Actueel

  • 28 november 2022

    Talent: ‘Bloom is meer dan (we) denken’

    Lees meer…

  • 19 november 2022

    Column #8 Marko Otten: ‘A sense of connection and belonging’

    Lees meer…

  • 9 november 2022

    Video-registraties ECHA2022 online

    Lees meer…

  • 1 november 2022

    NTCN organiseert regionale conferenties ‘(H)erken Talent’

    Lees meer…

  • 31 oktober 2022

    Webinar over IMAGE-deelstudie Professionalisering

    Lees meer…


  • Alle nieuwsberichten

Column #7 Marko Otten: “Nou ja, ik ben hoogbegaafd”

Misschien is het een taaldingetje met dat ‘hoog’ erin? De wat ik noem ‘zelfverklaarde’ hoogbegaafden vind ik vaak behoorlijk aanmatigend overkomen. Anderen mogen je natuurlijk wel voor hoogbegaafd uitmaken, maar dat doe je niet zelf. Het Engelse equivalent ‘gifted’ roept veel minder weerstand op. Maar het probleem is zeker niet alleen talig. De suggestie in het begrip ‘hoogbegaafd’ van een ijdele verheffing boven de norm, een overtreffende trap van de gewone medeburger, laat zich slecht verenigen met allerlei vormen van gelijkheidsdenken.

In de meeste emancipatoire ideologieën gaat de aandacht vooral uit naar de underdog of naar de onderkant van de samenleving. Waar het om verstandelijke vermogens gaat, is de Dennendal-affaire (1974) de radicale aftrap in Nederland voor de emancipatie van mensen met een verstandelijke beperking. De televisiezenders van de jaren tachtig brachten de Jostiband op het scherm en weer wat later creëerde de programma’s van Paul de Leeuw een populair podium voor jongens en meiden met het syndroom van down.

Vervolgens zagen we een ware optocht voorbij trekken van documentaires, films, commercials en televisieshows waarin een hoofdrol was weggelegd voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij werkten zich naar het middelpunt van de belangstelling; de mensen met een beperking en juist niet de mensen met een verstandelijk surplus.

Maar sinds 2000 kwam er een emancipatiebeweging op gang van en voor hoogbegaafden. Onze vereniging BPS, opgericht in februari 2007, maakte er deel van uit. Toch moest ik er wel even aan wennen, toen ik niet lang daarna directeur werd van een lyceum dat zich – zij het ietwat aarzelend – afficheerde als begaafdheidsprofielschool. Eerlijk is eerlijk, ik was er kennelijk altijd van uitgegaan dat die hoogbegaafde mensen niets tekort komen. Ze hebben toch alles mee?

Maar als zo vaak hebben de leerlingen mij de weg gewezen uit het bleke circus van de blinde vlekken. Met enig vallen en opstaan leerde ik een goede schoolleider voor deze school te zijn. Ik omhelsde de emancipatie van de uiterst slimme kinderen. Ik prees onder docenten het uitdagend verweer tegen onderpresteren. Ik was blij met het zorgteam dat allerlei maatwerkbegeleiding aanbood aan dubbel bijzondere leerlingen.

De samenleving deed er wat langer over om volwassenen hoogbegaafden te accepteren. Vanwege misschien de gedachte dat ze niets tekort komen. Maar op webinars blijkt vaak het tegendeel: blokkades, frustraties en pijn, het gevolg van een eenzame reis langs scholen (soms ook BP-scholen) en zorginstellingen, liggen aan de basis van hun emancipatie. Dan is hoogbegaafd wel wat anders dan een label waarmee je jezelf boven anderen verheft. Recent volgde ik online een seminar op de Fontys Hogeschool. Tom (21) nam eraan deel, een jongen die na struikelpartijen in het regulier onderwijs in de zorg terecht gekomen is. Hij vatte het zo samen: ‘Als je jezelf hoogbegaafd noemt, betekent dat niet dat je beter bent dan anderen… Hoogbegaafdheid is een staat van zijn en niet van beter zijn dan anderen.’

Onze BP-scholen doen zoals we weten buitengewoon goed werk, maar van het getraumatiseerd geluid kunnen we veel leren. Dat gaan we doen na de mooie en welverdiende vakantietijd die ik iedereen van harte toewens.

Marko Otten

© Begaafdheidsprofielscholen 2022 | Privacyverklaring