Actueel

  • 14 september 2021

    BPS-leerlingenconferentie 2021

    Lees meer…

  • 12 juli 2021

    Column Marko Otten #2: De oproep

    Lees meer…

  • 8 juli 2021

    Interessante artikelen, publicaties en onderzoeken juli 2021

    Lees meer…

  • 8 juli 2021

    Het bestuur #7: Bert Mulder

    Lees meer…

  • 6 juli 2021

    Onderzoek naar motivatie bij leraren hb-onderwijs

    Lees meer…

Column Marko Otten #1: De brug

De reiziger begroet een brug als de handigste manier om vanaf hier de overkant te bereiken. Op de ene plek zoef je onaangedaan in de intercity over een ondergelopen weiland. Elders beweeg je je hoog boven een diep en duister ravijn voorzichtig over een wankele hangbrug. Door onze waterrijke delta zijn we heel wat bruggen gewend, in alle soorten en maten.

Geen wonder dat de ontwerpers van de Mammoetwet (1963) de metafoor van de brug gebruikten voor het overgangsjaar tussen basis- en voortgezet onderwijs. Iedere Nederlander denkt meteen aan brede rivieren die oneindig tussen twee schoolsoorten stromen en daar kun je de lieve kinderen natuurlijk niet in laten verdrinken. Dankzij een brugklas konden zij wennen aan de ‘kilte’ van het grote voortgezet onderwijs dat idealiter zou plaatsvinden in brede scholengemeenschappen. De overgangsklas moest dezelfde samenstelling hebben als groep acht. Via differentiatie in de brugklassen van de brede school creëerde men de ultieme kans voor nadere niveaubepaling.

Niet lang na de invoering van de Mammoetwet zagen we – om de metafoor trouw te blijven – onder de brug een tweestromenland ontstaan. De brede scholengemeenschappen zijn er wel gekomen maar de hang naar duidelijk afgebakende schoolsoorten bleef bestaan, tot op de dag van vandaag. Categoriale gymnasia bloeien als nooit tevoren. Selecteren doen we nog steeds liever bij vertrek uit het primair onderwijs dan aan het eind van de brugklas. Tegenstanders schilderen deze tendens vaak af als standenonderwijs. De brugklas, en zeker die in categoriale scholen, zou juist dwingen tot vroeg discrimineren en kinderen beroven van kansen op een hoger niveau.

Als een reactie daarop ontstond in de jaren zeventig het idee van de middenschool, een soort opgerekte brugperiode van drie jaar. Uitstel van het keuzemoment. In de gemengde groepen van de middenschool zouden de goede leerlingen hun minder goede klasgenoten automatisch opheffen naar een hoger niveau. Zoals bekend bleek het politieke en maatschappelijke draagvlak voor de middenschool te smal. Velen zagen de middenschool als de uitkomst van ideologisch gedreven systeemdenken. Toch blies de Onderwijsraad recentelijk nieuw leven in het idee: ‘verplicht een driejarige brugperiode’. Commotie! Net als destijds was de leraren niets gevraagd en leerlingen namens wie dit allemaal bedacht is, mochten evenmin meepraten.

Onze BPscholen laten al zien hoe je het doet. Sinds mijn hernieuwde kennismaking met de vereniging kan ik bij onze scholen de variaties bewonderen op het thema differentiatie en maatwerk, het handwerk van de overbrugging. Ik zie hoe het gesprek met de individuele leerling tot conclusies leidt en dat daar dan onderwijs omheen geplooid wordt. Dit geschiedt door alle leerjaren heen in primair en voortgezet onderwijs. Noem je dan ieder jaar een brugklas? Of valt de brug er straks helemaal uit? We zien her en der doorlopende leerlijnen ontstaan voor hb-leerlingen van basis- naar voortgezet onderwijs. Op een aantal plaatsen hebben onze collega’s juist nieuwe bruggen geslagen voor jonge hb-kinderen: de Intermezzoklas of de Voorsprongklas. Die helpen de overstap naar het voortgezet onderwijs te maken.

Mijn stelling is: als de BPS school maakt, heb je geen middenschool meer nodig. ‘Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden die elkaar vroeger schenen te vermijden, worden weer buren.’

Marko Otten is voorzitter van de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen

© Begaafdheidsprofielscholen 2011 | Privacy Statement