BPS-festival 2026 op 27 november 2026
Op vrijdag 27 november 2026 organiseren we al weer de elfde editie van het BPS-festival voor hoogbegaafde leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het is een uniek evenement met een breed en verdiepend programma, aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en de brug naar hoger onderwijs, wetenschap en bedrijfsleven. We bieden leerlingen de gelegenheid om peers te ontmoeten, hun talenten te ontdekken en geïnspireerd te raken door uitdagende onderwerpen.
De voorgaande edities werden zeer gewaardeerd door leerlingen, docenten en de sprekers, met gemiddeld een 8.
Meer weten? Kijk dan hier….
‘We laten de leerlingen hun onderwijs zo passend mogelijk maken’. Hb-onderwijs op het Theresialyceum
Thuis in Begaafdheid is de profilering van het Theresialyceum in Tilburg als het gaat om hoogbegaafdheid. Het is geen apart label, maar verweven in de hele school. Lies Aarts (HB-expert) en Denise Eurlings (coördinator begaafdheidsprofielschool) vertellen over hun visie, de praktijk en de uitdagingen die ze tegenkomen in hun streven naar passend onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen.
Lies Aarts begon jaren geleden als tijdelijke kracht, maar groeide uit tot de HB-expert van de school. “Ik heb ruime ervaring in het onderwijs, maar ben al een hele tijd volledig gericht op deze doelgroep. Ik heb bijvoorbeeld de opleiding tot RITHA Practitioner gedaan. Het is een rol die ik met passie invul, mede door mijn eigen ervaringen.” Ze heeft twee hoogbegaafde kinderen. “Ik weet wat ouders en kinderen doormaken, en dat helpt me om de vertaalslag te maken tussen het kind, de ouders en de docenten.”
Denise Eurlings is docent biologie en BPS-coördinator. Haar betrokkenheid bij hoogbegaafdheid begon onverwacht: “Tijdens een training formatief evalueren zei de trainer tegen me: ‘Heb jij wel eens nagedacht dat je misschien hoogbegaafd bent?’ Dat was een eyeopener. Ik ben toen gaan lezen en herkende veel in mezelf. Thuis speelt het ook een rol, met twee hb-kinderen. Ik weet hoe het voelt om tegen vooroordelen aan te lopen, en dat drijft me om deze leerlingen de beste begeleiding te bieden.”
Het Theresialyceum is een havo/vwo-school met ongeveer 1.200 leerlingen. De school profileert zich op drie pijlers: cultuurprofielschool, begaafdheidsprofielschool en een driejarige brugperiode.
“We werken met heterogene groepen, omdat dat het beste past bij onze visie op onderwijs”, legt Denise uit. “Hoogbegaafde leerlingen zitten verspreid over alle klassen.”
“Homogene groepen hebben hun voordelen, maar heterogene groepen geven een realistischer beeld van de samenleving,” legt Lies uit. “We willen dat onze leerlingen leren omgaan met verschillen, en dat ze zich kunnen ontwikkelen in een omgeving die lijkt op de echte wereld.”
Visie op hoogbegaafdheid: het kind in zijn geheel
De visie van het Theresialyceum is helder: hoogbegaafdheid wordt benaderd als een geheel, niet als enkel een IQ-cijfer. “We kijken naar het kind in zijn totaliteit,” benadrukt Lies. “Het gaat niet alleen om cognitieve vaardigheden, maar ook om sociale en emotionele ontwikkeling. Wij zijn geen voorstander van ‘testen voor toegang’, een IQ-onderzoek is bij ons niet verplicht. Het kan zeker helpend zijn, maar waarom zou je testen als het goed gaat met een kind? Daarbij speelt ook kansengelijkheid een rol, niet alle ouders kunnen zelf een test bekostigen (als deze niet wordt vergoed door de gemeente). We verzamelen de relevante informatie uit verschillende bronnen, zoals ouders en de basisschool.”
Denise voegt toe: “We merken dat leerlingen die er op de basisschool bovenuit staken, hier soms voldoende hebben aan het reguliere aanbod. Uiteindelijk vinden wij het belangrijk om steeds te kijken naar waar een kind staat in de ontwikkeling en wat op dat moment daarbij past. Daarom doen we een jaarlijkse evaluatie van de leerlingen die deelnemen aan onze HOP-activiteiten (Hoog OntwikkelPotentieel). We bekijken dan of die nog passend zijn.”
De school heeft ongeveer 120 HOP-leerlingen. Lies: “Er zijn ook leerlingen die bewust kiezen voor het reguliere aanbod. Dat vind ik soms lastig, want dan vraag ik me af: komen ze later alsnog in beeld?”
Om tijdig een interventie te kunnen doen, werkt de school met leerlingcoördinatoren die mentoren ondersteunen. “Op dit moment maken we afspraken over hoe we leerlingen aan de bovenkant goed in beeld krijgen en passende interventies kunnen bieden,” legt Denise uit. “Ook hebben we dit jaar voor het eerst een leerpotentieeltest afgenomen. Daar kwamen leerlingen uit die nog niet eerder in beeld waren.”
De praktijk: uitdagen en ontmoeten
De school heeft een doorlopende lijn voor uitdaging. In klas 1 biedt de school Samen Thuis In Projecten (STIP) aan, leerlingen leren dan hoe ze een project moeten aanpakken. “In klas 2 en 3 moeten ze minimaal een uitdagingsmogelijkheid naar keuze doen”, zegt Denise. “Vanaf komend schooljaar gaan we de leerlingen stimuleren om meer activiteiten te doen. Pubers vinden het vaak spannend om iets nieuws te doen, terwijl het wel heel goed kan zijn voor hun ontwikkeling. Ook hebben we een doorlopende lijn voor peercontact in de onderbouw, onze HOP-peerbijeenkomsten.”
“We willen dat leerlingen elkaar opzoeken en leren samenwerken,” zegt Lies. “In het HOP-lab leren ze hoe ze projecten aanpakken en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leren.” Als een leerling iets extra’s gaat doen, hebben ze eerst een gesprek met Lies. “We bespreken dan of de extra activiteit passend is. En ik maak afspraken met de leerling over welke les hiervoor ingezet gaat worden en wanneer er geëvalueerd wordt of er aan de behoefte is voldaan.”
Het team
Lies en Denise zijn, samen met de portefeuillehouder in de directie, het BPS-team van de school. Daarnaast is er ook nog de HOP-expertgroep. Denise: “We zijn als BPS-team verantwoordelijk voor het beleid. De expertgroep bestaat uit vakdocenten van elke grotere sectie, zij hebben zich allemaal verdiept in hoogbegaafdheid. Zij werken onze visie en beleid uit zodat vakdocenten daarmee aan de slag kunnen gaan. Het gaat dan om onderwerpen als differentiatie aan de bovenkant, het ontwikkelen van executieve vaardigheden en effectief leren.”
De HOP-experts hebben onder andere een uitdagingstrap ontwikkeld, zodat docenten weten welke stappen ze kunnen zetten voor leerlingen die meer nodig hebben. Denise: “Er zijn vier tredes, als eerste een uitdagende route en vervolgens compacten en verrijken binnen de vakles. Trede 3 is het compacten van lessen en in de overgebleven tijd een project doen in het HOP-lab. Trede 4 is versnellen.”
Daarnaast is er aandacht voor executieve functies, zoals doorzettingsvermogen. “In mijn vak, biologie, merken we dat hoogbegaafde leerlingen vaak moeite hebben met doorzetten”, vertelt Denise. “We willen komend schooljaar tools ontwikkelen die leerlingen helpen dat te verbeteren”
Traject op Maat en tips voor andere scholen
Tot een aantal jaren geleden had het Theresialyceum het TOM-programma: een traject op maat. Dat is afgeschaft omdat het verkeerde verwachtingen wekte bij ouders. “Ouders dachten dat hun kinderen een volledig programma op maat kregen, maar dat kunnen we niet bieden,” legt Denise uit. “We bieden faciliteiten waar leerlingen gebruik van kunnen maken om hun programma aan te passen. Zo kunnen ze hun onderwijs passender maken.”
“We willen dat onze leerlingen zich thuis voelen en zich kunnen ontwikkelen op hun eigen niveau,” sluit Denise af. “En daarin boeken we vooruitgang, dankzij de inzet van iedereen op school. Het is hard werken, maar het is het meer dan waard.”
Bestuurslid Riekelt Korf: ‘Onderwijs moet kinderen uitdagen, ook aan de bovenkant’
Wie zitten er in het bestuur van de Vereniging BPS? Wat is hun motivatie? Deze keer stelt Riekelt Korf zich voor, directeur-bestuurder van De Kralingsche School.
“Ongeveer dertig jaar geleden ben ik begonnen voor de klas, in de kleutergroepen. Lesgeven vond ik erg leuk, maar ik wilde meer doen. Daarom ben ik naast mijn werk als leerkracht ook intern begeleider en bouwcoördinator geworden. Ik heb gewerkt in het speciaal basisonderwijs, in de kinderpsychiatrie, eigenlijk van alles.
Rond 2004 of 2005 kwam ik op een school terecht waar ontwikkelingsgericht onderwijs centraal stond. Niet alleen voor kleuters, maar ook voor de hogere groepen. Daar kwam voor mij voor het eerst bewust het thema hoogbegaafdheid om de hoek kijken. Er zaten veel kinderen in de klas die meer aankonden dan het gemiddelde, en als leerkracht moest je zelf uitzoeken hoe je daar mee omging. Het ontwikkelingsgerichte onderwijs paste daar perfect bij: je kijkt altijd naar dat stapje verder dan wat een kind al kan. Samen met ouders en kinderen zijn we toen aan de slag gegaan met hoogbegaafdheid. Dat voelde als een logische volgende stap.
In die periode werd ik vader van twee kinderen. Bij mijn jongste kind bleek al snel dat hij meer aankon dan andere kinderen. Na een aantal jaar werd zij getest en kwam er hoogbegaafdheid uit, gecombineerd met ADHD. Dat heeft mij nog meer gemotiveerd om me in te zetten voor kinderen die meer aankunnen.
Voordat ik op mijn huidige school kwam, heb ik vijf, zes jaar gewerkt op een school waar we kinderen uit de omgeving opvingen die vastliepen op hun eigen school. Je zag wat er op reguliere scholen misging voor deze kinderen. Als je de juiste kennis en betrokkenheid hebt, kun je ontzettend veel voor deze leerlingen betekenen.
Wat doen jullie op jouw school voor hoogbegaafde leerlingen?
Sinds drie jaar ben ik directeur-bestuurder op De Kralingsche School, een reguliere basisschool in een wijk met een vooral hoogopgeleide populatie. Onze uitstroom is 90-95% havo/vwo, met veel kinderen die naar het gymnasium gaan. Toch was het aanbod toen ik hier kwam nog heel gemiddeld. De kinderen deden het prima, maar we zijn de afgelopen drie jaar bezig geweest om het onderwijs aan te passen: compacter, uitdagender.
Onze kinderen gaan toch wel naar het gymnasium. Maar wij zeggen altijd: dankzij ons leren ze, niet ondanks ons. Hoe zorg je ervoor dat kinderen aan het einde van de dag kunnen zeggen: Ik heb daadwerkelijk iets geleerd? Dat is de uitdaging.
Misschien een vreemd voorbeeld, maar we hebben nu kinderen die opeens uit hun vel kunnen springen, omdat ze tegen hun grenzen aanlopen. Dat is spannend, maar ook nodig. Het hoort bij de ontwikkeling. Ongeveer 80% van onze kinderen zit op het plusniveau in de reguliere methodes, dus we kunnen verrijkt onderwijs aanbieden in de hele groep.
Daarnaast hebben we een klein groepje kinderen dat onvoldoende uitgedaagd wordt door dat aanbod, om wat voor reden dan ook. Die begeleiden we in een ploetergroep: kinderen moeten daar echt aan de slag. We doen dat al twee jaar met onze eigen leerlingen, en sinds vorig jaar bieden we ook een traject aan voor kinderen uit de wijk die vastlopen op hun eigen school. Eén dag in de week komen ze bij ons, in de hoop dat ze daarna weer voldoende uitdaging vinden op hun eigen school.
Wat mij drijft, is aandacht voor kinderen die aan de bovenkant van het spectrum zitten en niet op de goede plek terechtkomen, waardoor ze niet tot hun volle potentieel komen. Dat is wat ik steeds meeneem in gesprekken op bestuurlijk niveau. Ik probeer de komende jaren impact te maken in Rotterdam.
Waarom is jouw school lid van de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen?
Onze school is al een aantal jaar lid van de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen. We vinden het belangrijk om kennis te delen met de omgeving. Niet alleen voor onszelf werken, maar ook kijken: Wat kunnen we voor onze omgeving betekenen? Dat past mooi in het Rotterdamse onderwijsbeleid, waar ze willen dat ieder kind in de wijk naar school gaat. Als we met elkaar kijken wie wat kan doen, kunnen wij als school het hoogbegaafde spectrum bedienen. Dat is ook een onderdeel van de BPS: kennis delen. Die twee dingen komen mooi bij elkaar.
Waarom ben je lid geworden van het bestuur?
Omdat ik netwerken en samenwerken belangrijk vind. In Rotterdam zijn er heel weinig BPS-scholen. Het Zuidergymnasium is er één. Het Erasmiaans heeft er wel eens naar gevraagd. Quadratum, een school vlakbij ons, is aspirant-lid. Maar in heel Rotterdam zijn wij, voor zover ik weet, de enige basisschool die lid is van BPS. Dat is jammer, want als je wilt samenwerken, is het fijn om ook daarin een netwerk te hebben. Mijn doel is om dat binnen deze regio meer op de kaart te zetten, zodat we meer van en met elkaar kunnen leren.
Daarnaast vind ik het altijd prettig om een steentje bij te dragen. Niet alleen ontvangen, maar ook iets terugdoen. Wat ik mooi vind aan het bestuurslidmaatschap, is dat je in verschillende keukens kunt kijken, bijvoorbeeld door de visitaties. De kennis die ik daar kan opdoen, neem ik weer mee in mijn dagelijkse werk.
Waar wil jij je in de komende jaren voor inzetten?
Voor de toekomst zijn er twee belangrijke thema’s waar ik me voor wil inzetten. Ten eerste het netwerkstuk in deze regio: meer samenwerking tussen scholen en besturen, zodat we niet allemaal het wiel uitvinden. Ten tweede heb ik me aangemeld voor de academie van de BPS. Dat past mooi bij dat netwerkstuk, want via de academie kun je inhoud geven aan netwerkbijeenkomsten. Dat zijn eigenlijk de twee grootste onderdelen waar ik als bestuurslid voor sta.”
Column #21 Marko Otten: Geen afscheid van BPS
Ruim zes jaar geleden hebben de leden van onze vereniging voor een nieuwe voorzitter gekozen. Dat gebeurde in een algemene ledenvergadering die in verband met corona – wat onwennig nog – online werd georganiseerd. De nieuwe man op die plek was ik.
In de eerste maanden van kennismaking met bestuur, academie en verschillende scholen dacht ik vaak: Wie ben ik dat ik dit doen mag? Zoveel enthousiasme en gedrevenheid als binnen onze gelederen tref je zelden aan. Het feit dat een enorme hoeveelheid werkzaamheden wordt verzet door vrijwilligers maakt het extra speciaal. Het bestuurssecretariaat en de inzet op communicatie zijn relatief klein gehouden wat niets afdoet aan de grote waardering die we als bestuurders voor deze ondersteuning hebben. Omdat we in mijn ‘ambtsperiode’ gegroeid zijn van 60 naar 100 scholen, is er wel een beweging op gang gekomen in de richting van een meer professionele aanpak van het bestuur. Daar komt bij dat dit streven een logisch uitvloeisel is van het beleidsplan 2023-2026.
Ik ben dankbaar voor de buitengewoon boeiende jaren in de BPS; vooral om de scholen – PO, VO en recent zelfs VSO – die we in de vereniging tegenkomen; denk aan verenigingsdagen, afzonderlijke bilaterale ontmoetingen, collegiale consultaties en natuurlijk tijdens de visitaties. Ik was toch echt geen vreemde in onderwijsland, maar de organisatorische variëteit, het pedagogisch bewustzijn en onderwijskundige creativiteit rondom de hoogbegaafde leerlingen heeft mij steeds opnieuw verrast.
Op sommige scholen zie je hoe het vaste leerplan en rooster volledig zijn verdampt ten gunste van projecten, al dan niet omgeven door instructie-uren en denklessen. En op andere scholen vind je een hb-programma dat is ingevlochten in de bestaande gestructureerde omgeving.
BP-scholen laten een waaier van mogelijkheden zien waarvoor ook vanuit het buitenland belangstelling blijkt te bestaan. Misschien is dat logisch vanuit België en Duitsland, maar ook veraf zoals in Hong Kong kijken onderwijsmensen die veel met hb-leerlingen te maken hebben, belangstellend naar hoe wij het binnen BPS allemaal doen. Binnenkort bezoekt een delegatie van 10 docenten van the Lutheran Academy Hong Kong, onder leiding van hun directeur Patrick Lam, weer enkele van onze scholen. Het gesprek in het bestuur zal gaan over een lokale versie van BPS in de Chinese stad.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in mijn jaren als voorzitter bij BPS ook een aantal zaken niet goed gegaan zijn. Het is me niet gelukt een goede politieke lobby op te bouwen. Ik hoop dat straks een meer geprofessionaliseerd bestuur daar middelen en ruimte voor kan vrijmaken. Zo’n lobby kan bevorderen dat er eindelijk een kosten-batenanalyse plaatsvindt van alle beleidsmaatregelen die het ministerie over de Nederlandse hoogbegaafde leerlingen heeft uitgeworpen, zoals bijvoorbeeld de samenwerkingsverbanden, een uiterst kostbaar instituut. Het is een chaotisch conglomeraat van instellingen die allemaal een eigen beleid voeren. De van bovenaf opgelegde verbanden vormen de afspiegeling van wantrouwen en bevoogding. Er wordt ongelooflijk veel geld in vermorst (betaalde voorzitters, secretariaat, bureau, huisvesting, koffie en verwarming) voordat de individuele leerling er ook maar iets van merkt. Het hele systeem gaat ervanuit dat middelen en doelen die de overheid inzet voor bepaalde doelgroepen, zoals hoogbegaafden, niet tot samenwerken uit eigen beweging van scholen zouden leiden. De vereniging BPS maar ook andere profielorganisaties bewijzen dagelijks het tegendeel.
Een ander voorbeeld is de oprichting en financiering van het Kenniscentrum HB. Dit instituut heeft goede dingen voortgebracht, mede dankzij een ruimhartige financiering. Maar toch jammer dat het op grote afstand staat van de scholen. Je zou de oprichting ervan ook kunnen interpreteren als het bewijs van politieke minachting voor de enorme hoeveelheid kennis die wordt geaccumuleerd in het werken met hoogbegaafde leerlingen op onze scholen en in de vereniging. Ik heb ruim zes jaar de claim hoog gehouden dat wij van BPS hét kenniscentrum vormen op het gebied van hoogbegaafdheid. Zeker in combinatie met een goed functionerende wetenschappelijke raad die het het praktijkgericht onderzoek in de scholen stimuleert en ondersteunt, lijkt me dat we over BPS als kennisinstituut niet te bescheiden moeten zijn. Wie weet breekt ook dit inzicht nog eens door bij de beleidsmakers op OC&W.
Terug naar waar ik mee begon. Als je in de scholen en op toogdagen zoveel energieke en enthousiaste professionals tegenkomt en thuis in het hart van de vereniging al die gedreven vrijwilligers meemaakt, is het natuurlijk moeilijk afscheid te nemen. Toch vind ik halverwege mijn 76e levensjaar dat het tijd wordt op te stappen.
In de hoedanigheid van uw voorzitter stop ik met ingang van het volgende schooljaar. Maar als secretaris van visitatiecommissies hoop ik nog lang betrokken te blijven bij u en de vereniging BPS.
“Elk kind is hb tot het tegendeel bewezen is”. Hb-onderwijs op De Arke
Op basisschool De Arke in Burgum is hoogbegaafdheid geen label, maar het uitgangspunt. Antine Sipma is kwaliteitscoördinator en hb-specialist, Anita Hooijenga is leerkracht en hb-specialist. Samen begeleiden ze de plusklassen op school.
Antine Sipma: “We zijn een school van nu bijna 400 leerlingen. En we groeien behoorlijk. De Arke is een school waar leerlingen hun eigen koers leren varen, drie kernwaarden staan centraal: betekenisvol, authentiek en betrokken. Deze waarden zie je in de dagelijkse praktijk overal terug.
Op onze school heeft elk kind recht op passend onderwijs, dus ook leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong. Wij willen deze kinderen de juiste uitdaging, begeleiding en aandacht bieden, zoveel mogelijk binnen de eigen groep.”
Anita Hooijenga: “Dat maatwerk bieden we ook samen met een vo-school, CSG Liudger. Samen zijn we in 2021 een gezamenlijke onderwijsroute gestart: Modus. De route is gericht op leerlingen uit groep 7 en 8 en klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. Binnen de nieuwe onderwijsroute krijgen leerlingen tot 14 jaar een ononderbroken persoonlijke leerroute aangeboden, rekening houdend met het tienerbrein, het niveau, de interesses en kwaliteiten van leerlingen.”
Dat geldt dus voor al jullie leerlingen? En hoe ziet een dag er voor de leerling uit?
Sipma: “Klopt, het is voor alle leerlingen in groep 7 en 8. We starten elke dag actief met sport en bewegen. Op deze manier activeren we het tienerbrein en kunnen leerlingen hun hoofd leegmaken. Vervolgens is er een check-in. Hoe voel ik me vandaag? Hoe gaat het met je? Daarover gaan we met elkaar in gesprek. Vervolgens is er aandacht voor groepsdoelen, persoonlijk doelen en de agenda van de dag besproken. De dag wordt afgesloten met een check-out. Hier worden de successen van de dag gevierd.”
Hooijenga: “Na de check-in gaan de leerlingen aan de slag met Nederlands en rekenen, op eigen niveau. Op MODUS geven vakdocenten van CSG Liudger les, zodat de overgang van PO naar VO kleiner wordt. In de middagen werken we volledig thematisch met curriculum 10-14 en volgens een vaste leercyclus.
Curriculum 10-14 is een onderwijsconcept dat is opgebouwd rondom de behoeftes van het tienerbrein. Aardrijkskunde, geschiedenis, techniek, ICT, kunst & cultuur, muziek, natuurwetenschappen, taal & literatuur, Engels en Frysk zijn hieraan gekoppeld en ingedeeld in thema’s.”
Sipma: “Daarnaast maken leerlingen gedurende het schooljaar een portfolio, om te laten zien welke leerdoelen ze hebben behaald. De ontwikkeling houdt de leerling samen met de coach bij aan de hand van leertrappen. ‘Ik wil leren, naar ‘ik kan het een beetje’, naar ‘ik kan het bijna’, naar ‘ik kan het’. Op deze manier worden de leerlingen nog meer betrokken bij hun eigen leerproces en dit vergroot de leermotivatie.”
Hoe lang is de school met hoogbegaafdheid bezig?
Sipma: “We zijn BPS-gecertificeerd in maart 2016. Een aantal jaar daarvoor wist ons team nog niet zo veel van hoogbegaafdheid. Door een vraag van ouders is het balletje gaan rollen. Jan Kuipers van Cedin heeft destijds het team een training gegeven, langzaam kwam het enthousiasme.
Je kunt zeggen dat de situatie nu 180 graden anders is: wij gaan er nu vanuit dat een kind hoogbegaafd is, tot het tegendeel is bewezen.”
Hooijenga: “Zeker in groep 1 en 2 observeren we voortdurend hoe een leerling functioneert. Weten we het niet zeker? Dan geven we zo’n leerling het voordeel van de twijfel. De basis is dat we veel gesprekken voeren over de leerling: met ouders, collega’s en natuurlijk de leerling zelf. Op die manier kunnen we vaak een route vinden die voor een kind geschikt is.
Overigens zitten alle kinderen in reguliere groepen, ook de hb’ers. Voor hen bieden we verrijking, verbreding en indien nodig reflectieve leergesprekken. Waar nodig stellen we een individueel plan van aanpak op, uiteraard samen met de ouders en leerling.”
En wat als een leerling meer nodig heeft?
Sipma: “Dan hebben we plusklassen binnen de school, de Breinbrekers. Deze groepen zijn bedoeld voor leerlingen uit groep 1 t/m 8 die behoefte hebben aan extra uitdaging naast het reguliere aanbod. De leerlingen zitten hooguit anderhalf uur per week in de plusklas.
Meerdere keren per jaar kijken we welke leerlingen het meest gebaat zijn bij deelname. En een keuze voor deelname is nooit definitief: de samenstelling van de jongste groepen wisselt regelmatig, zodat we steeds maatwerk kunnen bieden en zoveel mogelijk kinderen de kans krijgen om hun talenten te laten zien.”
Hooijenga: “De Breinbrekers-klassen richten zich op creatief, analytisch en praktisch denken. Dan kun je denken aan filosofiegesprekken. Vanuit een vraag waarop je heel veel antwoorden kunt geven, gaan we met elkaar in gesprek. Zo leren leerlingen een mening te vormen en deze te verwoorden. En we geven hen de mogelijkheid om zich in te leven in de standpunten van een ander. Onderzoekend leren doen we ook. En proefjes, denkspellen en out-of-the-box opdrachten die stimuleren tot samenwerken, plannen en kritisch denken.
Een belangrijk doel bij al deze werkvormen is dat de leerlingen kunnen omgaan met hoe het voelt om iets nieuws te leren. Daarmee gebruiken we de leerkuil ook heel veel. Bij de jongste kinderen (groep 1-3) hebben de activiteiten ook een observatiedoel. In kleine groepjes kunnen we goed zien wat een leerling nodig heeft en waar zijn of haar talenten en mogelijkheden liggen. Als er dan nog steeds meer nodig is hebben Talint, de bovenschoolse plusklas.”
Wat doen leerlingen in die bovenschoolse plusklas?
Sipma: “Onze school is onderdeel van Oarsprong, waar vijf basisscholen en zeven IKC’s in de gemeente Tytsjerksteradiel onder vallen. Elk jaar kunnen we leerlingen aanmelden bij Talint. Dan kijken we of een leerling nog meer nodig dan wij kunnen bieden.
Talint is een hele dag in de week en bedoeld dat hoogbegaafde kinderen elkaar kunnen ontmoeten. En ook leren hoe ze moeten leren. Belangrijke onderdelen zijn het stellen van vragen, werken met deadlines en vallen & opstaan. Ze krijgen bijvoorbeeld colleges over allerlei hele interessante onderwerpen, dat vinden de leerlingen heel erg leuk. Wat ze minder vinden is dat ze zelf aantekeningen moeten maken. Op basis van die aantekeningen moeten ze voor een toets leren. Daarmee bereiden we hen voor op het voortgezet onderwijs.”
Hooijenga: “Ze krijgen ook schuiswerk, zoals wij dat noemen: huiswerk voor op school. Met deadlines. Dat betekent op tijd beginnen, goed plannen en vragen stellen als het niet lukt of als je het niet begrijpt. Dat zijn toch zaken die bij de hb-leerlingen minder is ontwikkeld. Overigens moet elke school hier ook tijd voor vrijmaken.
Bij de aanmelding van een leerling kijken de Talintp-docenten naar de valkuilen van het kind. Op basis daarvan kunnen ze gerichter een programma aanbieden.”
Hoe neem je dan de rest van de organisatie mee?
Sipma: “De directie is erg geïnteresseerd en betrokken. De directeur gaat ook elke keer mee naar BPS-bijeenkomsten. Als wij iets nodig hebben voor de lessen, dan is dat nooit een probleem. Dit valt gewoon onder onze formatie.
We merken dat het soms nog wel eens lastig is om collega’s mee te nemen, vooral de nieuwe medewerkers. Daarom staat hb vaak op de agenda bij overleggen. En één keer in het jaar is een studiedag waar we onze collega’s vertellen over wat we doen.
Hooijenga: “Vanuit het Oarsprong-bestuur is nu ook een kennisgroepje samengesteld, met de hb-specialisten van alle scholen. Op die manier kunnen we veel van elkaar leren.
Sipma: “Onze kracht is dat we niet bang zijn om iets nieuws te proberen. Dat we kritisch blijven en dat wat we doen nooit in beton is gegoten. Aan de andere kant weten we ook dat iets nieuws de tijd nodig heeft om te groeien.”
Meer weten?
Voor het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid werden zij geïnterviewd, in het kader van een publicatie over ouders: https://kenniscentrumhb.nl/kennis/ouders-antine-sipma-en-anita-hooijenga-even-voorstellen/
Nieuwe POINT-werkplaats: talentontwikkeling en onderpresteren
Wil jij meer aandacht voor leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid binnen jouw school? Wil jij onderpresteren bij deze leerlingen eerder leren herkennen? Wil jij ervoor zorgen dat er voor deze leerlingen een optimale match tussen onderwijsaanbod en behoefte aan uitdaging is? Wil je de leerlingen die ongewenst thuiszitten effectiever helpen om weer naar school te komen? Wil je jouw onderwijs meer evidence informed inrichten? Wil je je onderzoekend vermogen vergroten en werken
aan de onderzoekscultuur in je school? Wil je deel uitmaken van een inspirerend netwerk van
onderwijsprofessionals in het voortgezet onderwijs? Dan is POINT dé plek voor jou of jouw school
POINT staat voor Passend Onderwijs voor Ieder Nieuw Talent. POINT is een onderwijsonderzoekswerkplaats waarin leraren, wetenschappers en lerarenopleiders samenwerken aan onderzoek op het terrein van talentontwikkeling. POINT is al jaren actief in de regio’s Tilburg, Eindhoven en Den Bosch en heeft de mogelijkheid om uit te breiden. Deze nieuwe werkplaats zal zich richten op talentontwikkeling en onderpresteren.
In september 2027 start deze nieuwe POINT-werkplaats over het voorkómen van onderpresteren. De
looptijd is 3 jaar. De werkplaats zal bestaan uit diverse vo-scholen. Elk jaar vinden er 8 bijeenkomsten
plaats.
Binnen de nieuwe POINT-werkplaats wordt – vanuit de onderzoekend houding – gewerkt aan het
herkennen van onderpresteren, ondersignalering, talentontwikkeling en (hoog)begaafdheid. Dat levert
onder ander het volgende op:
- Groot netwerk met diverse professionals
- Meer samenwerking tussen scholen
- Meer kennis en expertise
- Praktische handvatten en good practices
- Onderzoekende houding en een onderzoekend vermogen
- Vinden en gebruiken van wetenschappelijke inzichten
- Verbeterde onderzoekscultuur in de scholen
En uiteindelijk: beter passend onderwijs.
Wil je meer informatie?
Download hier de flyer met de informatie…
Op 6 oktober 2026 om 16:00 uur organiseren we een online informatiebijeenkomst. Aanmelden kan door te mailen naar kimlijbers@ato-scholenkring.nl Ken je iemand uit je netwerk die mogelijk interesse heeft? Deel dit dan gerust! Meer weten over POINT? Bekijk onze website www.point013.nl.
POINT: Onderzoek naar hb en vooroordelen en misvattingen
Hoogbegaafdheid in het onderwijs is een thema dat vaak (onbewuste) vooroordelen en misvattingen met zich meedraagt. Hoe kijken leerkrachten aan tegen hoogbegaafde leerlingen? Hoe beïnvloedt intelligentie de relatie tussen leraar en leerling? En hoe kunnen scholen leraren beter toerusten om deze doelgroep te herkennen en te begeleiden? Kim Smeets, onderzoeker en coördinator bij POINT, heeft in vier onderzoeken, die deel uitmaken van haar proefschrift, gekeken naar de kennis, houdingen en praktijk van leerkrachten ten aanzien van hoogbegaafdheid.
Lees het artikel op de website van NTCN…
Inschrijving ECHA2026 in Dublin geopend
The Centre for Talented Youth, Ireland at Dublin City University invites you to join us in Dublin for the 20th European Council for High Ability (ECHA) Conference. Embark on a transformative journey with educators, researchers, psychologists, parents and advocates from across the world to collectively redefine the landscape of gifted education. The conference promises to challenge conventional notions of giftedness, spark insightful dialogues, and inspire innovative approaches towards nurturing high ability in diverse learners.
Although a small country, Ireland’s tradition of transcontinental migration has created a world where the Irish diaspora are found everywhere. As a city, Dublin is accessible for international guests, filled with tradition and a gateway to Ireland’s famous ‘céad míle fáilte’- a hundred thousand welcomes.
CTY Ireland is one of Europe’s largest gifted education centres, Ireland’s only formal programme for gifted children and a thriving research centre. Established in Dublin City University in 1992, CTY Ireland aims to allow all gifted students to reach their potential both academically and socially, by providing interesting courses and programmes that are based on interest and ability, rather than age.
As the former hosts of ECHA 2018, CTY Ireland is committed to exceeding the high levels of engagement and enjoyment participants reported. Ireland is a landscape of stunning beauty, with a deep cultural and literary history, with a warm and welcoming population. We can guarantee a social programme like no other, so guests can experience the lively atmosphere of Dublin during the event.
Ga hier naar de website van ECHA2026…
Nieuwe publicatie Kenniscentrum HB: Traumasensitief onderwijs
We hebben het steeds vaker over schooltrauma als het om leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid gaat. Dan hebben we het meestal over moeilijk verstaanbaar gedrag als signaal voor moeilijkheden die niet van de ene op de andere dag ontstaan. Traumasensitief onderwijs voor leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid betekent dat er een relatie gelegd wordt tussen cognitieve en emotionele draagkracht.
In de brochure van het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid lees je er alles over en vind je ook weer talloze video’s, praktijkcases en handige tools.
- Brochure ‘Traumasensitief onderwijs’ (pdf)
- Brochure ‘Traumasensitief onderwijs’ (online versie)
- Bekijk hier alle content van de brochure
BPS-lezing Het Noordik: De kracht van vragen stellen
Het Noordik in Almelo is al jaren Begaafdheidsprofielschool. Een keer per jaar organiseert de school een lezing over hoogbegaafdheid. Op 9 juni 2026 is het onderwerp vragen stellen.
Over de lezing
Als een leerling goed zicht heeft op het ‘hoe’ en het ‘waarom’ van leren is de kans groot dat de leerling mogelijkheden ziet om in dat proces zelf de regie te nemen en dat werkt motiverend. Veel begaafde leerlingen denken snel en intuïtief en dan zijn zij zich vaak minder bewust van denkstappen en strategieën. Wat doe je dan als het even niet lukt? Hoe werkt leren eigenlijk? Wat heb je nodig om jezelf te motiveren en te sturen?
In deze lezing staan we stil bij de kracht van vragen stellen. We bekijken het lesgeven en het begeleiden vanuit een coachend perspectief. We gaan in op hoe je als (onderwijs)professional en ouder kunt ondersteunen bij het ontwikkelen van zelfregulerende vaardigheden en het verwerven van zelfinzicht, zaken die een grote rol spelen bij motivatie en welbevinden.
Over de spreker
Janneke Berendsen – Hulshof werkt als hoofddocent aan de Radboud Universiteit bij de Radboud International Training on High Ability (RITHA) en is als trainer verbonden aan het CBO Talent Development te Nijmegen. Ze zit zich in om wetenschappelijke inzichten te vertalen naar onderwijsbeleid, onderwijsaanpassingen en vormen van begeleiding voor leerlingen met kenmerken van begaafdheid.