek willen aangaan over een paar m.i. onmisbare aspecten van ons onderwerp.
1. Naast excellente docenten en excellente schoolleiders, hebben we ook excellente bestuurders nodig, met aandacht voor de inhoud, niet alleen in het primair –  en voortgezet onderwijs, maar ook in hoger- en wetenschappelijk onderwijs en bij de overheid.
2. Voor de hoogbegaafde leerlingen en studenten moet er niet alleen méér, maar ook iets minder.

Excellente bestuurders?
Welk beeld zouden bestuurders hebben als ze spreken over ‘excellente’ docenten en schoolleiders? Hebben we daar een standaard voor? Wat moeten de bestuurders eigenlijk doen?  In de eerste plaats moeten ze nadenken. We mogen ervan uitgaan dat de meeste bestuurders en politici dat ook wel doen. Maar ze moeten hun denkkracht paren aan lef.

Lef om die excellente docenten en schoolleiders ook met belangstelling te volgen. Faciliteren met geld is niet voldoende. Sterker nog, de meeste schoolleiders hebben de aangekondigde middelen hard nodig om de tekorten als gevolg van hogere personeelskosten aan te vullen. Met geld komt men er niet.
Het initiatief ligt bij de scholen, zo stellen de leden van de denktank. Zeker. Maar zo eenvoudig ligt dat niet. Die scholen hebben een omgeving nodig waar ruimte is voor eigenheid en visie op prestatie. Die omgeving mag wel wat bescherming hebben. Deze tijd van ‘naming en shaming’ zorgt voor spannende verhalen in de media, maar dit verschijnsel doet veruit de meeste scholen en daardoor docenten en leerlingen onrecht. Bovendien leidt het vaak tot korte-termijnbeleid in de vorm van generieke maatregelen die juist getalenteerde leerlingen en studenten ongewenste beperkingen opleggen. De nadruk op controle en meetbaarheid, maakt bestuurders en dus ook schoolleiders en dus ook leraren en dus ook leerlingen kopschuw. Het initiatief kan dus alleen maar bij de scholen gelegd worden als de lagen erboven zich namens de samenleving betrokken tonen bij wat er gebeurt en zich niet beperken tot een sluitende begroting.

Onderwijsklimaat
Hoe ziet het klimaat eruit waar leerlingen (en docenten, staat er tussen haakjes bij), tot prestaties worden gebracht?  Er wordt gesproken over autonomie en zelfvertrouwen. We moeten ons afvragen hoe autonomie zich verhoudt tot het volgen van een curriculum. En als dit curriculum die autonomie waarborgt, hoe dit zich vervolgens verhoudt tot toetsing. Dat laatste brengt me op de behoefte aan toetsvaardigheid van excellente docenten en de vaardigheid van excellente bestuurders om die toetsuitslagen vervolgens in hun waarde te laten. Immers, het vergelijken van toetsresultaten getuigt ook van een visie op onderwijs. Onderlinge vergelijking van leerlingen in de klas wordt door menig pedagoog afgewezen. Toch? Helaas, in de door economisch denken gestuurde bestuurlijke wereld lijkt dit fenomeen alleen maar toe te nemen. Even terzijde: onlangs nog pleitte professor Teulings (UvA; economie) in de NRC nog voor het invoeren van de verplichte citotoets in het basisonderwijs om de ranking van Nederland in de Pisa-lijsten te verbeteren. Schoenmaker blijf bij je leest, zou ik zeggen.

In het WO de slag al gemaakt? Het is nog maar een begin!
In het rapport staat dat in het hoger onderwijs de slag al is gemaakt. Men wijst dan op de aanwezigheid van initiatieven als ‘Honours-programma’s’ en University Colleges. Mijn stelling is dat dit voor hoogbegaafde studenten nog maar het begin is.

De commissie stelt voor de selectie van de meest excellerende leerlingen te baseren op de schoolcijfers. Het is de vraag of we dan het sterkste potentieel te pakken hebben. Divergent denkende creatieve jonge mensen zullen we er vrijwel zeker door gaan missen. Vanuit het perspectief van de hoogbegaafde leerlingen zullen we – vrees ik – op het verkeerde spoor geraken.

In voetnoot 17 wordt vastgesteld dat schoolcijfers een goede indicator zijn voor succes in het vervolgonderwijs. Dat is logisch, want onafhankelijke denkers zijn dan al lang afgevallen.
Het is een onderzoekje waard hoeveel studenten in de honours-programma’s afvallen in de periode (meestal in januari van het studiejaar), waarin ze ontdekken dat de combinatie van het reguliere bachelorsprogramma én het honours-programma teveel van het goede wordt. Dat komt doordat de meeste universiteiten nog niet doen wat we bij de BP-scholen al weten: dat het reguliere programma veel compacter kan en dat er dan meer ruimte is voor begaafde leerlingen. Het is tijd om daarover met elkaar in gesprek te gaan. En met ‘elkaar’ bedoel ik nadrukkelijk ook de bestuurders.

Laten we de dialoog voorzetten.

Dick van Hennik
Voorzitter Vereniging Begaafdheidsprofielscholen

© Begaafdheidsprofielscholen 2011 | Privacy Statement