Actueel

  • 6 december 2021

    Artikel LBBO: Over passend onderwijs bij hoogbegaafdheid

    Lees meer…

  • 2 december 2021

    Onderzoek naar zelfbeeld (hoog)begaafde leerlingen

    Lees meer…

  • 1 december 2021

    Kennisrotonde: geschikte criteria voor versnellen en verrijken

    Lees meer…

  • 29 november 2021

    CBO Vooruitwerklab op locatie

    Lees meer…

  • 24 november 2021

    Vereniging BPS verwelkomt drie nieuwe leden

    Lees meer…


  • Alle nieuwsberichten

Onderzoek de school in #4: De rol van de leidinggevende in begaafdheidsonderwijs

In september 2021 verscheen het boek Hoe dan?!, dat ingaat op de verschillende thema’s waar schoolleiders, -besturen en specialisten mee te maken krijgen als het gaat om begaafdheidsonderwijs. Schrijvers zijn Anouke Bakx, Eleonoor van Gerven en Annemieke Weterings.

—————————

Over de schrijvers

Anouke Bakx is bijzonder hoogleraar Begaafdheid aan de Radboud Universiteit en lector Goed leraarschap, goed leiderschap bij Fontys Hogeschool Kind en Educatie. Ze doet onderzoek naar (hoog)begaafdheid in het basisonderwijs en richt zich op professionalisering van basisschoolleerkrachten. Haar onderzoek doet zij met en in scholen in onderwijsonderzoekswerkplaatsen.

Eleonoor van Gerven promoveerde op het opleiden van leraren tot specialist begaafdheid. Ze is onder andere verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de post-hbo-registeropleiding Specialist Begaafdheid SE/ZOO® en voor de post-hbo-registeropleiding Specialist Dubbel Bijzondere Leerlingen. Naast deze opleidingen ontwikkelt en verzorgt zij diverse korte cursussen, workshops en maatwerktrajecten over begaafde leerlingen in het primair onderwijs. Ze is ook auteur van een groot aantal publicaties over het begeleiden van begaafde leerlingen in het primair onderwijs.

Annemieke Weterings-Helmons is als lerarenopleider gespecialiseerd in begaafdheid en in rekenen. Samen met Eleonoor van Gerven ontwikkelde zij de geaccrediteerde post-hbo-registeropleiding Specialist Dubbel-Bijzondere Leerlingen en de kopstudie Begeleiding van onderpresterende leerlingen. Naast deze opleidingen ontwikkelt en verzorgt zij korte cursussen, workshops en maatwerktrajecten over begaafdheidsonderwijs. Daarnaast is ze werkzaam als studiecoach, docent en ontwikkelaar binnen de Master EN-opleiding van de Fontys Hogeschool.

————————

Anouke Bakx: “Ik heb een mooi plan, dat is wat ik twee jaar geleden zei tegen Eleonoor en Annemieke. We kennen elkaar al lang, we zitten bijvoorbeeld samen in een internationale onderzoeksgroep op het gebied van begaafdheid. We komen elkaar veel tegen op congressen en bijeenkomsten. En Annemieke en ik werken samen bij Fontys. Toen een uitgever vroeg of ik een boek wilde schrijven op het gebied van begaafdheid zag ik dat als een kans om in te gaan op een onderwerp waar we alle drie over aan het nadenken waren. Als je kijkt naar begaafdheidsliteratuur dan zie je dat vrijwel alles gericht is op de leraar, de ib’er of andere ondersteuners. Voor schoolleiders is er weinig beschikbaar, terwijl visie, schoolklimaat en cultuur van doorslaggevend belang zijn om verandering in een school tot stand te brengen.”

Eleonoor van Gerwen: “Waar we alledrie tegenaan lopen is dat leraren in de praktijk zoeken naar het mandaat dat ze hebben in de school. De studenten in mijn opleiding komen de eerste les vaak binnen met de opdracht van de directie om een plan te schrijven. Dat is natuurlijk heel erg mooi, maar waar ze dan tegenaan lopen is de versnippering in de organisaties, zeker in het voortgezet onderwijs heb je te maken met veel teams. Dan kun je wel een mooi plan schrijven, maar is dat plan ook uitvoerbaar? De studenten komen dan vaak met de vraag: waar ligt mijn plek in de organisatie? Ik begeleid leraren die dit soort vragen hebben, en laat hen communiceren met directeur. Ze moeten het hebben over de positie van de professional binnen de organisatie.”


Maximaal wenselijk, maximaal haalbaar

Annemieke Weterings: “Een van de opdrachten die onze master-studenten moeten uitvoeren, is aantonen dat ze een change agent zijn in hun organisatie. Wat we zien is dat studenten veel moeite ervaren om beweging te krijgen in de organisatie, of het nu gaat om hun collega’s, ouders of de schoolleiding. Ze hebben als leerkracht bijna altijd iemand anders nodig met meer mandaat. Het is de directeur die kan zeggen: ‘je hebt een mooie visie en idealen, maar…. dit zijn de beschikbare middelen en kaders’. Dan gaapt er een kloof tussen wat als maximaal wenselijk en wat als maximaal haalbaar wordt ervaren door de student. Naarmate de directeur meer voeling en kennis van begaafdheid heeft en dat ook uitdraagt, hoe dichter onze studenten bij maximaal wenselijk kunnen komen.”

Eleonoor: “De leraren die onze opleiding doen, krijgen heel veel kennis en inzichten. Ze ontwikkelen een visie. Als de school daar niets mee doet dan groeien ze uit hun baan. Je ziet dat sommigen de school verlaten en voor zichzelf beginnen. Dat is voor de organisatie eeuwig zonde.”

Als opleider en coach ervaar ik parallelle informatiestromen. Mensen gaan wel met elkaar in gesprek over begaafdheidsonderwijs, maar je moet ook de basisvragen durven stellen. Wat heb ik nodig om dit te kunnen verzorgen? Waar sta ik voor? Wat zijn de consequenties van onze keuzes? Wat betekent dat in de praktijk? Met ons boek willen we voor alle lagen en actoren in een school handvatten bieden om daarmee aan de slag te gaan.”

Praktijkparadigma’s

Anouke: “Wat ontbreekt is een gemeenschappelijke taal. Mensen denken dat ze het over hetzelfde hebben, maar dat is niet zo. In het boek behandelen we drie praktijkparadigma’s, voor velen is dat een eye-opener. Het gaat erom wat jouw perspectief op begaafdheid is. Het eerste paradigma gaat uit van een hoog IQ. Kinderen krijgen het label hoogbegaafd en worden op die manier ook ondersteund. Het tweede paradigma gaat uit van talent in brede zin, je kunt je ontwikkelen op allerlei terreinen. Bij de derde staat differentiatie van alle leerlingen centraal. Je kijkt naar de behoeften van alle kinderen zodat ze allemaal zich kunnen ontwikkelen. Een label als hoogbegaafdheid is dan niet meer nodig.”

Annemieke: “We hebben het in onderwijs over de behoeften van de leerlingen, en welke invloeden daarbij belangrijk zijn. Een leerkracht is niet anders dan een leerling; die heeft ook zijn specifieke ondersteuningsbehoeften als professional. Als je als leidinggevende zo naar leerkrachten kunt kijken, dan heb je ook oog hoe je hen beter kunt toerusten voor het onderwijs dat je wilt bieden in jouw organisatie. Onze tip naar schoolleiders is dan ook: benut je rol en invloed in dit systeem.”

Anouke: “In het boek gebruiken we zoveel mogelijk wetenschappelijke inzichten. Wat weten we al als het gaat om onderwijs aan begaafde lerenden? En als we dat weten, hoe kun je daar handen en voeten aan geven? We willen het zo toepasbaar mogelijk maken.”

De rol van de schoolleider

Annemieke: “We kijken naar de rol van de schoolleider in dit boek en dat doen we onder andere met veel praktijkverhalen. Overigens zijn dat niet per se succesverhalen. Die verhalen beschrijven een school en de aspecten die wel en niet zijn gelukt. Of nog in ontwikkeling zijn. Hoe werken ze daar naar de stip op de horizon? Hoe komen ze dichterbij maximaal wenselijk?”

Eleonoor: “We vonden het belangrijk om heel erg duidelijk te maken er geen ultieme oplossing is. Het is geen boek met quick fixes, dat zie je te veel in Nederland. Pak je het op die manier aan, dan komen er onherroepelijk teleurstellingen. Mensen haken af. Als schoolleider moet je urgentie creëren bij de leraren, die ze ook echt voelen. Dan kom je tot veranderend handelen. En je moet mensen opleiden zodat ze ook in staat zijn de veranderingen door te voeren. Ze moeten kunnen meeveranderen in de processen. En, sluit aan bij de behoeften en wensen van alle lagen: schoolleiding, teams, docenten, secretariaat.”

Annemieke: “Eleonoor en ik zeiden het al eerder, onze studenten voelen zich enorm gestimuleerd door de directeur om deze nascholing te volgen, maar als ze hun opgedane kennis en vaardigheden moeten omzetten naar de organisatie wordt het moeizaam. Voor hen voelt het alsof de directeur daar nog niet op geanticipeerd heeft. Begaafdheidsonderwijs geef je vorm als team, en niet als een individuele leraar die op ontdekking uit gaat. Als schoolleider helpt het als je ook durft te accepteren dat er dingen niet gelijk helemaal goed gaan. Stel dat je van 0 naar 4 gaat, dan is dat een hele grote stap. Waardeer dat ook zo, dat het een belangrijke ontwikkeling is in de complexiteit van het vak van een leraar. Benader het positief en blijf overgebleven kansen benutten.”

‘Hoe dan?! Pakkend onderwijs voor begaafde leerlingen’ is onder andere hier te bestellen.


Oefening
In het artikel en het boek worden drie praktijkparadigma’s benoemd. Dit zijn perspectieven op (hoog)begaafdheid. Om gezamenlijk goed begaafdheidsonderwijs te kunnen geven, is het belangrijk te weten op welke manier je als team en als individu naar (hoog)begaafdheid kijkt.
Lees eerst dit artikel met een korte beschrijving van de paradigma’s (of lees die in het boek Hoe dan?!)
– Bedenk voor jezelf in welk paradigma jij valt.
– Bespreek als team hoe ieder afzonderlijk denkt. En als team.
– Schrijf per paradigma op wat de voordelen en de nadelen zijn van het perspectief.
– Nu je dit weet, wat betekent dit voor jullie visie en de daarop aansluitende keuzes in jouw praktijk als het gaat om begaafdheidsonderwijs?

 

 

© Begaafdheidsprofielscholen 2011 | Privacy Statement