“Hoogbegaafdheid vraagt om vertrouwen, niet om een apart eiland” HB-onderwijs op het Sint-Janslyceum
Al meer dan tien jaar is het Sint-Janslyceum in ’s-Hertogenbosch actief bezig met onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen. Sinds vier à vijf jaar staat Jacques-Pierre van Eijk aan het roer als coördinator van het BPS-programma. Daarnaast is hij docent geschiedenis. Vanuit zijn rol ziet hij hoe belangrijk het is dat hoogbegaafdheid geen losse voorziening is, maar stevig verankerd zit in de schoolorganisatie.
“Het Sint-Jans is een grote school,” vertelt Jacques-Pierre. “We hebben iets meer dan tweeduizend leerlingen. Juist dan is het belangrijk dat je HB-beleid niet afhankelijk is van één enthousiasteling, maar dat het gedragen wordt door de hele school.”
Van interesse naar verantwoordelijkheid
Jacques-Pierre had niet direct te maken met het hoogbegaafdheidsonderwijs. “Ik heb geschiedenis gestudeerd en ben vervolgens het onderwijs ingegaan. De eerste jaren was ik vooral bezig met goed leren lesgeven.” Het kantelpunt kwam in een gesprek met een teamleider uit de vwo onderbouw. “We spraken over onderwijs in het algemeen, over geschiedenis in het bijzonder, en toen ook over hoogbegaafde leerlingen. Hij vroeg hoe ik daar in mijn lessen mee omging. Dat zette me aan het denken.”
Die interesse groeide. Jacques-Pierre volgde cursussen en modules over hoogbegaafdheid, werd tutor van BPS-leerlingen en nam uiteindelijk het coördinatorschap over. “Ik herkende veel in de typische BPS-leerling. Dat maakte het onderwerp voor mij extra interessant.”
Van brugklasinitiatief naar schoolbreed beleid
Het huidige BPS-programma vindt zijn oorsprong in de brugklas. “Ongeveer tien jaar geleden ontstond daar de behoefte om hoogbegaafdheid beter en structureler vorm te geven,” legt Jacques-Pierre uit. “Er gebeurde al wel iets, maar zonder gezamenlijke visie. Tegelijkertijd wilden we ons als school ook duidelijker profileren.”
Wat begon in de brugklas, waaierde later uit naar de vwo-afdeling en uiteindelijk naar de hele school. Die ontwikkeling verliep niet zonder hobbels. “We hebben een periode gehad met teruglopende aanmeldingen en veel wisselingen in het management. Dan blijven innovaties snel liggen.”
De doorbraak kwam toen hoogbegaafdheid een vaste plek kreeg in de portefeuille van het managementteam. “Mijn voorganger liep ertegenaan dat ze wel ideeën had, maar geen plek aan tafel. Nu kan ik rechtstreeks schakelen met teamleiders en MT-leden. Dat maakt een wereld van verschil.”
Uitdaging én ondersteuning
Het HB-beleid van het Sint-Jans rust volgens Jacques-Pierre op twee pijlers: uitdaging en ondersteuning. “Aan de ene kant willen we leerlingen uitdagen, aan de andere kant moeten we ze goed begeleiden.” Die uitdaging zit deels in de lessen, via differentiatie, versnelling en compacten. “Maar onze kracht zit vooral buiten de les,” zegt hij. “We werken met modules.” Die modules variëren van astronomie en debatteren tot theater, creatieve projecten, strategische bordspellen en Russische taal en cultuur.
Bijzonder is dat ook ouders worden betrokken. “Ouders hebben vaak enorme expertise. Binnenkort start een module ‘Wat mag waar?’, gegeven door een collega filosofie samen met een ouder die ambtenaar is. Leerlingen buigen zich over een fictief besluit van de gemeente: wat als er een AZC of windmolenpark naast de school komt? Wie zijn de stakeholders? Hoe verloopt besluitvorming? Dat eindigt in een gesimuleerde raadsvergadering.” Daarnaast is er op het Sint-Janslyceum ruimte voor versneld examen doen, extra vakken, Cambridge Engels en het opbouwen van een portfolio richting het wetenschappelijk onderwijs.
Vertrouwen in plaats van cijfers
In de lespraktijk vraagt HB-onderwijs soms lef, erkent Jacques-Pierre. “Ik heb een leerling in vwo 5 die zich zichtbaar verveelde. Geen uitblinker in cijfers, maar wel iemand met enorme interesse voor bepaalde thema’s. Door hem de vrijheid te geven zich daarin te verdiepen, zie je hem opbloeien.”
Dat vraagt vertrouwen, zeker richting de examenjaren. “Niet elke collega durft dat al. Maar ik zie beweging. En dat is hoopgevend.”
Tutoren, peergroups en een eigen plek
Elke BPS-leerling op het Sint-Jans heeft naast een mentor een tutor: een docent met extra kennis van hoogbegaafdheid. “Die tutor volgt de leerling vaak meerdere jaren en spreekt hem of haar elke drie à vier weken. Dat gaat soms over praktische zaken, maar net zo goed over executieve vaardigheden of sociaal-emotionele thema’s.” Voor de bovenbouw is er daarnaast een peergroup. “Leerlingen herkennen veel bij elkaar. Dat is enorm waardevol.”
Ook fysiek is er een plek gecreëerd: een BPS-lokaal. “Leerlingen hebben zelf meegedacht over de inrichting. Ze beheren de ruimte grotendeels zelf en kunnen er werken of even ontspannen. Dat klinkt misschien klein, maar het gevoel van eigenaarschap is groot.”
Groei en samenwerking
Momenteel hebben 122 leerlingen het BPS-kenmerk. Deelname aan het programma is niet verplicht. “Elk jaar vraag ik: doe je mee of niet? Soms heeft een leerling het een jaar gewoon te druk. Dat is prima. De faciliteiten en de ondersteuning blijven.”
Het Sint-Jans speelt ook een actieve rol binnen het samenwerkingsverband. “We zijn voorzitter van de werkgroep hoogbegaafdheid. Iedere school levert ambassadeurs, collega’s die kennis uitwisselen. Zo wordt het geen eenmansverhaal meer.”
Ook de samenwerking met het primair onderwijs krijgt meer vorm. “Met KC Stadshart werken we nu structureel samen. Zij willen lid worden van de vereniging, en samen kijken we hoe we beter op elkaar kunnen aansluiten. Daar word ik echt blij van.”
Geen apart eiland
Een aparte HB-brugklas? Het idee was er, maar uit rondvraag bij verschillende groepen bleek er geen behoefte aan te zijn. “Leerlingen en ouders gaven duidelijk aan dat ze juist voor een grote, reguliere school kiezen. Dat signaal nemen we serieus.”
Voor Jacques-Pierre is dat de kern van goed HB-onderwijs: “Geen eilandjes creëren, maar vertrouwen geven. Hoogbegaafde leerlingen willen geen one-size-fits-all-oplossing. Ze hebben ruimte nodig, mensen die hen zien en een school die durft te bewegen.”