Column #16 – Werken vernieuwende scholen echt zonder doel?
Dick van Hennik is onder andere voorzitter van de Vereniging BPS. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.
Wat heb ik me geërgerd aan de reactie van Monique Vogelenzang, Inspecteur-generaal van het Onderwijs over haar opmerkingen over conceptscholen (waaronder BPS) bij de presentatie van ‘De staat van het onderwijs’. Ze zouden zonder doel werken en niet of nauwelijks monitoren of hun onderwijs ook verbetering oplevert. Helaas is dit een reactie die voortkomt uit een kokervisie op onderwijs in het algemeen en op leren in het bijzonder. Uiteraard ging ook Nieuwsuur op onderzoek uit. Jan Fasen mocht zich verdedigen tegenover Mariëlle Tweebeeke die zich weer schaamteloos mocht bedienen van het cliché dat leerlingen op vernieuwingsscholen geen kennis hoeven te vergaren. Fasen probeerde dat nog even uit te leggen en wist het slagingsresultaat van zijn leerlingen er nog tussen te frommelen, maar televisie moet snel en je moet je als presentator vooral niet laten overtuigen. En dus ging het repliek van deze inspirerende schoolleider verloren. Laten we het van de daken schreeuwen: ZONDER KENNIS KUN JE NIET LEREN!!
Wat jammer dat de baas van onze Onderwijsinspectie zich zo weinig verdiept in wat leren werkelijk is. Ik stel voor dat we eerst nadenken over wat met dat woord ‘leeropbrengst’ wordt bedoeld. Laten we het een nieuwe – niet tot cijfers teruggebrachte – betekenis geven. Daar hoort vermeerdering van kennis uiteraard bij. Het curriculum moet leidend zijn waar het gaat om het verwerven van basiskennis. Het diploma is nog steeds een waardevol document dat maatschappelijk gezien zijn dienst bewijs. Maar mag het ook iets meer zijn dan dat? Een kind is geen productie-eenheid. De opbrengst dat is het kind zelf; ‘de opbrengst, dat ben ik’, zei een leerling ooit tegen Annemieke Zwart, en ze gaf haar project die naam. En ze kreeg navolging in het vernieuwingsonderwijs.
https://wij-leren.nl/opbrengsten-onderwijs.php
https://www.scholenopdekaart.nl/Basisscholen/10019/1127/Brederode-Daltonschool/Sociale-opbrengsten
Jan Fasen doet een oproep aan de wetenschappers om bij hem op school te komen en onderzoek te doen. Zoals het hoort: onbevooroordeeld en met een open blik; vanuit een degelijke definitie van ‘leeropbrengst’ zoals de school het ziet en de leerlingen en hun ouders het ervaren.
Dick van Hennik
Netwerk Nanquanu zoekt mensen met allerlei vaardigheden
Op de afgelopen leerlingenconferentie gaf Chide Groenouwe een workshop over A.I.. Samen met anderen heeft hij Nanquanu opgezet. Ze zijn op zoek naar mensen met allerlei vaardigheden en achtergronden om mee te helpen in deze maatschappelijke onderneming.
Waarom hebben we Nanquanu opgezet?
We leven in een mooie wereld. Een wereld waar gezamenlijke krachtenbundeling en samenwerking hebben geleid tot ontelbare, fantastische creaties.
– Met het Gujarat Solar Park in Azie: 80 ontwikkelaars hebben hiermee gezorgd dat er 8 miljoen ton CO2 minder de lucht in gaat.
– Meer dan 1.000 wetenschappers uit 100 landen hebben samengewerkt om de Large Hadron Collider te bouwen, waarmee we het universum beter kunnen begrijpen.
– 4.000 open source ontwikkelaars hebben Linux ontwikkeld, een van de beste besturingssystemen van de wereld.
Aan de andere kant is de wereld erg gefragmenteerd.
– Een klein deel van de wereldbevolking heeft toegang tot hoogwaardig onderwijs.
– Scholen besteden aandacht aan een deel van de menselijke vaardigheden.
– Nieuwe ontwikkelingen en inzichten blijven vaak lang binnen een bepaalde community gevangen voordat anderen er ook van kunnen profiteren.
Nanquanu is ontstaan uit het verlangen om de fragmentatie tegen te gaan en om bij te dragen aan de collectieve menselijke creativiteit.
Wat doet Nanquanu?
We bouwen, onderhouden en ondersteunen een wereldwijd, inclusief en divers netwerk van ontwikkelaars die bijdragen aan de collective intelligence systems (Coli-systems) van Nanquanu, met als doel:
– Integrale groei van de Coli-systemen binnen het Nanquanu-netwerk om onze missie te kunnen uitvoeren.
– Integrale groei van de Coli-systemen buiten Nanquanu om bij te dragen aan een creatievere, ecovriendelijke en eerlijke wereld.
Met integraal groei doen we recht aan het geheel. In dit geval bedoelen we dat we als maatschappij niet alleen de focus moeten leggen op economische groei, maar ook op ecologische en maatschappelijke uitdagingen.
Wat zijn collective intelligence systems (Coli-systems)?
Eigenlijk zijn deze systemen zo oud als de mensheid, namelijk wanneer de kennis en inzichten van de groep groter is dan die van individuele leden van de groep opgeteld. Door op een goede manier gebruik te maken van ieders talenten en vaardigheden kun je veel verder komen dan iedereen afzonderlijk te laten werken. Het verschil is dat we nu internet tot onze beschikking hebben; daarmee hebben we samenwerkingsverbanden die 20 jaar geleden nog niet mogelijk waren. Wikipedia is hiervan een goed voorbeeld, over de hele wereld dragen mensen bij, terwijl de opzet kwalitatief hoogwaardige kennis garandeert.
Wat doen we precies?
Zoals gezegd bouwen we Coli-systemen. Dat kunnen we kleine systemen zijn, of grote. Soms in opdracht, soms vanuit onszelf. Met deze systemen hebben we twee doelen:
– Met het bouwen van de verschillende systemen leren wij en ons netwerk hoe we steeds beter deze systemen kunnen bouwen.
– De systemen kunnen worden ingezet voor het leren en ontwikkelen buiten ons netwerk, op alle gebieden denkbaar.
Als maatschappelijke onderneming willen we met onze systemen ook geld verdienen. Geld is geen doel op zich, maar een middel. Het wordt weer ingezet in het realiseren van onze missie.
Ons netwerk
Inmiddels hebben we een behoorlijk netwerk opgebouwd, waaronder organisaties als Het Freudenthal Instituut, de Intelligent Systems Group van de Universiteit Utrecht, het Model Based Software Development van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Weekend School Amsterdam. Daarnaast werken vele mensen individueel binnen onze netwerken aan de Coli-systemen.
Begeleiding van talenten
Dat kunnen zeer ervaren mensen zijn, maar ook jongeren die hun talenten en kennis willen inzetten. Inmiddels hebben vele middelbare scholieren ook hun bijdrage geleverd.
Het vinden van talent is niet zo moeilijk, het zorgen dat een netwerk van talenten op een goede manier samenwerken wel. Daarom begeleiden we nieuwe mensen in ons netwerk op een gedegen manier als het gaat om discipline, motivatie, kennis, plannen en communicatie.
Wie zoeken we?
Onze projecten vragen om een enorm breed scala aan vaardigheden en kennis. Denk aan programmeren, data mining artifcial intellegence. Aan kunst, economie, filosofie en neurowetenschappen. Maar ook vaardigheden als projectcoördinatie, schrijven van teksten en plannen.
We werken niet met ‘gesloten’ functieomschrijvingen. We beginnen bij jou: wat kun jij bijdragen? Welke kennis en vaardigheden heb jij waarmee we de Coli-systemen kunnen bouwen en verbeteren?
Wil je meedoen en meehelpen dan kun je ons laten weten waar je goed in bent en waar je aan wilt werken? Als er een project komt waar jij bij past, nemen wij contact met je op.
Op onze site lees je veel meer over ons.
Talentstimuleren.nl: 8+ voor begaafde leerlingen in de Noordoostpolder
Deze video toont ‘8+’ van het Emelwerda College en het Zuyderzeelyceum in Emmeloord. Als alle basisscholen in een regio met vo-scholen samenwerken om voor begaafde leerlingen in groep 8 een voorziening te krijgen die uitdaging biedt, dan krijg je een heel divers programma. In de 8+ van Emelwerda College en het Zuyderzee Lyceum is aandacht voor cognitieve, sociale, emotionele, motorische en morele ontwikkeling. Leerlingen van het basisonderwijs krijgen één ochtend in de week les op een vo-school, waarbij ze ook aan eigen doelen mogen werken. Benieuwd hoe dat eruit ziet?
Veel aanvragen subsidie voor begaafde leerlingen
Begin december 2018 is de Subsidieregeling begaafde leerlingen PO en VO gepubliceerd. Deze subsidieregeling heeft tot doel om samenwerkingsverbanden en scholen te stimuleren een dekkend onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor begaafde leerlingen in te richten. Aanvragen was mogelijk tot en met 31 maart 2019. In totaal zijn er 138 aanvragen voor subsidie ingediend. Bij 9 aanvragen gaat het om een gezamenlijke aanvraag van samenwerkingsverbanden.
Grote diversiteit
Van de 152 samenwerkingsverbanden hebben 147 een (gezamenlijke) subsidieaanvraag ingediend om het onderwijs- en ondersteuningsaanbod in hun regio verder vorm te geven. De beoordelingscommissie is inmiddels begonnen met de beoordeling van de aanvragen. Er is sprake van een grote diversiteit aan keuzes voor doelgroepen en doelstellingen bij de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd. Het belang van expertiseontwikkeling, kennisdeling en samenwerken op regionaal niveau komt daarbij in veel varianten terug in de plannen. Waar dit aansluit op de huidige stand van zaken in een regio, houden samenwerkingsverbanden er rekening mee dat ook de basisondersteuning op hun scholen nog beter moet worden ingericht.
Doorgaande ontwikkeling
Bij veel projecten is er aandacht voor de ontwikkelingsbehoeften van de zogenoemde ‘dubbel bijzondere’ leerlingen, voor wie specifieke expertise en betere samenwerking tussen onderwijs- en zorgprofessionals nodig is. Verder wordt gekozen voor het aanpakken van de problematiek van thuiszitters, waarbij begaafdheid een rol kan spelen. Ook het bevorderen van de doorgaande ontwikkeling voor begaafde leerlingen in de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs is belangrijk, bijvoorbeeld door middel van een tussenjaar waarin basisschoolleerlingen alvast een aangepast programma op een school voor voortgezet onderwijs volgen. Nog niet alle aanvragen zijn in kaart gebracht, maar de diversiteit van de plannen is zeer bemoedigend. Zo kan de komende jaren veel kennis worden ontwikkeld en gedeeld.
Bron: SLO.nl
Artikel De doorlopende leerlijn op de basisschool
Hoogbegaafde leerlingen in het vizier
De doorlopende leerlijn op de basisschool
Voor hoogbegaafde leerlingen is het van belang dat zij zo snel mogelijk ‘ontdekt’ worden en daarna in het vizier blijven en de juiste ondersteuning krijgen. Op de Verenigingsdag van november 2018 presenteerden twee basisscholen hoe zij werken met een doorlopende leerlijn, juist om dit te bewerkstelligen. Wat zijn hun uitgangspunten? Hoe organiseren ze dit binnen hun school? Sabine Wolfs is intern begeleider en specialist hoogbegaafdheid op de Jan Ligthartschool Rendierhof in Tilburg, Hetty Meulensteen is specialist hoogbegaafdheid en begeleider plusklassen op basisschool De Vlasgaard in Zeeland.
Hetty: “Onze school heeft vier kernwaarden: vertrouwen, respect, veiligheid en aandacht. We vinden het belangrijk dat leerlingen, leerkrachten en anderen op een positieve, vreedzame manier met elkaar omgaan. En plezier maken en genieten. We leggen de lat hoog, voor onszelf en voor de leerlingen. Ons onderwijs is er onder andere op gericht dat de kinderen succeservaringen opdoen, presteren naar hun vermogen en daardoor vertrouwen krijgen in hun eigen kunne. Dat begint als ze hier op school komen, er is een goede overdracht met de voorschool. Daardoor kunnen we anticiperen op de ontwikkeling die de kinderen hebben ingezet. Hoogbegaafdheid sluit daarbij aan, het gaat erom dat je dit zo vroeg mogelijk signaleert. Bij de aanmelding vragen we er de ouders ook naar. Heeft u kind een ontwikkelingsvoorsprong? Je wilt dat kinderen op maat worden bediend en altijd enthousiast zijn om te blijven leren.”
Sabine: “Ook bij ons willen we zo snel mogelijk meer- en hoogbegaafde kinderen signaleren, anders passen ze zich aan en gaan ze onderpresteren. Als kinderen bij ons binnenkomen zijn we bij de intake al alert op een ontwikkelingsvoorsprong. We maken in de onderbouw ook gebruik van het signaleringsinstrument Knappe kleuters. Erg fijn is dat we een grote school zijn, ongeveer 700 leerlingen, zodat we ruime middelen hebben om goede zorg te bieden, aan de onderkant maar zeker ook aan de bovenkant. Elk kind krijgt wat hij of zij nodig heeft. Dat past ook bij de pijlers van ons onderwijs: ‘kindgericht, creatief en uitdagend’. Uiteraard bieden we kwalitatief goed onderwijs, maar we willen vooral kindgericht werken. Dat betekent dat we leerlingen serieus nemen en voor ze openstaan; rekening houden met de mogelijkheden én de uitdagingen van het kind.”
Doorlopende leerlijn
Bij beide scholen kwam meer dan vijf jaar geleden de behoefte om de aanpak voor hoogbegaafden steviger neer te zetten. Zowel Jan Ligthart Rendierhof als De Vlasgaard kozen voor een doorlopende leerlijn.
Sabine: “De aanpak die we nu hebben is gegroeid uit een plusklas die we in 2010 hadden opgezet. We zijn begonnen met groep 5 tot en met 8, onder de naam Vindingrijk. De basis voor de doorlopende leerlijn vonden we in de visie van Jan Kuipers: kinderen zelf doelen laten stellen, de kracht in jezelf ontwikkelen, de omgeving betrekken. We kunnen zelf zorgen voor uitdagend materiaal, maar jezelf ontwikkelen, zoals doorzetten en leren leren….dat moeten ze zelf doen. Vanuit die gedachte werken we. Inmiddels hebben we voor de hele school plusgroepen: de Onderzoekersclub voor groep 1 en 2, de Speurdersclub voor groep 3 en 4. Binnen de plusgroep Vindingrijk hebben we een lesopbouw waar ruimte is voor gevoel en voor verstand. We beginnen met het onderdeel ‘hart op de tong’. In een kringgesprek kunnen de kinderen hun eigen verhaal doen, vertellen wat ze hebben meegemaakt en waar ze mee zitten. Deze kinderen hebben erg veel in hun hoofd en kunnen dan zelf moeilijk tot een oplossing komen. Ze geven elkaar tips. Daarna hebben ‘tong op de schoenen’, ze werken aan uitdagende opdrachten. Ze gaan iets ontwikkelen of onderzoeken. Samenwerken en reflectie zijn daar een wezenlijk onderdeel van. We eindigen met ‘vuur uit je sloffen’, waar ze strategische of coöperatieve spellen spelen.”
Hetty: “Op onze school is er altijd zorgvuldig gekeken naar wat leerlingen nodig hebben: kinderen die extra ondersteuning nodig hebben om mee te komen, kinderen met gedragsproblemen, en ook hoogbegaafdheid. Vijf jaar geleden zijn we begonnen om de hoogbegaafdheids-aanpak steviger neer te zetten, door middel van de doorgaande leerlijn. Die begint in groep 1. Er zijn plusgroepjes en verrijkingsmateriaal. Doordat we deze leerlingen in groep 1 en 2 al in beeld hebben, werkt dat door naar de andere groepen. Belangrijk om te zeggen is dat deze doorlopende leerlijn onderdeel is van ons onderwijs en geen zij-project. We doen het gewoon zo, alle leerkrachten zijn daar op gericht. Ze zijn daar ook in geschoold en worden door de ib’ers gecoacht. We kennen vijf zorgniveaus: het basisaanbod, verrijking binnen de methode, verrijking buiten de methode, de plusklassen en de zogenaamde peergroepen. Dat zijn bovenschoolse plusklassen, met kinderen van twee andere scholen binnen ons bestuur. Een dag in de week krijgen ze aanbod speciaal voor hoogbegaafden. De kinderen in de peergroepen zijn getest en hun onderwijsbehoefte zijn goed beschreven.”
De rest van de school meenemen
Zowel Meulensteen als Wolfs benadrukken dat het extra aanbod niet los staat van de rest van de school. De stevige relatie tussen plusgroep – reguliere klas is essentieel.
Hetty: “Je kunt zeggen dat de doorlopende leerlijn niet alleen verticaal loopt, dus van groep naar groep zodat je de leerling steeds goed kunt bedienen. Het werkt ook horizontaal, we maken verbindingen tussen verschillende voorzieningen. En vooral: wat er in de plusklassen en in de peergroepen gebeurt moet een verbinding hebben met wat er in de klas gebeurt. Er is overleg tussen ons en de leerkrachten, de lijntjes zijn erg kort. Ik vertel wat ik in een peergroep heb gedaan, dan overleggen we wat de leerkracht in de klas kan doen, en hoe ik dat kan terugpakken in de peergroep. Er moet een transfer zijn naar de eigen klas; de bedoeling is dat een kind het geleerde ook in je eigen klas moet kunnen toepassen. We werken met doelen zodat de leerlingen gericht aan hun ontwikkeling kunnen werken. Dat leggen ze vast in een portfolio.”
Sabine: “Doelen zijn ook bij ons de rode draad van de doorlopende leerlijnen. Wat moeten ze leren? Waar ligt de focus? In de onder- en middenbouw werken de kinderen met de Groeiboom. Eerst maken ze kennis met doelen stellen, vervolgens gaan ze ermee aan de slag. De Groeiboom is de visualisatie van waar ze aan werken. Vanaf groep 5 werken de leerlingen met Mijn plan en gaan ze meetbare doelen stellen aan de hand van de drie onderdelen leren leven, leren leren en leren denken. Drie maal per jaar zijn er portfoliogesprekken waar we de doelen bespreken. Die gesprekken zijn inspirerend, leerlingen weten heel goed waar ze aan willen of moeten werken. Vaak gaat het om aspecten en vaardigheden van het leren leren die ze lasting vinden, nog weinig tonen en nog niet goed weten hoe ze hier aan kunnen werken. Door hierover te praten krijgen ze handvatten en kunnen ze gaan oefenen. Maar we moeten daar ook realistisch in zijn. De plannen delen en bespreken we met ouders en leerkrachten.”
Hetty: “De vraag die steeds vaker terugkomt is: waarom doe je de dingen die je doet? Hoe bedien je de leerling optimaal? Op welke plek kan het kind het beste aanbod krijgen? We zijn niet tegen versnellen, we zoeken het vooral in de breedte. Bijvoorbeeld door te werken aan een project in groepjes van drie of vier. We stimuleren daarmee samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. Aan het einde van de plusklasperiode, halverwege groep 8, doen ze een meesterproef. Dat kan over van alles gaan, we hebben al onderwerpen gehad als medische apparatuur, djinns en John F. Kennedy. Het eindresultaat is een project en een presentatie in de peergroep met ouders erbij. Maar ook een presentatie in de eigen klas. De peergroep is heel veilig, dus goed om te doen in de klas.”
Sabine: “Net zoals bij De Vlasgaard is overleg tussen ons en de leerkrachten erg belangrijk. Doordat we voor alle groepen programma’s hebben, kunnen we hen goed in de gaten houden. Overigens krijgen leerlingen die extra aanbod nodig hebben dat eerst in de klas. We hebben bijvoorbeeld de Vindplaatskast waar allerlei uitdagende materialen staan. Als we zien dat een leerling meer uitdaging kan gebruiken, gaan we in gesprek met de leerkracht en de ouders. Eerst verrijken in de klas. Als ze dan nog steeds leerhonger en tijd over hebben dan wordt via een zorgvuldige beoordeling en afweging de keuze gemaakt om een leerling in een plusgroep te plaatsen. De leerlingen in de plusgroep staan niet op een voetstuk. Zij moeten het leren leren en hun executieve functies verder ontwikkelen. Andere kinderen leren die in de klas, dus deze groep in eerste instantie ook. En je wilt er voor waken dat zo’n leerling weer uit een plusklas moet, dat is slecht voor het zelfvertrouwen. In dit proces hebben we leerkrachten heel erg hard nodig. Ook als de leerlingen in de plusklas zitten. Na een bijeenkomst van de plusklas mailen we de leerkrachten wat er besproken is en wat de opdrachten zijn. Leerlingen moeten die namelijk verwerken in hun weektaak. Projecten worden afgesloten met presentaties of verslagen; daarbij wordt ook vaak een koppeling gemaakt met de klas. Natuurlijk hangt er aan deze presentaties en verslagen een beoordeling aan vast.”
Eckartcollege: pilot uitval/thuiszitters
Begin dit schooljaar is het Eckartcollege in Eindhoven gestart met een voorziening voor hoogbegaafde leerlingen die binnen het onderwijs dreigen uit te vallen of reeds thuis zitten. Het gaat om leerlingen die naast hun hoogbegaafdheid een nevenproblematiek hebben, waardoor hun ondersteuningsbehoefte dusdanig complex is dat zij op dit moment niet mee kunnen doen met hun klas. Binnen de voorziening wordt via maatwerkbegeleiding in een kleinschalige en veilige omgeving, geprobeerd om deze leerlingen zover te krijgen dat naar school gaan weer mogelijk wordt. Het liefst op de eigen school.
Het initiatief voor de voorziening is genomen door het Samenwerkingsverband voor Passend Voortgezet Onderwijs in de regio Eindhoven (RSV-PVO), dus alle deelnemende scholen uit de regio kunnen leerlingen melden voor deelname. Om toegelaten te worden moet aan bepaalde criteria worden voldaan. Zo moet er intelligentieonderzoek worden aangeleverd, een deskundigenverklaring waaruit blijkt dat leerling baat heeft bij een benadering vanuit hoogbegaafdheid en een ondersteuningsperspectiefplan (OPP). In het OPP schetst de school waar een leerling vandaan komt, welke begeleiding reeds is geboden en wat daarbij wel en niet werkte. Ook zijn in het OPP duidelijke doelen geformuleerd waaraan gewerkt zal worden binnen de hoogbegaafden voorziening. Een adviescommissie buigt zich over iedere aanmelding.
De voorziening is opgezet als pilot. Regelmatige evaluaties zorgen ervoor dat de koers helder blijft voor betrokken partijen en dat tussentijds bijsturing kan plaatsvinden: doen we de juiste dingen en doen we die op de juiste manier? Na een half jaar is de voorziening nu echt operationeel. De ruimte is ingericht en leerlingen lopen in en uit. De een komt om te leren hoe hij om kan gaan met de drukte in de klas; een ander komt leren voor de testweek omdat dat thuis nu even niet lukt. Met een derde leerling wordt gezocht naar motivatie voor school en naar het moment waarop de hersenen ‘aan’ gaan. Ook aan thema’s als ‘fixed’ en ‘growth’ mindset, executieve functies en studievaardigheden, kan in de voorziening gewerkt worden. De inhoud van de begeleiding als ook de planning ervan, worden afgestemd op de behoeften van de individuele leerling. Maatwerk dus.
Met de voorziening voor hoogbegaafden werken we aan iets nieuws, in ieder geval in deze regio. Soms is het zoeken naar de juiste weg. De interesse die er is voor de voorziening is groot en groeit; we doen duidelijk iets waar behoefte aan is!
Twee scholen (opnieuw) gecertificeerd
Op de Verenigingsdag van 20 maart 2019 zijn twee leden (opnieuw) gecertificeerd. Het gaat om:
Eckartcollege, Eindhoven
Raimond Franssen en Nicole Donkers, met in het midden
Dick van Hennik (voorzitter BPS)
Montessorischool ‘t Ronde, Leusden
Myrthe Simons, Jeannette Ridderhof, Renata Schneider
en Anneke Looijenga
Jaarlijks wordt na een intensieve visitatieprocedure een deel van de begaafdheidsprofielscholen voor het eerst of hernieuwd gecertificeerd. Op de halfjaarlijkse verenigingsdag verzorgen gecertificeerden die voor het eerst gecertificeerd worden en scholen met een vernieuwde certificering korte presentaties. Hierin bieden zij aan de deelnemers inzicht in de good practices waarmee zij zich als oud-aspirant of als meer ervaren begaafdheidsprofielschool onderscheiden in het bieden van goed onderwijs of goede begeleiding aan hoogbegaafde leerlingen.
Het Eckartcollege gaf een presentatie met het thema ‘Eckarturen: zelfregulerende uren in onze masterclass’. Montessorischool ‘t Ronde gaf een presentatie met het thema ‘Passend onderwijs in en buiten de klas’.
Universitaire (hoogbegaafde) bachelorstudenten gezocht voor onderzoek
Gaat het leven als student je makkelijk af of vind je het soms best lastig? De ene student vindt sneller zijn of haar draai dan de andere, zowel academisch als sociaal. Aan de Radboud Universiteit onderzoeken we hoe dit samenhangt met bepaalde persoonlijke, sociale en academische factoren.
Wij zijn in het bijzonder geïnteresseerd of de aanpassing bij hoogbegaafde en/of jonge studenten die op de basis- en/of middelbare school een of meer klassen hebben overgeslagen, anders verloopt dan bij niet-hoogbegaafden en studenten die geen klas hebben overgeslagen.
Dus ben jij een hoogbegaafde en/of versnelde bachelorstudent: doe dan zeker mee! Of ken je zulke studenten? Breng dan s.v.p. dit onderzoek onder zijn of haar aandacht.
Meedoen is eenvoudig: je hoeft alleen een online Nederlandstalige vragenlijst in te vullen: Vragenlijst ‘Het leven als student’. Dit duurt circa 15 minuten. Het onderzoek is anoniem en deelnemers kunnen de resultaten van het onderzoek ontvangen.
Werkt de link niet, kopieer dan deze URL: https://survey.socsci.ru.nl/index.php/579849/lang-nl.
Parallel aan het studentenonderzoek wordt in het kader van dit promotieonderzoek ook onderzocht hoe studieadviseurs denken over studenten die jonger dan gebruikelijk naar de universiteit gaan.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door dr. Marjolein van Weerdenburg en drs. Yolande Schuur, Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Neem voor meer informatie over het onderzoek contact op met drs. Yolande Schuur: J. Schuur.@pwo.ru.nl of 06-55304152.
Conferentie Picasso Lyceum
Het Picasso Lyceum viert ze 10 jaar in een nieuw gebouw werkzaam zijn. In deze 10 jaar is hard gewerkt aan het vormgeven van gepersonaliseerd leren onder de noemer: “Onderwijs op maat voor jou”. Na 10 jaar is veel ervaring opgedaan en dat moet gedeeld en gevierd worden! Vandaar dat het Picasso Lyceum in hun lustrumjaar een conferentie organiseert volledig in het teken van onderwijs op maat. Inspiratie opdoen?
Meer informatie is te vinden op http://samenwerkenaanmaatwerk.nl
13 en 14 november Landelijke Conferentie Begaafdheid & Talentontwikkeling
Op 13 en 14 november 2019 organiseert het National Talent Centre of the Netherlands (NTCN), een samenwerking van SLO, CBO Talent Development en de Radboud Universiteit Nijmegen, de 2e NTCN Conferentie Begaafdheid & Talentontwikkeling bij NBC congrescentrum in Nieuwegein.
De informatie over het programma, de keynotes, workshopleiders en het aanmelden zal evenals voorgaande jaren voor de zomervakantie verschijnen.