Actueel

  • 4 juli 2017

    Aanmelden leerlingenconferentie 2017 gestart

    Lees meer…

  • 1 juli 2017

    Column Dick van Hennik #10: Hoe valide is ons oordeel?

    Lees meer…

  • 1 juni 2017

    Twee nieuwe aspirant-leden

    Lees meer…

  • 9 mei 2017

    10 jaar Vereniging BPS – Interview Dick van Hennik in Talent

    Lees meer…

  • 8 mei 2017

    Regionale bijeenkomsten Passend onderwijs voor begaafde leerlingen

    Lees meer…

Column Dick van Hennik #10: Hoe valide is ons oordeel?

Dick van Hennik is onder andere voorzitter van de Vereniging BPS. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Het boek ‘Ons feilbare brein’ van Daniël Kahneman is een onschatbare bron voor reflectie. Ook voor het onderwijs. Hoofdstuk 20 draagt de titel ‘De illusie van validiteit’. Hij beschrijft ter inleiding zijn ervaring als dienstplichtige in het Israëlische leger, waar hij – als psycholoog – de opdracht kreeg om toekomstige officieren te testen teneinde na te gaan wat het leger van hen mocht verwachten. Groepjes officieren in spe kregen daarbij schier onmogelijke opdrachten uit te voeren en de observanten dienden uit het gedrag van de deelnemers een advies te destilleren. Op grond van dat advies kon de legerleiding hen dan bij bepaalde onderdelen onderbrengen. Toen na enige tijd een evaluatie plaatsvond, bleek de voorspellende waarde van deze adviezen vrijwel nihil. Je zou zeggen dat deze werkwijze dan zou worden beëindigd. Dat gebeurde echter niet en het meest frappante was dat niet alleen de legerleiding, maar ook de observanten hun werkwijze op geen enkele manier hebben aangepast.

Nu in onze scholen duizenden leraren zich weer wagen aan de afweging of een leerling naar het volgende leerjaar mag overgaan, is het goed om bij dit verschijnsel stil te staan.

Met hoeveel zekerheid weten we of een leerling in het volgende leerjaar succesvol zal zijn? De norm wordt in de meeste scholen bepaald door cijfers. Cijfers die gebaseerd zijn op toetsen – meestal proefwerken en overhoringen – die met mathematische precisie worden vastgesteld, bepalen over het algemeen onze indrukken en daarmee ons oordeel over de prestaties van de leerlingen. We baseren ons daarbij op de resultaten van het afgelopen jaar en het vertoonde gedrag van de leerlingen. De leraren die cijfers een meer ondergeschikte rol willen laten spelen, moeten dit vrijwel altijd tegenover collega’s en schoolleiders verdedigen. Zelden wordt de vraag gesteld of de cijfers wel kloppen. Cijfers die zijn afgeleid van toetsen die de leerlingen in de loop van het jaar hebben moeten maken; toetsen waarvan we aannemen dat ze van goede kwaliteit zijn geweest. Gezien de jaarlijks terugkerende ervaring met het bijstellen van de eindexamennormen, mogen we op z’n minst rekening houden met de mogelijkheid dat toetsen wel eens de plank mis kunnen slaan.

Ik kom hierop, omdat menig onderpresterende hoogbegaafde leerling moet hopen op een ander soort beoordeling van de strikt rekenkundige uitkomst van hun proefwerkcijfers. Iets om over na te denken, lijkt me.

Ik wens al die duizenden leraren veel wijsheid toe bij hun afwegingen en beoordelingen en daarna een mooi zomervakantie.

Dick van Hennik
voorzitter bestuur BPS

© Begaafdheidsprofielscholen 2011 | Privacy Statement