Actueel

  • 10 december 2018

    Regeling doorstroom po-vo (hoog)begaafden gepubliceerd

    Lees meer…

  • 5 december 2018

    Het moet schuren. 8+-groepen op het Emelwerda

    Lees meer…

  • 5 december 2018

    Artikel Een soepele overgang voor (hoog)begaafde leerlingen

    Lees meer…

  • 1 december 2018

    Expertmeeting SLO Talentnetwerk Limburg

    Lees meer…

  • 21 november 2018

    Ontwikkelingen in de visitaties


    Lees meer…

Stedelijk Gymnasium Nijmegen

“KENNIS, ONTPLOOIING, VRIENDSCHAP”

Contactgegevens
Adres: Kronenburgersingel 269, 6511 AS Nijmegen / Website

Over het Stedelijke Gymnasium Nijmegen
Het Stedelijk Gymnasium Nijmegen is een openbare school voor categoriaal, gymnasiaal onderwijs van ongeveer 1300 leerlingen. De school richt zich op leerlingen met de talenten voor gymnasiaal onderwijs, ongeacht etnische, religieuze, sociale of culturele achtergronden. De visie van het Stedelijk Gymnasium is dat onderwijs kansen dient te bieden tot ontplooiing en moet uitdagen tot optimaal presteren voor alle leerlingen met voldoende ambitie en talent. Als categoriale school wordt een relatief homogene populatie leerlingen bediend, waarbinnen de grote verschillen tussen leerlingen, in capaciteiten,
ambities en achtergronden worden herkend.
Goed onderwijs dient aan te sluiten bij die verschillen en vorm te krijgen vanuit een groot vertrouwen in de ontwikkelingsmogelijkheden van leerlingen. Het motto van de school is: “kennis, ontplooiing, vriendschap”. De wortels van de school gaan terug tot de Latijnse school (1544). Het Stedelijk Gymnasium Nijmegen is sinds 2006 Begaafdheidsprofielschool en sinds 2011 Olympiadeschool. De school mag zich sinds kort ook Excellente School noemen.

Onderwijsvisie
Het Stedelijk Gymnasium gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en kent inmiddels een lange traditie in het begeleiden van hoogbegaafde leerlingen en onderpresteerders (sinds 1983). Het verbredingsproject en de POP-begeleiding voor onderpresteerders zijn in Nijmegen ontwikkeld. Alle
leerlingen worden aan het begin van klas 1 getest op intelligentie (IST) en motivatie (FES en SVL). Dit gebeurt in samenwerking met het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Op basis van de informatie uit de testen, observaties uit de klas en informatie van de
basisschool kijken we welke begeleiding bij de leerling past. De groep die meer aan kan, wordt veel keuzemogelijkheden geboden zoals het verbredingsproject, acht extra examenvakken, modules, collegelopen aan de Radboud Universiteit, deelname aan olympiades en debatwedstrijden. Eigen initiatief wordt beloond. Excelleren mag, graag zelfs. Echter, niet elke leerling laat gelijk zien wat hij in zijn mars heeft. Bij zorgen rondom onderpresteren wordt geprobeerd de leerlingen van wie de motivatie achter blijft, te helpen om zichzelf weer ‘vlot te trekken’ via een POP-project voor de onderbouw (Persoonlijk Ontwikkelingsplan) en TOP-project voor de bovenbouw (Toekomstgericht Ontwikkelingsplan). Uitgangspunt in de begeleiding van elke leerling is dat hij nog niet gelijk alles hoeft te kunnen.

Good Practice: Verbreding
De school kent een klimaat waarin het mogelijk is ‘een beetje anders te zijn’. In dat klimaat is het gewoon om meer te doen als je dat kunt en wilt, in de klas en daarbuiten. Een attitude die niet alleen voorbehouden is aan leerlingen maar die ook voor de medewerkers geldt. Dat betekent scholing, buiten
de school kijken, experts de school in halen en gebruik maken van de mogelijkheden om de kwaliteit van wat wordt gedaan te laten bekijken door ‘critical friends’ van de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen en de Stichting Het Zelfstandig Gymnasium.

Het verbredingsproject, gebaseerd op het draaideurmodel van Renzulli, is bedoeld voor leerlingen die meer kunnen en meer willen leren dan de gemiddelde klasgenoot. Het biedt de leerling de mogelijkheid om zich in schooltijd in meer zaken te verdiepen dan gebruikelijk is. De leerling kiest zelf het onderwerp van zijn project. De achterliggende gedachte is dat hij daar het meest voor gemotiveerd zal zijn. Een leerling die deelneemt aan het verbredingsproject mag de klas te verlaten om aan het project te
werken. Een getrainde begeleider helpt bij de organisatie en de verslaglegging van het project. De ‘verbreder’ krijgt een letterwaardering (g, v, t, o) op zijn rapporten en een certificaat bij zijn diploma. Om de ‘verbreder’ te helpen, wordt ondersteuning aangeboden in de vorm van trainingen in vaardigheden die van pas komen bij het uitvoeren van zijn project. Dat zijn o.a. mindmapping, opzoekvaardigheden (heuristiek), presenteren, interviewtechnieken en thinking skills.

De eerste taak van een leerling is een onderwerp zoeken dat hij interessant vindt en graag verder wil uitdiepen. In feite is alles mogelijk: een andere taal leren of zelf maken, een toneelstuk schrijven, genealogie, tekenen, alleen muziek maken of in een band, computers programmeren, games
ontwerpen, schaken, mode ontwerpen, een cursus volgen, enz. De enige beperking is dat het geen onderwerp is dat op school gegeven wordt.
De leerling stelt zichzelf een leerdoel en bepaalt welke vorm het eindresultaat van zijn project moet krijgen, bijvoorbeeld: een werkstuk, een computerprogramma, een choreografie, een muziekuitvoering, een les of spreekbeurt voor klasgenoten. Dit einddoel moet voor het einde van het schooljaar te bereiken zijn. Begin juni is er een Verbredingsmarkt (‘V-markt’). Leerlingen presenteren daar hun werk aan ouders, docenten en medeleerlingen.

Onmisbaar voor een ‘verbredende’ leerling is zijn logboek. Hierin legt hij een aantal belangrijke
zaken vast:
– Afspraken met de begeleider (minimaal één maal in twee weken );
– Een werkplanning;
– Een overzicht van de vakken waar hij lessen mag missen om aan het project te werken;
– Beoordeling / evaluatie door leerling, begeleider en ouders na afronding van een project aan het einde van het schooljaar.

Het logboek is dus een belangrijk middel waarmee de leerlingbegeleider, overige docenten en ouders de leerling kunnen volgen. Vanaf de vierde klas is er daarnaast de mogelijkheid om in schooltijd colleges te volgen aan de Radboud Universiteit Nijmegen, stage te lopen bij een bedrijf of instelling, of gedurende een periode lessen te volgen op een school in het buitenland. Jaarlijks verbreedt zo’n 15 % van de leerlingen.

Kritische succesfactoren
– Kennis van zaken is heel belangrijk: wat is (hoog)begaafdheid, hoe herken je het in de klas en daarbuiten, wat doe je met een heel slimme leerling in je les, hoe herken je onderpresteerders? Sta open voor nieuwe ontwikkelingen en blijf voortdurend scholen.
– Focus op de leerling: onze leerlingen zijn slim, maar veel gaat nog niet vanzelfsprekend. Ze hoeven ook nog niet gelijk alles al te kunnen. Fouten maken mag! En wees niet bang om eisen te stellen.
– Werk vanuit je visie op de ontwikkeling en begeleiding van slimme leerlingen. Maak beleid op basis van die visie en leg het goed vast. Zet in op duurzame ontwikkeling van de leerling en van de school.
– Betrek alle geledingen binnen de school: docenten, onderwijsondersteunend personeel, administratie, managementteam, ouders en last but not least de leerlingen zelf.

Terug naar het overzicht van scholen

© Begaafdheidsprofielscholen 2011 | Privacy Statement